zaterdag 30 mei 2020

Emelisse en de Groene Man

De boeiendste vondsten zijn vaak objecten die bovenal vragen oproepen. Zoals dat kleine zandstenen kopje, dat tientallen jaren geleden werd veiliggesteld door Piet Zuijdweg (1909-1979) uit Kats. Zuijdweg behoorde in de jaren vijftig en zestig tot een kleine groep Zeeuwse amateur-archeologen, die een pioniersfunctie van grote betekenis hebben vervuld. Zijn werkterrein was Noord-Beveland. Eén van de terreinen die zijn aandacht had was het verdronken dorp Emelisse.


Bij het egaliseren van de ‛Emelisse-weie’ in 1938 raakte Zuijdweg, toen achter in de twintig, in archeologie geïnteresseerd. Hij kocht voor studiedoeleinden aardewerkvondsten van dit terrein op en sloeg gaandeweg ook zelf aan het zoeken. Van het verdronken Emelisse, in 1216 als parochie vermeld, zijn mede dankzij Piet Zuijdweg zelfs vondsten bekend van vóór het jaar 1000.

Aanzienlijk dorp


Emelisse was een aanzienlijk dorp, met een cisterciënzer nonnenklooster binnen de parochiegrenzen (al na de vloed van 1288 verplaatst naar Walcheren) en een gasthuis. De kerk had twee pastoorsplaatsen en later zelfs vier. Het dorp verdween in 1530/32, het gebied werd in 1598 herdijkt in de Oud-Noord-Bevelandpolder.

De egalisering van de ‘weie’ vond plaats in het kader van werkverschaffing, een project dat wegens de voortgeschreden normen van archeologische monumentenzorg nu ondenkbaar zou zijn. De werkzaamheden van 1938 brachten onder meer vier bakstenen sarcofagen met skeletresten aan het licht. Eén van de sarcofagen was 2,70 meter lang. Het lijk was er waarschijnlijk bekist in gedeponeerd; op de vloer werden stukjes half vergaan hout, ijzeren spijkers, scharnierfragmenten en schilfers lei aangetroffen.

(Tekst vervolgt onder afbeelding.)



Devotiebeeldjes


Zuijdweg begon omstreeks 1954 serieus met zoeken en optekenen. Uit Emelisse redde hij onder meer pijpaarden devotiebeeldjes en natuurstenen bouwfragmenten, zoals een deel van een altaaropbouw of sacramentshuisje. Zijn meest curieuze object uit dit dorp is ongetwijfeld een beschadigd zandstenen hoofdje van 13,5 bij 13,6 centimeter, mogelijk een stuk kapiteel (zuilbekroning) of deel van een doorgang. Het behoort nu tot de collectie van Historisch Museum De Bevelanden in Goes. 

Uit beide mondhoeken van het hoofdje komen plantenranken tevoorschijn, die zich splitsen rond kin en hoofd. Waarschijnlijk is het kopje losgekomen bij een spontane breuk tijdens sloopactiviteiten of iets dergelijks. 

Jack-In-The-Green


Deze romaanse mascaron, volgens Zuijdweg afkomstig van het kloosterterrein, werd door de toenmalige directeur van het Goese museum L.J. Abelmann gedetermineerd als mogelijke afbeelding van het hoofd van Sint-Jan de Doper. Maar hij vertoont de trekken van een mythologische en folkloristische figuur, die in het Britse volksleven nog altijd een rol speelt: de befaamde ‛Green Man’, met zijn uitvloeisel ‘Jack O’Green’ of ‘Jack in the Green’. Zelfs mega-rockband Jethro Tull wijdde in 1977 het nummer ‛Jack-In-The-Green’ aan deze natuurgeest, die vooral opduikt tijdens meifeesten. 

Tek. Jan Bruijns (in: Kuipers 1988)
Als kerkdecoratie op kapitelen, doorgangen en graftombes is het motief bekend sinds de vijfde eeuw. Parallellen van de Europese Groene Man, inclusief het loof uit de mondhoeken, komen bovendien voor in het decoratieprogramma van hindoeïstische tempels in India. 

De Groene Man is dus meer dan een Europeaan – hij is een wereldburger.

Bron: Jan J.B. Kuipers,  'Een kosmopolitische ‛natuurgeest’ uit Emelisse'. Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 28 januari 2015, bijlage Buiten. 

In de loop van de jaren heb ik vaker over het kopje gepubliceerd, bijvoorbeeld:

- 'Het tweede droevige einde van Emelisse', in: Jan Kuipers, Dwaallichten in de delta. Volksverhalen, schedels en schatten en andere wetens- en merkwaardigheden uit het Zeeuwse (Goes 1988), 107-109.
- 'Een kosmopolitische kop uit Emelisse'. Nieuwsbrief Archeologie (Informatieblad Provincie Zeeland) nr. 13, december 2000, 7 (rubriek ‘Vondst voor het voetlicht’).
- 'Piet Zuijdweg, de man die alles zocht'. Westerheem 55(2006)5, 238-245 (themanr ’50 jaar AWN-afdeling Zeeland’).


***

Lees ook: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Goffe Jensma en Oebele Vries, Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden. Tweede herz. dr. (Zutphen: Walburg Pers, 2020). ISBN 9789462494688, € 29,99.

'Dit werk misstaat bij helemaal niemand in de boekenkast.'

Edublog Martijn Wijngaards


Geen opmerkingen:

Een reactie posten