dinsdag 7 augustus 2018

Ef Leonard 'revisited'

Ik was alles van Ef Leonard kwijt – bijna alles. Op een genreplank, achter een stapeltje plat neergelegde boeken (geen plaats meer, geen plaats!) vond ik nog een exemplaar terug van Het koninkrijk der kikkeren is nabij, tussen Het kongres van Stanislaw Lem en De weg naar Middelsing van Vincent van der Linden (oorspronkelijke uitgave). Alles netjes op alfabet, tegen de chaos. Die drie titels – ze rieken anno 2014 naar antiquariaat. Het koninkrijk der kikkeren is nabij verscheen in 1971 in de afdeling ‘Bruna SF en Fantasy’ van de Zwarte Beertjes-reeks. ‘Een jonge Nederlandse auteur,’ meldt de achterflap. Ef Leonard, pseudoniem van Frans Hummelman, was toen, in ‘71,  toch al 47 jaar oud.


door Jan J.B. Kuipers
 [eerder in: Fantastische Vertellingen 35/14(2014)nr. 32, 57-61.]

Eigenlijk was ik nog steeds alles van Ef Leonard kwijt, want geen enkel verhaal in de bundel riep bij het doorbladeren meteen herkenning op. Maar nu hebben we de Weivretni-dvd in de Rare Praatjes-reeks van de Stichting Fantastische Vertellingen*: twee schijfjes (het tweede bevat extra’s en trailers van de voorgaande edities) en een informatieve folder in full colour. Ef Leonard zelf is intussen overleden, zie de aan hem gewijde bijdrage van Remco Meisner in de vorige editie van Fantastische Vertellingen.

Ja, Ef Leonard is dood – en hij is terug. Want daar zie ik in de inhoudsopgave van Het koninkrijk der kikkeren is nabij de verhaaltitel ‘De groene pil’. Die herinner ik me secundair, dankzij Remco’s hierboven genoemde artikel (‘De kikkerkoning slikte zijn groene pil’) en uiteraard het dvd-interview van Jeroen Kuypers met de bejaarde auteur, die ten tijde van het gesprek al bijna negentig was. Een kleine, schriele man, traag in zijn mimiek en manier van praten, maar nog alert genoeg. Zijn ogen staren de interviewer – en nu en dan de camera – oplettend aan, om zijn mond ligt vrijwel voortdurend een vaag, wat cynisch lachje. Straffe roker, shag onder handbereik. Een fiks Rotterdams accent. Dat doet wel plezierig aan; het is voor mij het teken van een vrije, zelfbewuste mentaliteit. Hoewel Leonard verder niet aan het cliché van de Rotterdammer met de eeuwig grote muil voldoet. Hij lijkt meer op mijn talrijke Vlaardingse ooms, allen van zijn leeftijd of nog iets ouder en intussen ook vrijwel allemaal dood. Zij hadden óók dat accent, rookten eveneens als schoorstenen en paarden net als Leonard een zekere bedachtzaamheid aan een weinig gezagsgetrouwe mentaliteit en grote politieke interesse.

Vroeger bezat ik ook die andere oude titels van Ef Leonard: Op lemen voeten en In, spin, opnieuw gaat de bocht in. Uit Op lemen voeten herinner ik me – maar hoe onbetrouwbaar is de herinnering, en zeker aan teksten die je ooit hebt gelezen – hoe het hoofdpersonage verkracht wordt door twee Noord-Afrikaanse mannen, en tenslotte wat geld krijgt om eten te kopen. Het kwaad van de macht over anderen, met toch een glimpje medemenselijkheid.

Waar die boeken gebleven zijn weet ik niet. Nooit gooide ik vroeger een boek weg, maar ik ben vaak verhuisd. Kwijtgeraakt? Misschien beschikten sommige gasten in mijn woningen over lange vingers, hoewel ik iedereen terdege in de gaten houd – en kijk, dan zitten we al in de licht paranoïde, vervreemdende atmosfeer van Leonards korte verhalen ‘uit het grensgebied tussen nachtmerrie en werkelijkheid’, aldus opnieuw de achterflap van Het koninkrijk der kikkeren is nabij.



In verschillende edities van Ganymedes onder de Bruna-vlag kan ik tegelijk met Ef Leonard een verhaal hebben gehad – ik heb aan die reeks meegedaan sinds aflevering 4 (1979), aanvankelijk in samenwerking met mijn broer Gert. Maar controleren is wat moeilijk op dit moment. Het vereist manuele arbeid. Ook mijn Ganymedes-jaarboeken worden deels aan het oog onttrokken door ervoor geplaatste beeldjes en trofeeën, en dienen ook nog als console voor weer andere, platgelegde boeken.

Ontmoet heb ik Ef Leonard al die tijd ook al nooit. Maar in 2003 was er toch enig contact. Leonard stuurde zijn verhaal ‘Haamstede revisited’ naar Ballustrada, in de redactie waarvan ik zit. Zijn auteursblurbje (het verhaal verscheen als opening in nummer 2 van die jaargang) kwam tot stand met medewerking van hemzelf en luidde:

Ef Leonard liep eind jaren zestig al tegen de vijftig, toen van zijn hand twee bundels SF- en Fantasyverhalen verschenen bij Bruna. Met één van de verhalen won hij een door NOS en BRT uitgeschreven verhalenwedstrijd. In 1975 publiceerde De Standaard zijn roman Op lemen voeten, in 1992 De Beuk de gedichtenbundel Haar hand verlicht de angst en in 2000 Servo de verhalenbundel Doden hebben geen verdriet. Momenteel is Leonard bezig met zijn memoires als Engelandvaarder en Irenesoldaat.’

De meeste van de hier genoemde zaken komen ook aan bod in de (of is het ‘het’?) Weivretni van Jeroen Kuypers. Kuypers interviewde Ef Leonard als middelbare-scholier al eens in 1979 voor Fantastische Vertellingen. Ruim vijfendertig jaar later zegt de door chronische pijnen gekwelde auteur dat het schrijven hem in leven houdt. Ondanks een writer’s block van enkele decennia. Sindsdien had hij, oud-redacteur van onder andere de bekende jeugdbladen Okki en Taptoe, wél weer de straatkrant Zelfkrant gesticht, en zat hij als hoogbejaarde vol plannen voor nieuwe boeken. Nieuw voor mij is, dat Leonards linkse activisme in talloze comités (waarover hij ook weer vol ironie kon berichten) naar eigen zeggen zijn schrijfaspiraties levenslang in de weg hebben gestaan. Jeroen Kuypers moet het allemaal een beetje uit hem trekken, maar slaagt daar goed in: gezellig en gemoedelijk koutend, goed op de hoogte van het werk van Ef Leonard en de literair-historische context ervan. Kent u bijvoorbeeld de naam Erik Lankaster nog? Kuypers wel.

Nostalgisch bij-effect: het ouderwetse, vastberaden onmodieuze interieur van Ef Leonard, de bijna ontroerende thermostaat uit de dagen van olim. Ik zou me hier onmiddellijk op mijn gemak voelen.



Bij het bekijken van de dvd bespeur ik allerlei andere overeenkomsten. De eeuwige schimmenstrijd met het gezag bijvoorbeeld: ‘de bazen’, zegt Leonard arbeideristisch. Ook ik heb een paar jaar voor de Malmbergbladen Okki, Taptoe en de winterboeken gewerkt – maar dan als freelancer. En ook ik had die vroege politieke interesse, die echter na een aantal jaren is doodgelopen. Hoofdzakelijk wegens de zere plek waarop Ef Leonard in het interview de vinger legt: het menselijke, al te menselijke van de activisten. Ze waren en zijn geen haar beter dan de lieden die ze bestrijden. Ik koos als late en dus verwende babyboomer uiteindelijk voor de geneugten van de subcultuur, terwijl het crisiskind Ef Leonard plichtsgetrouw voortmodderde in zijn comités. Een andere, hier meer ter zake doende overeenkomst: de voorliefde voor een niet vast te pinnen gebied aan de rand van ‘het genre’. 

Hoe moeten we anno 2014 dat vervreemdende werk van Ef Leonard benoemen: als new weird, slipstream of gewoon als dat goeie ouwe magisch-realisme?

Het zien van overeenkomsten wekt tegelijk het besef van de grote verschillen, en van de uiteindelijke onkenbaarheid van persoonlijke drijfveren. Aangespoord door Jeroen Kuypers vertelt Ef Leonard er voor zijn gereserveerde doen op los, maar de diepe achtergronden van zijn werk blijven mysterieus. Het is een cliché: we passeren elkaar hooguit in dit leven, éénmaal of tienduizend keer, en het enige wat we kunnen doen is elkaar iets toeroepen en een hand opsteken. Wie kent ooit andermans binnenkant, wie weet exact wat hemzelf beweegt? Het is de notie van de raadselachtige ‘grond’ van alles die vooral doorsijpelt in de fantastiek van Ef Leonard. De lezer herkent in zijn werk het ‘onherkenbare’ van de meest vertrouwde dingen. Dat is een magnetisch effect van dit type literatuur – de ontvankelijke lezer wordt er steeds opnieuw door aangetrokken. Kuypers’ Weivretni is een mooie wegwijzer naar Ef Leonards versie van dat nevelachtige verschiet.
Ef Leonard is misschien een tijdje kwijt geweest. Nu is hij terug.

*Weivretni Ef Leonard (Frans Hummelman); door Jeroen Kuypers; Rare Praatjes-reeks deel 4; juli 2014; DUBBEL-DVD; 16:9; ondertiteling Nederlands, Engels en Britaki; Nederlands gesproken; dolby geluid; ca. 65min.; extra’s; uitg. Stichting Fantastische Vertellingen.