zaterdag 27 juni 2020

Vertelwandeling MYSTERIEUS MIDDELBURG 29 juli

Woensdagavond 29 juli vindt de eerstvolgende stadswandeling Mysterieus Middelburg plaats onder leiding van schrijver en voormalig stadsdichter Jan J.B. Kuipers. Iedereen kan zich vooraf voor de ‘sinistere vertelwandeling’ aanmelden.


De start is om 19:45 uur voor het oude stadhuis (zijde Vleeshal) op de Markt. De duur van de wandeling is twee uur.
Meewandelen kost € 12,49 per persoon.



De route voert vanaf de Markt door het westen en noordwesten van de binnenstad van Middelburg. Gids Jan vertelt met de nodige kwinkslagen over moordenaars, spoken, arglistige monniken en pestlijders. Over een mirakel op een brug, een berucht bushokje, de vreemde geschiedenis van een schavot en meer. Stokoude geschiedenis en pijnlijk recente verhalen.

In verband met de corona-maatregelen wordt met kleinere groepen dan normaal gelopen. Deelnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de 1,5 meter afstand en andere voorwaarden van de overheid.

Boeken kan direct via: jjbkuipers@hotmail.com of hmddekker@zeelandnet.nl

Voor groepen kan het hele jaar door geboekt worden, eveneens via jjbkuipers@hotmail.com of hmddekker@zeelandnet.nl

Mysterieus Middelburg startte in 2016 als de allereerste Zeeuwse ghostwalk. Sinds de tweede route (in Vlissingen) is gestaakt, is het opnieuw de enige Zeeuwse ghostwalk.

Meer informatie: www.sinisterzeeland.nl

zondag 21 juni 2020

Geestverschijningen van het origineel

In ‘Onsterfelijk op schaal’ (Hollands maandblad 1995-4) schreef ik over de miniatuur en het ‘literaire droste-effect’, onder meer naar aanleiding van Mishima’s roman Het Gouden Paviljoen (1956). Het hoofdpersonage, de stotterende brandstichter Mizogushi, ziet een miniatuur van de beroemde Zentempel Het Gouden Paviljoen in Kyoto, die hem onmiddellijk en veel sterker dan het origineel aantrekt en fascineert. 


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'De erfenis van Droste.' 
In: id., De juiste verkeerde verbanden (4). Ballustrada 21(2007)1/2, 41-44.

‘Het in het grote Gouden Paviljoen neergezette, precies nagemaakte kleine Gouden Paviljoen deed mij, zoals bij een kleiner heelal dat in een groter besloten is, denken aan een eindeloos voort te zetten reeks van gelijkvormige beelden. Voor het eerst kon ik dromen. Van een volmaakt Gouden Paviljoen, maar veel en veel kleiner dan dit model; van een oneindig veel groter Gouden Paviljoen dan het werkelijke, zó groot, dat het bijna de hele wereld leek te omvatten.’

Juni 2006 trof ik ditzelfde effect aan in Manuel van Loggems aardige roman Mozes in Egypte (1960). Mozes is gevlucht uit Egypte wegens de moord op een slavenopzichter bij de Hebreeërs, en leeft nu als herder bij een verwante stam. Hij ‘wacht’ nog op zijn bestemming als redder van de Joden en zit op een avond aan een kleine plas, ergens bij een bron in de woestijn. Op het oppervlak van de plas ziet hij zijn gezicht weerspiegeld: ‘De ziel van de werkelijkheid dreef op de plas.’ Mozes buigt zich voorover en verbaast zich over deze weergave, ‘een soort diefstal van zijn wezen, zonder dat hij er armer van werd’. Hij ziet ook heel duidelijk ‘zijn pupillen en hierin weer zichzelf met de zekerheid, dat dit kleinere beeld dezelfde pupillen bezat met een nog kleiner beeld, weer met ogen die met zichzelf gevuld waren, steeds kleiner, tot de grenzen der oneindigheid’. Het is één van de sensaties, waarvan uiteraard de brandende braambos de belangrijkste is, die Mozes van zijn bestemming overtuigen en vervullen.


'Drosteïsering'


Twee romans met een religieus thema, tweemaal de rol van de oneindige herhaling, de voortzetting op andere, onbereikbare schaal. De ‘kracht van de reductie,’ meende ik in ’95, ‘heeft de neiging groter te worden naarmate de miniatuur kleiner wordt, tot de grens van de zichtbaarheid is bereikt. Het punt omega van die dubbele, paradoxale verwijdering doet microkosmos en macrokosmos in elkaar opgaan, maar drijft ze tegelijkertijd voorgoed uit elkaar.’

(tekst vervolgt onder afbeelding)

Vignet van de rubriek 'De juiste verkeerde verbanden' in Ballustrada.

Een belangrijk bestanddeel van de mythologische kracht van de ‘drosteïsering’ van de waarneembare werkelijkheid is kennelijk het evident illusoire karakter daarvan. We zien dat we doorgaan tot in alle eeuwigheid, dat we de oneindigheid overwinnen en bezitten door onze voortgezette of voortgeplante aanwezigheid tot in regionen die we niet meer vanuit het ‘moederlichaam’ kunnen peilen – en hierdoor weten we tegelijkertijd dat we bij ons eigenlijke ‘zelf’ zijn achtergebleven, dat de bevrijding en de overwinning van de beperking van ruimte en tijd een feit is waar je niets aan hebt

De ouden hadden dit al volledig door. Godsdiensthistoricus W.B. Kristensen: ‘Het beeld is de geestverschijning van het origineel, een geestelijk wezen, dat niet in onze wereld thuishoort. Hij die zijn eigen beeltenis in de spiegel aanschouwt, ziet zichzelf als een geest, los van de lichamelijke gebondenheid, dus als een gestorvene. Zo hebben de verschillende volken over de gehele wereld het opgevat; dat verklaart de wijd verspreide angst voor een spiegelbeeld: dat betekent of brengt de dood.’

Schipbreukelingen van onze eigen Verenigde Oostindische Compagnie – vermoedelijk de eerste westerse kolonisten van Australië - hebben aan den lijve ondervonden wat het is om een verwrongen spiegelbeeld te zijn: veilig aan wal gekrabbeld aan de westkust van dit onbekende continent werden ze door de Aboriginals als geesten van onlangs gestorvenen beschouwd en aan de verkommering overgelaten of zelfs ‘opnieuw’ gedood. De ‘tweede dood’: de definitieve.


Boerenbedrog


Het universele bodembesef waaruit de mythe – het Verhaal - zich, als uit het moeras, aan zijn eigen haar omhoog trekt is het begrip dat alles één is, dat de wand tussen ik en niet-ik een spiegel is, boerenbedrog. Maar het is nu eenmaal het enige bedrog dat we hebben, en waaraan we de kostbare schijn van onze aanwezigheid en identiteit te danken hebben. We moeten blijven liegen en vooral blijven zeggen dat we liegen: de leugen met open vizier.
 


zondag 14 juni 2020

Beeldenstorm is van alle tijden

De huidige bescheiden Beeldenstorm, die in het kader van Black Lives Matter over de Verenigde Staten en Europa zwiept, heeft vele precedenten in het verleden. Doorgaans gaat het om de woede van een deel van de populatie, die min of meer wordt georkestreerd door een sturende elite. Zo'n vierhonderd jaar geleden was dat in de Nederlanden niet anders. Hieronder een recensie van mijn boek De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden, 1566 door Mark Beumers, waarin een handige samenvatting is vervat.

Bron: Kleio-Historia nr. 3. (2016) 45-46; de kopjes zijn toegevoegd.


In dit schitterend vormgegeven boek wordt de Beeldenstorm in een goed volgend verhaal verteld, ondersteund met afbeeldingen van hoge kwaliteit en en duidelijke kaarten, die elke historicus graag in zijn bezit zou willen hebben.

Het boek bestaat uit tien hoofdstukken met aan het einde een beknopte literatuuropgave. In het eerste hoofdstuk wordt de lezer ingeleid op de Beeldenstorm, waarbij er ook aandacht is voor de eerdere vernielingen in 1524 en 1534-1535.

Ketters en hervormers


Beeldenstorm in Antwerpen
In het tweede hoofdstuk worden ketters en hervormers in de late Middeleeuwen besproken, waarin onder andere de Waldenzen en de Wederdopers centraal staan, die vaak onbekend zijn voor het grote publiek. Speciale aandacht is er voor Johannes Hus en Wessel Gansfort, waarover men normaal gesproken niet veel leest. In hoofdstuk 3 wordt verhaald over Karel V die als heer der Nederlanden zijn centralisatiepolitiek doorvoert ten koste van verschillende privileges op politiek, economisch en religieus gebied. 

In 1555 neemt zijn zoon Filips II het stokje over en continueert zijn vaders centralisatie. Echter verlaat Filips II de Nederlanden in 1559, waarna er vervolgens een reeks van landvoogden neerstrijkt in onze contreien. Gent en Antwerpen komen worden behandeld in verband met hun rijke handelsgeest, voornamelijk de textielindustrie. Antwerpen staat in 1585 natuurlijk in de belangstelling, wanneer deze stad in handen van de Spanjaarden valt.

In het het vierde hoofdstuk wordt de Reformatie besproken die zich vanaf 1517 manifesteert, wanneer Maarten Luther naar alle waarschijnlijkheid 95 stellingen op de kerkdeur te Wittem spijkert. Hiermee zet hij de Hervorming in, die vervolgens wordt opgepikt en uitgebreid door Johannes Calvijn, Zwingli en Erasmus van Rotterdam. Het was Johannes Calvijn die aangaf dat de overheid nooit boven Gods bestuur stond, waardoor een slechte koning kon worden afgezet, als deze zijn plichten jegens het volk schond. 

Plakkaten, vervolgingen


In hoofdstuk 5 komen de Wederdopers weer terug als eerste beeldenstormers, die als radicaalste hervormingsstroming bekend staan. Hoofdstuk 6 gaat door met de verschillende plakkaten en kettervervolgingen, die veelal op de brandstapel terecht kwamen. Al voor het Bloedplakkaat van Karel V in 1550, werden er plakkaten uitgevaardigd om de ketters te bestrijden Vanaf 1523 werden al circa 300 mensen terechtgesteld. Hierbij is aandacht voor regionaal verzet, zoals in Groningen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het Concilie van Trente in 1563, waarvoor er dertig jaar is gesproken om een antwoord op de Reformatie te geven met de Contrareformatie.

Hoofdstuk 7 handelt over het Smeekschrift der Edelen, die in 1566 naar Margaretha van Parma trokken om te vragen om een verzachting van de ketterij. Margaretha was zo onder de indruk dat zij dit toestond, tot grote ergernis van Filips II, die in 1567 Alva naar de Nederlanden zond om de strenge inquisitie nieuw leven in te blazen. Hij bleef tot 1573. Margaretha was het niet eens met deze strenge vervolging en liet dit ook duidelijk aan haar halfbroer merken. Daarnaast is er aandacht voor de sociaal-economische voedingsbodem voor de Beeldenstorm, met betrekking tot voedselschaarste. Het andere deel van het hoofdstuk handelt over de protestantse hagepreken als gevolg van het Smeekschrift. Op deze wijze werd het volk opgehitst tot opstand en de ideeën verspreidden zich zeer snel door deze oral tradition.

De eigenlijke Beeldenstorm


In hoofdstuk 8 wordt de eigenlijke Beeldenstorm beschreven in geheel Nederland, ondersteund met chronologische kaders met alle bijbehorende plaatsen. Dit biedt de lezer een gedetailleerd overzicht over hoe de Beeldenstorm zich door de Nederlanden heeft verspreid, en waar deze niet tot stand kwam door plaatselijk verzet of andere wetten. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een item over Pieter Datheen, die uiteindelijk niet meer welkom was in de Nederlanden.

Hoofdstuk 9 gaat verder op het vorige hoofdstuk met het noorden en oosten als geografische context, zoals Amsterdam en Den Haag. In hoofdstuk 10 wordt tenslotte verwezen naar het proces van Beeldenstorm naar de eigenlijke Opstand in 1568. Het bewind van Alva komt aan bod, alsook de strijd van de Watergeuzen in Den Briel in 1572 en de minder bekende Bosgeuzen in Vlaanderen. Het hoofdstuk sluit af met de Reductie van 1591, met daarvoor aandacht voor de Akte van Verlatinghe in 1581, waarbij Filips II als vorst verlaten wordt.

Fascinerend thema


Concluderend is dit een schitterend nieuw boek over een zeer fascinerend thema binnen onze geschiedenis. De auteur is erin geslaagd om een zeer leesbaar en bruikbaar boek te schrijven, dat niet alleen bruikbaar is voor gewone lezers, maar ook voor historici en docenten Geschiedenis, die de Opstand als examenthema moeten behandelen, aangezien het boek het examenkatern precies volgt. Hopelijk volgen er meer van zulke mooie uitgaven.

De Beeldenstorm • Van oproer tot Opstand in de Nederlanden , door Jan J.B. Kuipers

Aanbieding: € 19,99  29,95


zaterdag 30 mei 2020

Emelisse en de Groene Man

De boeiendste vondsten zijn vaak objecten die bovenal vragen oproepen. Zoals dat kleine zandstenen kopje, dat tientallen jaren geleden werd veiliggesteld door Piet Zuijdweg (1909-1979) uit Kats. Zuijdweg behoorde in de jaren vijftig en zestig tot een kleine groep Zeeuwse amateur-archeologen, die een pioniersfunctie van grote betekenis hebben vervuld. Zijn werkterrein was Noord-Beveland. Eén van de terreinen die zijn aandacht had was het verdronken dorp Emelisse.


Bij het egaliseren van de ‛Emelisse-weie’ in 1938 raakte Zuijdweg, toen achter in de twintig, in archeologie geïnteresseerd. Hij kocht voor studiedoeleinden aardewerkvondsten van dit terrein op en sloeg gaandeweg ook zelf aan het zoeken. Van het verdronken Emelisse, in 1216 als parochie vermeld, zijn mede dankzij Piet Zuijdweg zelfs vondsten bekend van vóór het jaar 1000.

Aanzienlijk dorp


Emelisse was een aanzienlijk dorp, met een cisterciënzer nonnenklooster binnen de parochiegrenzen (al na de vloed van 1288 verplaatst naar Walcheren) en een gasthuis. De kerk had twee pastoorsplaatsen en later zelfs vier. Het dorp verdween in 1530/32, het gebied werd in 1598 herdijkt in de Oud-Noord-Bevelandpolder.

De egalisering van de ‘weie’ vond plaats in het kader van werkverschaffing, een project dat wegens de voortgeschreden normen van archeologische monumentenzorg nu ondenkbaar zou zijn. De werkzaamheden van 1938 brachten onder meer vier bakstenen sarcofagen met skeletresten aan het licht. Eén van de sarcofagen was 2,70 meter lang. Het lijk was er waarschijnlijk bekist in gedeponeerd; op de vloer werden stukjes half vergaan hout, ijzeren spijkers, scharnierfragmenten en schilfers lei aangetroffen.

(Tekst vervolgt onder afbeelding.)



Devotiebeeldjes


Zuijdweg begon omstreeks 1954 serieus met zoeken en optekenen. Uit Emelisse redde hij onder meer pijpaarden devotiebeeldjes en natuurstenen bouwfragmenten, zoals een deel van een altaaropbouw of sacramentshuisje. Zijn meest curieuze object uit dit dorp is ongetwijfeld een beschadigd zandstenen hoofdje van 13,5 bij 13,6 centimeter, mogelijk een stuk kapiteel (zuilbekroning) of deel van een doorgang. Het behoort nu tot de collectie van Historisch Museum De Bevelanden in Goes. 

Uit beide mondhoeken van het hoofdje komen plantenranken tevoorschijn, die zich splitsen rond kin en hoofd. Waarschijnlijk is het kopje losgekomen bij een spontane breuk tijdens sloopactiviteiten of iets dergelijks. 

Jack-In-The-Green


Deze romaanse mascaron, volgens Zuijdweg afkomstig van het kloosterterrein, werd door de toenmalige directeur van het Goese museum L.J. Abelmann gedetermineerd als mogelijke afbeelding van het hoofd van Sint-Jan de Doper. Maar hij vertoont de trekken van een mythologische en folkloristische figuur, die in het Britse volksleven nog altijd een rol speelt: de befaamde ‛Green Man’, met zijn uitvloeisel ‘Jack O’Green’ of ‘Jack in the Green’. Zelfs mega-rockband Jethro Tull wijdde in 1977 het nummer ‛Jack-In-The-Green’ aan deze natuurgeest, die vooral opduikt tijdens meifeesten. 

Tek. Jan Bruijns (in: Kuipers 1988)
Als kerkdecoratie op kapitelen, doorgangen en graftombes is het motief bekend sinds de vijfde eeuw. Parallellen van de Europese Groene Man, inclusief het loof uit de mondhoeken, komen bovendien voor in het decoratieprogramma van hindoeïstische tempels in India. 

De Groene Man is dus meer dan een Europeaan – hij is een wereldburger.

Bron: Jan J.B. Kuipers,  'Een kosmopolitische ‛natuurgeest’ uit Emelisse'. Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 28 januari 2015, bijlage Buiten. 

In de loop van de jaren heb ik vaker over het kopje gepubliceerd, bijvoorbeeld:

- 'Het tweede droevige einde van Emelisse', in: Jan Kuipers, Dwaallichten in de delta. Volksverhalen, schedels en schatten en andere wetens- en merkwaardigheden uit het Zeeuwse (Goes 1988), 107-109.
- 'Een kosmopolitische kop uit Emelisse'. Nieuwsbrief Archeologie (Informatieblad Provincie Zeeland) nr. 13, december 2000, 7 (rubriek ‘Vondst voor het voetlicht’).
- 'Piet Zuijdweg, de man die alles zocht'. Westerheem 55(2006)5, 238-245 (themanr ’50 jaar AWN-afdeling Zeeland’).


***

Lees ook: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Goffe Jensma en Oebele Vries, Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden. Tweede herz. dr. (Zutphen: Walburg Pers, 2020). ISBN 9789462494688, € 29,99.

'Dit werk misstaat bij helemaal niemand in de boekenkast.'

Edublog Martijn Wijngaards