vrijdag 15 juni 2018

De gestolen mantel van Onze-Lieve-Vrouw in het Kinderbed

Op 29 mei 2018 publiceerde ik een bijdrage op Zeeuwse Ankers over Verdronken vroomheid in Hinkelenoord (Verdronken Land van Zuid-Beveland). Hierbij kwam ook een specifieke devotie ter sprake in het nabije Reimerswaal, Zeelands bekendste verdronken stad. In 1484 en 1494 vernemen we daar van ‘O.L. Vrouw Kinderbedde’, een speciale verering van de moeder van Jezus in het kraambed, die in de zestiende eeuw door het Concilie van Trente is afgeschaft.


Hinkelenoord (omcirkeld) op een kaart uit ca. 1545.


Beeldenstorm


Van Onze-Lieve-Vrouw in het Kinderbed had ik tot dusver maar weinig vernomen. Verwante of identieke onderwerpen dienen zich in korte tijd vaak meerdere malen aan. Nog geen twee weken na de post op Zeeuwse Ankers gidste ik voor de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland een gezelschap Vlamingen langs elementen van de Staats-Spaanse Linies in West Zeeuws-Vlaanderen. In mijn dankpakketje zat het boek Te triest om 't al te vernemen. Beeldenstorm in Gent 1566. Het ooggetuigeverslag van Marcus van Vaernewijck. Deze uitgave van de Stad Gent i.s.m. Uitgeverij Snoeck (2016) bevat een hertaling door Joris De Zutter van de kroniek van deze Gentse patriciër. Van Vaernewijck verschijnt ook ten tonele in mijn eigen recente boek De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden bij WalburgPers.


Marcus van Vaernewijck, door Pieter de Jode


Naar beneden gegooid


En ziedaar; in zijn relaas  beschrijft Van Vaernewijck ook de vernieling van de voorstelling van OLV Kinderbedde in de Sint-Niklaaskerk in Gent tijdens de Beeldenstorm in augustus 1566, "een van de grootste catastrofes die onze stad ooit hebben geteisterd", aldus schepen Annlies Storms in het voorwoord van de hertaling. Van Vaernewijck behandelt het onderwerp twee keer. Op pagina 89 van de hertaling:

In de Sint-Niklaaskerk werd ook alles omver gegooid. In deze kerk stond een altaartafel, die Onze-Lieve-Vrouw voorstelde alsof ze in het kinderbed lag, bijna levensgroot, in beschilderd houtsnijwerk. Dit retabel werd door de vrouwen en de kosters versierd met sieraden, bloemenkransen, sluiers van zijde en fijn doek en dat soort dingen. Het kindje Jezus stond achter het bed mooi te blozen. Aan het voeteneinde zat Jozef, zijn hoofd steunend op zijn hand. Tegen deze altaartafel riepen de kinderen: 'Kom daar af, Maaike, je hebt lang genoeg in het kinderbed gelegen en versterkende papjes gegeten, nu moet je verhuizen.'  Ze hebben de altaartafel naar beneden gegooid, samen met de wassen kindjes, armen en benen, die daar aanhingen. Veel mensen betoonden dit retabel een grote devotie, omdat de voorstelling hen zo goed beviel, zodat ze daar ter ere van Onze-Lieve-Vrouw dingen offerden tegen allerhande miserie en gebreken. De altaartafels werden open en bloot langs de straten weggesleept, misschien door sommige personen, die ze wilden redden of die er recht [vanwege private schenking, JK] op hadden.

Inhaligheid


Op pag. 115 van de hertaling komen mogelijke niet-religieuze motieven bij het vernielen van deze 'oude altaartafel' te midden der algemene destructie aan de orde:

Men had de gewoonte Onze-Lieve-Vrouw te bekleden met een kostbare mantel. Die mantel was kort daarvoor gestolen. Men deed navraag waar hij zou kunnen gebleven zijn. Een kerel, een valse praatjesmaker, beweerde dat hij wist aan wie men die vraag moest stellen. Toen men bij hem om verduidelijking kwam, antwoordde hij dat ze het moesten vragen aan de vroedvrouw van Onze-Lieve-Vrouw! Zo bleken het allemaal kwaadwillige verzinsels geweest te zijn. De verering van Maria, waar inhaligheid mee in het spel was (men offerde daar immers graag het eerste garen, dat de meisjes gesponnen hadden en nog meer van dat soort dingen) begon het volk te ergeren en ze begonnen er sarcastisch over te doen.

De pantoffel van Lange Weyn


Dat garen, aldus een noot bij dit hertaalde citaat, werd naderhand kennelijk verkocht, een praktijk waaraan de mensen zich ergerden. Woede omtrent zelfverrijking door geestelijken, aangevuurd door de economische en maatschappelijke miserie van deze jaren, is een zeer frequent motief in het helle weefsel van de Beeldenstorm; zie bijvoorbeeld de vernielingen in de Oude Kerk te Amsterdam - waar Lange Weyn haar beruchte pantoffel gooide -  in De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden. In elk geval maakte het fundamentalisme van de Gentse beeldenstormers korte metten met een voorstelling waarvan Rome zelf in Trente al officieel afscheid had genomen.