zondag 29 mei 2022

Van stoere burcht tot insectenhotel: de Hellenburg

Ik herinner me geen enkel insectenhotel te hebben gezien waar een druk verkeer van insecten plaatsvond. Dat zegt weinig, misschien verschuilen de diertjes zich graag voor ondeskundige personen. In elk geval detoneert het bouwseltje op het terrein van het verloren gegane kasteel Hellenburg, net ten westen van Baarland, minder dan de pontificale vlaggenmast die er óók staat. Toch een aanrader voor de liefhebbers, dit sfeervolle terrein met de opgemetselde funderingen van de hoofdburcht van de Hellenburg: een kasteel dat er niet erg lang stond, maar wel een bewogen historie had.


Tekst vervolgt onder foto

Hellenburg met vlaggenmast en insectenhotel (foto H.M.D. Dekker). 


Waarschijnlijk ontstond de Hellenburg omstreeks 1300. De eerste fase was die van een donjon of woontoren; daarna ontstond het rechthoekige kasteel, dat bij de Cosmas- en Damianusvloed in 1477 zal zijn verwoest. De fundamenten zijn bij grondwerk in 1955 bij toeval herontdekt. Onder leiding van J.G.N. Renaud is toen archeologisch onderzoek verricht. Het fundament van de hoofdburcht bleek goed bewaard te zijn gebleven; van de voorburcht ten noorden ervan resteerde niet veel. Deze was via een dam verbonden met de hoofdburcht.


Tekst vervolgt onder de mededeling 

Lees ook: Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden.





€ 29,99; e-pub € 14,99.
Hardcover, full color, groot formaat, 192 blz.
ISBN 9789462494688

‘Een redelijk coherent geheel en een completer beeld dan in de meeste canons wordt bereikt.’

Historiën 



Het onderstaande komt uit: Jan J.B. Kuipers & Johan Francke, Geschiedenis van Zeeland. De canon van ons Zeeuws verleden. Zutphen: Walburg Pers, 2009 (uitverkocht), 50-53 (venster 11: Hellenburg Baarland, 1312)

 

In de strijd tussen Holland en Vlaanderen om de macht over het huidige Midden-Zeeland  kozen Zeeuwse edelen uit eigenbelang afwisselend voor beide partijen. Bij de slag van Baarland in 1295 streden de meesten aan Hollandse kant.

 

STRIJD HOLLAND EN VLAANDEREN | Na eerdere krijgstochten tussen Holland en Vlaanderen om onder meer Zeeuwse problemen op te lossen, kwam in 1167 het Verdrag van Brugge tot stand. Het bestuur over Zeeland Bewestenschelde zou min of meer gezamenlijk worden uitgeoefend door Vlaanderen en Holland, de Hollandse graaf bleef hier leenplichtig aan die van Vlaanderen. Het was een recept voor twist en oorlog gedurende anderhalve eeuw; pas met het Verdrag van Parijs uit 1323 kwam het gebied in volledig bezit van de Hollandse graaf.

Het conflict beleefde tussen 1253 en 1304 zodanige crises met bijbehorend wapengekletter, dat we wel van oorlogen kunnen spreken. De eerste campagne was een mislukte invasie van de Vlaamse vloot bij Westkapelle in 1253; de Vlamingen leden zware verliezen. Melis Stoke verhaalt er uitvoerig over. De Vlamingen werden opgewacht door een Zeeuws-Hollands-Duits leger, dat al aanviel vóórdat de Vlaamse ridders hun paarden konden ontschepen. De meerderheid van de Vlamingen werd gedood; de latere Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre liep verwondingen op aan beide benen en hinkte de rest van zijn leven, terwijl zijn jongere broer Jan een oog moest missen. Beiden kwamen na enkele jaren vrij na betaling van een groot losgeld; de overlevenden van minder allooi moesten hun wapens inleveren en zich ontkleden voor ze werden vrijgelaten en overgezet. In Vlaanderen omgordden velen zich met groene-erwtenranken om hun schaamte enigszins te bedekken. De Slag bij Westkapelle was één van de zwaarste nederlagen die een Vlaams leger ooit had geleden.

 

Een volgende bloedige episode kwam in de jaren negentig, met nieuwe Vlaamse invasies in 1290 en 1295. Bij de aanval van 1290 werden de Vlamingen gesteund door de Zeeuwse edelen en troepen, in 1295 waren de Zeeuwen de Hollandse kant toegedaan. De Vlamingen wensten nu de Zeeuwse edelen zoveel mogelijk schade te berokkenen. Stoke verhaalt dat ze met veel huurlingen naar Baarland voeren in grote schepen, hulken en andere boten. Ze ontmoetten weinig tegenstand en staken Baarland in brand. Maar graaf Floris V, aldus het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa (1839-1851), bezorgde ‘den Vlamingen, die te Baarland geland waren, den 12 November 1295 door het beleid van Doedijn van Everingen en eenigen uit het geslacht van Van Borssele eenen volkomen nederlaag’, welke overigens niet te vergelijken was met het drama te Westkapelle 42 jaar tevoren. Toen de plunderende Vlamingen de Zeeuwse strijdmacht zagen naderen trokken ze zich haastig terug. Het wordt in fraaie bewoordingen verteld in de Geschiedenis des vaderlands (tweede deel, 1833) van onze nationale romanticus Willem Bilderdijk, die meldt dat de Vlamingen Baarland

 

‘rijkelijk plonderden en blaakten, en zich verspreidden om buit te maken. Wanneer men dit vernam, trokken die van Borselen onder Doedijn van Everingen, ten getale van 300, hun tegen, met groote drift; en de Vlamingen zagen naar hun schepen om. De slachting was wel niet groot, want er bleven niet veel meer dan 200 Vlamingen op het veld liggen, maar meer dan 1000 man verdronken, of smoorden al vluchtende in ‘t slijk, ook wierden er gevangenen gemaakt. Deze werden gerantsoeneert, voor zoo verr’ zij rijk waren; en de arme werden naakt uitgeschud (het geen het gebruik van die tijden was) en zoo, op Floris bevel, naar Vlaanderen te rug gezonden. Een zware storm die er opstond, joeg vele der Vlaamsche schepen van hunne ankers, en een van die, wel bemand als het was, naar de Hollandsche kust, en daar werd het bemachtigd. - Daarop week het Vlaamsche leger en ontbond zich, en Graaf Wijt eindigde zijn veldtocht, met hartzeer.’

 

Vanaf 1312 waren de heren van Renesse am­bachtsheer van Baar­land, Bakendorp en Oude­lande. Na 1312 stichtten ze in Baarland twee kastelen: het Hof van Baarland (ten noordoosten van de kerk), nu een fantasierijke reconstructie rondom het voormalig koetshuis, en ten westen van het dorp de Hellenburg, waarvan de fundamenten (van de hoofdburcht) zijn opgemetseld tot een archeologisch monument. De voorganger van het Hof van Baarland was een mottekasteel, dat in de woelige jaren rond 1300 nog een rol moet hebben gespeeld; vermoedelijk had ook de Hellenburg een soortgelijke voorganger. Doedijn van Everingen had kort voor zijn deelname aan de Slag bij Baarland ter plaatse een kasteel in bezit.

 

Detail fundamenten Hellenburg
(foto H.M.D. Dekker)

Het stamslot van de Renesses, SLOT MOERMOND (9) was in 1297 verwoest door Wolfert I van Borssele, evenals zijn rivaal Jan van Renesse hoofdrolspeler in het Hollands-Vlaams conflict om Zeeland Bewestenschelde. Wolfert was ook betrokken bij de Baarlandse oorlogshandelingen in 1295; zijn loopbaan en levensloop vormen een groots verhaal van drieste ambitie, maar ook een illustratie van het stokoude spreekwoord ‘hoogmoed komt voor de val’.


Wolfert was heer van Veere en Zandenburg. In 1282 droeg hij zijn goederen nog op aan de gravin van Holland, maar in 1290 ontketende hij een opstand tegen Floris V, onder meer om de splitsbaarheid van de Zeeuwse lenen (ambachtsheerlijkheden) op te heffen. Het liep verkeerd af en Wolfert vluchtte. Later volgde een verzoening. In  1297 huwde hij Catharina van Voorne, vermeend minnares van graaf Floris V die een jaar tevoren door Hollandse edelen was vermoord – een complot waarmee alle betrokkenheid door Wolfert werd ontkend. Wolfert kreeg een stevige greep op Jan I, Floris’ jonge opvolger. Deze zeer begerenswaardige en dus gevaarlijke positie zette veel kwaad bloed. Graaf Jan I stierf al in 1299, vijftien jaar oud. Zijn dubieuze beschermer Wolfert van Borssele werd in hetzelfde jaar in Delft door het gepeupel gelyncht. Waarschijnlijk op aanstichten van jaloerse Hollandse edelen gooide men hem uit een raam: een val die de krijgsheer-diplomaat niet overleefde. Volgens de overlevering landde hij op de spiezen van de schildwachten die hem bewaakten.

 

Zeshonderdvijftig jaar na dato, in 1955, kwam de Slag bij Baarland nog even in het nieuws:

 

‘In de vreselijke veldslag te Baarland tussen het invasieleger der Vlamingen, dat korte tijd geleden op de Bevelandse eilanden is geland, en de Hollanders, is een der Hollandse edellieden door een lans van een der Vlaamse krijgslieden getroffen. De lans drong in ‘s ridders hoofd. Hij sloeg voorover van zijn paard en overleed onmiddellijk. Het stoffelijk overschot zal bijgezet worden in de kerk te Coudorpe.’

 

Aldus de aanhef van een artikel in het Zeeuwsch Dagblad van 19 augustus 1955. Een maand tevoren was men in het kader van ruil- en herverkaveling bij het voormalige Coudorpe op overblijfselen van een kerkhof gestuit. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek verrichtte een opgraving, waarbij o.a. de tracering van een kerk werd blootgelegd, vlak achter de ook nu nog bestaande Coudorpse vliedberg. Op het kerkhofterrein en in de kerk lagen graven met vrij gave skeletten. In een hoek van de kerk vond men een grafkelder van kloostermoppen met daarin een stoffelijk overschot met een lengte van ongeveer 1,90 meter: forse afmetingen, hetgeen evenals de grafkelder duidt op iemand met een geprivilegieerde positie. Onder de schedel lagen ijzerresten, mogelijk afkomstig van een krijgshelm.


Het intrigeerde de Kwadendamse hoofdonderwijzer en heemkundige A. de Boo (1920-1987). Geduldig reconstrueerde hij de schedelfragmenten van de lange man. De Boo concludeerde dat de eigenaar een ridder moest zijn geweest, gedood door een lansstoot tijdens de Slag bij Baarland. De lans was bij de linkerkaak binnengedrongen - de linkerooghoek, linkerkant van de neus en linkerbovenkaak ontbraken - en iets boven de kruin weer door het schedeldak naar buiten gekomen. Uit het schedeldak was een driehoekig scherfje geslagen; ook waren twee afrondingen van de lanspunt volgens De Boo duidelijk te zien. Na de stoot moest de ridder voorover van zijn paard zijn gevallen, waarbij de lans zijn schedelbasis vernielde. Een gruwelijk verhaal, maar waarom nu juist de Slag bij Baarland, kon er geen noodlottig steekspel in het geding zijn? Volgens De Boo niet, want bij toernooien werden lansen met afgeknotte punten gebruikt. Aangezien het graf als dertiende-eeuws was gedateerd lag het verband met de Slag bij Baarland voor de hand. Fantasierijke forensische reconstructie door een bevlogen amateur, die na vele eeuwen het gedruis van bittere strijd in de Zeeuwse polders tot nieuw leven wekte.

 

maandag 16 mei 2022

De H. Elisabeth en haar vloeden

Eigenlijk had deze foto van de H. Elisabeth van Thüringen vorig jaar geschoten moeten worden, tijdens het herdenkingsjaar van de Tweede Sint-Elisabethsvloed (1421). Het hier getoonde beeld van deze heilige (feestdag 17 of 19 november) staat in de zeer fraaie, neogotische Gummaruskerk in Steenbergen (Noord-Brabant).


foto H.M.D. Dekker
Het noemen van vloeden naar heiligen was in de middeleeuwen heel gewoon. In Nederland zijn in totaal drie vloeden naar Elisabeth genoemd: de Eerste (1404), de Tweede (1421) en de derde (1424). De Eerste zorgde in het huidige Zeeuws-Vlaanderen voor een verruiming van de Zuudzee of Braakman, waardoor de plaatsen Hughevliet, het oude IJzendijke en het ietwat raadselachtige Oostmanskapelle verloren gingen. Bij de Tweede verdronk de Grote of Hollandse Waard en ontstond de Biesbosch. De Derde zorgde ervoor, dat veel herstelwerkzaamheden weer ongedaan werden gemaakt, net zoals dat in november 1532 door de Allerheiligenvloed zou gebeuren ten aanzien van het herstel na de rampzalige Sint-Felixvloed van 5 november 1530.


De (oude) Passageule in westelijk Zeeuws-Vlaanderen ontstond waarschijnlijk óók in 1404 dankzij de Eerste Sint-Elisabethsvloed; drie eeuwen later was de Passageulelinie de belangrijkste, maar steeds falende regionale verdedigingslinie in deze streek. Waterstaatshistorie en krijgsgeschiedenis zijn in deze regio sterk verbonden. 


Op vrijdagavond 14 oktober geef ik in museum Het Bolwerk in IJzendijke een lezing over deze Passageulelinie als onderdeel van de Staats-Spaanse Linies. Tegen die tijd ligt er ook een nieuwe herdruk (door WalburgPers) van mijn boek De Staats-Spaanse Linies. Monumenten van conflict en cultuur.


Informatie over het beeld van de H. Elisabeth in de Gummaruskerk









woensdag 11 mei 2022

Vikinghype en ijzeren eeuwen

De film The Northman van Robbert Eggers is een recente bijdrage aan de Vikinghype, die Europa en de VS sinds ongeveer een decennium in een bescheiden greep houdt. Voorgaande uitingen zijn de tv-serie Vikings en een idiote, woke-spin off Viking:Valhalla. Er zijn ook mooie publieksboeken die goed passen in deze belangstellingssfeer, zoals mijn eigen Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee.


In de cinema waren de Vikingen vooral ook in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw populair. Een kaskraker was het nog altijd goed te genieten The Vikings met Kirk Douglas in de hoofdrol. Recenter is Valhalla Rising, een omineus epos met in de hoofdrol Mads Mikkelsen. Nog weer recenter en is de driedelige animatieserie How To Train Your Dragon (2010-2019).


In het boek Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee wordt de mythologie zeker niet vergeten, maar het boek is in de eerste plaats historisch, met een flink beroep op de archeologie. Het boek belicht de turbulente periode in de Europese geschiedenis van twee eeuwen confrontaties met de Vikingen, die in de Lage Landen werden afgesloten met aanvallen op Tiel en Utrecht in 1006/1009. Met een blik die reikt van Byzantium tot Groenland en van de Scandinavische voorgeschiedenis tot de slotakkoorden van de Vikingcultuur in de late middeleeuwen. De Lage Landen en naburig gebied vormen het centrum, met speciale aandacht voor het in elkaar grijpen van gebeurtenissen aan beide zijden van de Noordzee.

€ 31,99, groot formaat, 160 pag.,  full color
ISBN 9789462494886

'een toegankelijk en degelijk boek, dat hopelijk ook zijn weg vindt naar het onderwijs, niet
in het minst omwille van de mooie en gecontextualiseerde illustraties'
Kunsttijdschrift Vlaanderen

'een boeiend, fraai geillustreerd verhaal'
Jan van Damme, PZC

'een gedetailleerd en helder overzicht... brengt de erfenis van de Noormannen in Nederland helder in kaart'
Boekenspecial Historisch Nieuwsblad




zondag 1 mei 2022

Ook follies behoeven onderhoud

Er wordt momenteel hevig gerenoveerd en verbouwd in Plantage Centrum, u weet wel: die folly-achtige buurtschap in de Wouwse Plantage, in de tweede helft van de negentiende eeuw gesticht door de eigenaars van dat landgoed. Alle - zeer decoratieve - gebouwen hier zijn rijksmonument. Een bijzondere buurtschap van ongeveer tien huizen, maar officieel alleen van een afstandje te bekijken. Het dorpje is niet openbaar toegankelijk. 


Tekst vervolgt onder afbeelding

Het 'kasteel' in Plantage Centrum; foto H.M.D. Dekker.


Dat wil zeggen: soms wel. Wanneer het Fantastyval woedde bijvoorbeeld. In 2009 en 2011 werkte ik daaraan mee als auteur en dichter. Uiteraard ging de belangstelling van de meeste bezoekers ook hier uit naar de verkleedpartijen en de bands. Een boek? Wel leuk, maar de letters (en letteren) moesten niet overheersen...

“Het kasteel werd in 1845 door baron De Caters als herenhuis gebouwd. Het was toen een in baksteen opgetrokken landhuis. Toen Paul Emsens in 1895 eigenaar werd, begon hij direct met een verbouwing in neorenaissancestijl. Er werd een achtkantige toren aangebouwd en een biljartzaal. Binnen werd het kasteeltje van de nodige luxe voorzien. De plafonds werden bekleed met op linnen geschilderde taferelen. In de oorlog verdwenen die schilderijen weer en een deel van de doeken werd later gebruikt om de groenten in de tuin af te dekken tegen nachtvorst.”

Tekst vervolgt onder afbeelding

Optreden tijdens Fantastyval 2009; foto H.M.D. Dekker.

***

Bijzondere plekken zijn ook in Zeeland ruim tot zeer ruim voorhanden. Lees ook 111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben.

Meer informatie en bestellen kan HIER.


50 nieuwe plekken en tips


De tweede herziene druk bevat 50 nieuwe plekken en tips! 

Zeeland is een dynamisch gebied met een meervoudige identiteit: eeuwenoud mondiaal handelsgewest én agrarisch arcadië. Dit boek voert langs 111 Zeeuwse plekken die u gezien moet hebben. Plekken die u voeren achter de sluier van de traditionele reisgids. Want Zeeland is méér. 




dinsdag 19 april 2022

Geboorte van Nederland: een heleboel jaartallen

Dit jaar wordt de ‘Geboorte van Nederland’ herdacht: 1572-2022, dat is 450 jaar, een lekker rond getal. Maar het huidige Nederland is een voortbrengsel van na de Belgische Opstand c.q. Revolutie van 1830-1839. Op 19 april 1839 tekende koning Willem I het Verdrag van Londen en erkende daarmee het koninkrijk België.


Zo jong nog, Nederland? Nee, de eigenlijke geboorte was lang en pijnlijk. In mijn boek Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden is één van de cruciale jaren 1482, als Maria van Bourgondië’s val van haar paard in zekere zin het einde symboliseert van de toenmalige Nederlanden als ‘zelfstandig’ gebied - en daarmee van het einde van de Nederlandse middeleeuwen: 

 

"Vijf jaar vóór het noodlottige einde van Maria was het haar afgedwongen Groot Privilege (1477) een vergeefse poging om de middeleeuwse politieke instituties vast te houden – een poging, die voor de Nederlandse staatkundige geschiedenis van de navolgende eeuwen en het Nederlandse eenheidsbesef grote symboolwaarde zou houden. In tegenstelling tot het ‘reactionaire’ karakter van het Privilege is de totstandkoming ervan en het bijbehorende jaartal vaak beschouwd als het begin van een nieuwe periode en zelfs als een soort voorafschaduwing van het Plakkaat van Verlatinghe van 1581, toen de noordelijke Nederlanden Filips II afzwoeren en het avontuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden begon. De Britse historicus Jonathan Israel laat zelfs zijn boek The Dutch Republic (1995) in dit jaar 1477 beginnen."

 

We hebben intussen al vier jaartallen als fasen in het geboorteproces: 1839, 1482, 1477 en 1581. Nederland omvatte nog het hier gemakshalve zo aangeduide Noord en Zuid. De term 'Nederland' (Niderlant) is waarschijnlijk al vóór 1272 voor het eerst gebruikt; dit was het sterfjaar van de Duitse franciscaan Berthold van Regensburg, die had geschreven over de taalverschillen van mensen in 'Oberlant' en 'Niderlant' (tussen Maas en Rijn). 


Vijf jaartallen en (veel) meer


Jacoba van Beieren. Anoniem,
ca. 1600.
De groei van een gemeenschappelijk besef van Nederlanderschap had te maken met het opgaan van de 'Nederlandse' lappendeken van leenstaten en –staatjes in het Bourgondisch verband in de vijftiende eeuw. Een beslissend moment in deze ontwikkeling was 1433, toen Jacoba van Beieren afstand deed van haar titels ten gunste van Filips de Goede. De relatieve ‘eenwording’ versterkte een al sluimerend besef van gemeenschappelijke identiteit in onze ‘landen van herwaarts over’, én van het voordeel van gemeenschappelijke belangenbehartiging. 

Tot in de Habsburgse periode bleven echter de aloude centrifugale krachten van naar autonomie strevende steden als Gent, van adelsfacties en andere maatschappelijke verbanden en partijen, zoals Hoeken en Kabeljauwen, Heeckerens en Bronkhorsten, Schieringers en Vetkopers en het ‘Kaas- en Broodvolk’ een rol spelen. Toch was het eenheidsbesef duurzaam en werd in bestuurlijke zin ook erkend door keizer Karel V (1500-1558), die eindelijk ook het gebied van Friesland en Groningen bij dit grote Nederlandse geheel voegde.


Broze eenheid


De eenheid bleek een broos erfgoed. Staatkundige en culturele scheiding tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden tekende zich alweer af vanaf de latere zestiende eeuw, met de Opstand tegen Spanje en de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

De zestiende eeuw leverde in verband hiermee nog meer belangrijke fasen in de geboorte van Nederland. Zoals 1548, de vorming van de Bourgondische Kreits. En 1579, de vorming van de Unies van Utrecht en Atrecht die de scheiding van Noord en Zuid betekende. En natuurlijk het al genoemde 1581: de afzwering van de Spaanse koning Filips II door de opstandige gewesten, gevolgd in 1588 door het opnemen van de eigen soevereiniteit, waarmee de Republiek van de Verenigde Nederlanden ontstond.

En 1572 dan? Het was een moment in het lange en moeizame bevallingsproces. In dit jaar brak de Geuzenopstand uit, eerder een burgeroorlog,  Deze begon met de inname van Den Briel op 1 april en eindigde in september, toen de ‘Waalse furie’ van Dokkum het bittere eind van deze fase betekende. Waalse troepen heroverden Dokkum op de Opstand, hetgeen uitliep op teugelloze plundering en een stadsbrand: de helft van de bevolking zou zijn afgemaakt, de straten kleurden naar zeggen rood van het bloed. 

Nederland was en is een facetrijk begrip, en zo hoort het ook met historische begrippen. Tot diep in de achttiende eeuw noemden ook Nederlandstalige bewoners van de Zuidelijke Nederlanden hun streek Nederland.

***

Een tweeluik over het geboorteproces van Nederland:


Jan J.B. Kuipers, De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden

ISBN 9789462490307, € 29,99. Hardcover, fullcolor, groot formaat, 176 blz.

De Beeldenstorm markeert het begin van de Opstand tegen Spanje, uitgevochten in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Aanleiding en kader waren religieus, reactie op de meedogenloze kettervervolgingen. Er speelden ook andere motieven: economische nood en politieke frustratie. Op enkele maanden Beeldenstorm volgden zes jaar schrikbewind onder Hertog van Alva. De Beeldenstorm presenteert het verhaal van 1566 in de veelkleurige context van de reformatiegeschiedenis.

*

Jan J.B. Kuipers, Willem van Oranje. Prins in opstand

ISBN 9789462493445, € 29,99, ePub € 14,99. Hardcover, fullcolor, groot formaat, 176 blz.

De discussie over leven, karakter en betekenis van Willem van Oranje (1533-1584) laait regelmatig op. De figuur van de ‘vader des vaderlands’ is nog springlevend. De Opstand tegen Spanje en de Reformatiegeschiedenis in de Nederlanden zijn niet denkbaar zonder deze prins van Oranje, die in zijn eigen tijd al voorwerp was van felle controverses. Oranje stond aan de wieg van de Noord-Nederlandse natie, maar deze ‘geboorte’ voltrok zich tegen zijn wil. Zijn pogingen om de scheuring van Noord en Zuid te voorkomen bleven vruchteloos. Willem was weliswaar een belangrijke actor in de ontwikkelingen van zijn tijd, maar ook iemand die daardoor werd meegesleurd en getransformeerd. Als elfjarige verhuisde de prins van de Dillenburg naar het Brusselse hof, centrum van een wereldrijk, om zijn opvoeding te voltooien. Het was zijn introductie op het historische toneel, waar zijn rol bepaald zou worden door een bloedig conflict dat de mythische duur van tachtig jaar bereikte. Willem van Oranje. Prins in opstand volgt het leven van de prins tegen de breed geschetste achtergrond van de Opstand en de scheiding van Noord en Zuid, die ook de meest dramatische periode van beide naties vormen.

maandag 11 april 2022

Niet naar de schilderijen wijzen!

Zondag 11 april naar het Markiezenhof in Bergen op Zoom om de wisselexpositie ‘Hoge luchten, schatten uit het Rijks’ met vooral zeventiende- en negentiende-eeuwse schilders te bezoeken. Ik kijk naar het 'Stadsgezicht in Dordrecht' van Johannes Schoenmakers, 1819 - 1821. Op veilige afstand wijs ik mijn partner op een detail op het dak van het afgebeelde stadhuis (van vóór de grote verbouwing). Een halve ton als ooievaarsnest? Onmiddellijk doemt een suppooste of vrijwillige medewerkster op. ‘Wilt u niet naar de schilderijen wijzen! Ze zijn erg duur verzekerd.’

Is ze bang dat ik door het gewicht van mijn wijsvinger naar voren val, tegen het kunstwerk aan? 

‘Ik zal mijn arm bij de elleboog laten afzagen,’ antwoord ik schertsend. Ze neemt er geen notitie van en oreert verder. 

Als ú gaat wijzen, gaan ze het straks allemaal doen.’ Dit gewauwel beu, draai ik me middenin het absurde betoog om en loop weg. Er is immers zoveel te zien! Je arm wordt moe van het wijzen en wijzen en wijzen.


Markiezenhof, foto H.M.D. Dekker

*

Lees ook: Jan J.B. Kuipers, Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee (WalburgPers).


Prijs
€ 31,99
ISBN
9789462494886
Uitvoering
Hardback, groot formaat
Aantal pagina's
160


donderdag 7 april 2022

Infopunt verdronken dorpen in slechte staat

Informatiepunt, foto H.M.D. Dekker

Het Informatiepunt voor de verdronken dorpen aan de oostkant van Colijnsplaat, ongeveer een kilometer verwijderd van het eigenlijke Monument voor de verdronken dorpen, staat er al jaren verwaarloosd bij. 

Beide objecten dateren uit 2009 en beide liggen aan de Zeedijk (Oosterscheldedijk): het Informatiepunt achter de Visafslag en het Monument vlakbij de Zeelandbrug. In 2016 had de Provincie Zeeland geen trek meer om het Monument te onderhouden en de gemeente Noord-Beveland zag er niets in om het beheer op zich te nemen.

Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk bleek gelukkig wel bereid het onderhoud én het eigendom van het Monument, een ontwerp van kunstenares Lydia Schouten, over te nemen.

Maar wie zorgt er voor het Informatiepunt? Niemand vermoedelijk. 

De teksten voor het Informatiepunt zijn destijds door mij als medewerker van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ) geschreven; er is toen ook een brochure van gemaakt. Die vond onder meer goede aftrek op het Dollardcongres in Leer (D.) in september 2009, waar collega Robert van Dierendonck en ik namens de SCEZ de 'verdronken geschiedenis' van Zeeland vertegenwoordigden.

Informatiepunt, foto H.M.D. Dekker


*

Lees ook: Jan J.B. Kuipers, De Hanze. Kooplui, koningen, steden & staten


€ 29,99  
ISBN
9789462494466
Uitvoering
Hardback, groot formaat
Aantal pagina's
160
 



Nieuw boek over Oosterscheldeparel Yerseke

Donderdag 11 juni verschijnt bij Uitgeverij Noordboek Yerseke. Duizendjarige parel aan de Oosterschelde van de auteurs Ruben A. Koman en Ja...