zondag 13 januari 2013

Echo's van het water

Met de zestigjarige herdenking van de Februariramp 1953 in het verschiet dook ook dit boekje weer op in enkele regionale boekwinkels: Echo's van het water, uitgegeven als boekenweekgeschenk van de Week van het Zeeuwse boek in 2002 en geschreven in samenwerking met Cees Maas


De 'Epiloog aan de Oosterschelde' in het boekje luidt als volgt:

Ik ken niets dat doortrapter is dan water, schrijft Ed. Hoornik. We zitten op het terras aan de Oosterschelde, bij Heerenkeet, waar onze tocht begon. Het weer is niet best. Het water waait het haventje in. Polyester bootjes dobberen wild aan hun ankerlijnen.
Gisteren hebben we een andere tekst gelezen, toen we een bezoekje brachten aan het Topshuis, de eenzame kolos op het voormalige werkeiland Neeltje Jans.
‘Zeeland is veilig’, sprak koningin Beatrix, toen ze precies op die plek in 1986 de stormvloedkering voor geopend verklaarde.  Op dit magistrale sluitstuk van de Deltawerken staat een monument met een dichtregel van Ed Leeflang.

Hier gaan over het tij
de maan, de wind en wij.

Dat staat er.  Het is een simpele en briljante dichtregel waar je van alles in kunt vermoeden. Van de hoogmoed van de mens, die denkt met beton en staal de zee getemd te hebben, tot de nederige constatering dat er naast het menselijk vernuft enorme oerkrachten bestaan die zonder enige menselijke invloed wel bepalen wat er gebeurt.

De tocht voerde ons door stille straten van gehuchten, door argeloze polders en over de knisperende schelppaden van de kerkhoven. Van Nummer Eén tot Texel. We vonden de Ramp overal. In tekens in het landschap, maar vooral in de hoofden van mensen. En in de herdenkingsdrift van de autoriteiten, de clubjes, de nijvere heemkundige collectioneurs. 
De verslaggevers waren ons zeer van waarde. En dan bedoelen we niet alleen de krantenlui, maar ook de kunstenaars, de fotografen en de schrijvers met hun beelden, hun proza en hun poëzie. Ieder van hen maakt op zijn eigen wijze en met zijn eigen medium een impressie van de oude watersnood.
Ieder van hen doet verslag.
Alles doet verslag.
Wij ook.

Zelfs de mevrouw die ons hier op ons winderige terras aan de Oosterschelde onze middagkoffie aanreikt.
‘Ze geven storm af, ik hoop dat de dijk het houdt,’ zegt ze lachend.
En het water?
Wie in dit gewest vergeet het water?
De Roggenplaat staat onder nu. Grijze schaduwen zeilen over de horizon. De vloed trekt alle boeien scheef. De vogels zijn weg.
Het water slaat verrukt op het basalt.
Je kijkt ernaar.
En weet.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten