zaterdag 7 december 2019

Tien jaar boek over Zeeuwse canon

Een hoofdrol voor het water


Tien jaar geleden, in 2009, verscheen het boek over de Canon van Zeeland. Jan J.B. Kuipers is een van de auteurs die de onderwerpen van zijn provinciale geschiedenis beschreef in deze uitgave Geschiedenis van Zeeland, de canon van ons Zeeuws verleden. Kuipers: ''Dat verleden is onlosmakelijk verbonden met het water.”


Bron: Cultuurkroniek, Jaarmagazine 2009 van het Prins Bernhard Cultuurfonds, 
2010, 41-43 | door Liesbeth Maas (bew.)


De Zeeuwse canon is, net als de nationale canon, opgebouwd uit veertien hoofdthema´s en vijftig daaraan verbonden onderwerpen, vensters geheten. En net als de Nederlandse canon is de Zeeuwse canon een geschikt leermiddel voor scholieren tussen de negen en veertien jaar, waarbij de Nederlandse en de Zeeuwse geschiedenis in samenhang kunnen worden gezien. Het (al jaren uitverkochte) boek richtte zich ook volwassen belangstellenden. Jan Kuipers in 2009: “Zeeland maakt deels dezelfde bewegingen als de rest van Nederland maar wijkt er ook van af. Zo kwam de verstedelijking eerder op gang door de overzeese handel, maar met de industrialisatie en de aanleg van kanalen en spoorwegen waren we laat.”

Blikvangers


In vijftig hoofdstukken komen alle historische blikvangers van Zeeland aan bod. Van de Romeinen en de zendeling Willibrord naar Zeeuwse kapers en zeehelden, meekraptelers en kanalengravers. De jongere geschiedenis werpt licht op onder meer Mondriaan in Domburg, de Tweede Wereldoorlog en Zeeuwse Molukkers. 

Kuipers: “De canoncommissie bestond uit vertegenwoordigers van culturele erfgoedorganisaties uit de hele provincie. Leuk detail daarbij is dat de Zeeuwse bevolking zich over tien vensters mocht uitspreken.” Er werd een keuze uit twee mogelijke onderwerpen geboden, een onafhankelijke jury hakte uiteindelijk de knopen door, gebaseerd op reacties vanuit de provincie. Zo veranderde het door de commissie voorgestelde venster van de stormvloedkering Oosterschelde in een venster over de Watersnood 1953. “Daarmee veranderde wel het venster maar niet de inhoud van het onderwerp waar we door het venster naar kijken. Natuurlijk komen de Deltawerken aan bod, alleen gaf de bevolking aan deze te willen herinneren via de watersnoodramp”, legt Kuipers uit.

[De tekst gaat verder onder de afbeelding]

Canon van Zeeland en van de Middeleeuwen; van de laatste verschijnt omstreeks februari 2020  een herdruk. 

Zesduizend jaar


Jan Kuipers schreef de canon samen met maritiem historicus Johan Francke. Kuipers richtte zich vooral op de vroege periode van zijn provinciale geschiedenis, die zesduizend jaar geleden begint met de eerste bewoners: jagers, verzamelaars en vissers. In Zeeland is hij een bekend figuur, zo was hij in 2005 en 2006 stadsdichter van Middelburg; hij heeft veel boeken en artikelen over de Zeeuwse geschiedenis op zijn naam staan en beheerde tot 2019 voor Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (later Erfgoed Zeeland geheten) het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA).

Kuipers vertelt dat er in Zeeland sprake is van een fascinatie voor de eigen geschiedenis, wat volgens hem vooral veroorzaakt wordt door de geografisch wat perifere ligging ten opzichte van de randstad. “Er zijn hier verschillende organisaties die zich met de provinciale geschiedenis bezighouden en er verschijnen veel publicaties over ons eigen verleden. De Zeeuwse canon sluit hierop naadloos aan.”

Scherven en doodshoofden


Dé rode draad door de geschiedenis van Zeeland is het water. “Dat ons zowel goed als kwaad heeft gebracht. De welvaart die het water ons gaf in de vorm van een bloeiende zeehandel en tegelijkertijd de vele stormvloeden die alles kapot maakten en complete dorpen lieten verdwijnen.” 

Het is een van Kuipers geliefde onderwerpen in de canon: de verdronken dorpen van zijn provincie. Het gaat om kerkdorpen die zijn ontstaan in de periode tussen 900 en 1500 en die zijn weggevaagd door het wassende water. Zeeland telt de meeste weggespoelde kerkdorpen van ons land, zo'n 130 maar liefst, en minstens zoveel buurtschappen. 

Een andere uitverkochte boekuitgave
over de Zeeuwse verdronken landen (2004).
Voor Kuipers is het een inspirerend uitje: wandelen in de gebieden waar vroeger volop leven was. “Zo liep ik eens op het terrein waar ooit Valkenisse lag. Ik zag de oude resten van de kerktoren nog staan, er lagen talloze scherven op de grond, alsook doodshoofden en knekels; zij volgden het tij. Aan de horizon zag je de containerschepen log voorbij varen – een mooier plaatje was niet denkbaar.”


Reimerswaal


Vooral de ondergang van Reimerswaal – de enige verdronken stad – boeit de Zeeuw. “Het was ooit de derde stad van Zeeland, na Zierikzee en Middelburg, met bloeiende handelshaven; nu is er niets meer van over. In 1631 verlieten de laatste bewoners hun dorp, na een reeks van hevige stormvloeden te hebben doorstaan. Zelfs het archief is uiteindelijk verloren gegaan in een brand, waardoor het mysterie van de verdronken stad alleen maar groter is geworden.”

Godin in klederdracht?


Een ander canon-hoogtepunt voor Kuipers is Nehalennia, een inheems-Romeinse godin die behalve bij Domburg en Colijnsplaat nergens ter wereld werd vereerd. Nehalennia was de beschermster van maritieme handelaars, zo rond de periode 150-250. 
“Restanten van haar tempel bij Domburg kwamen in 1647 onder het duinzand vandaan”, vertelt Kuipers. “Voor een behouden overtocht beloofden schippers en handelaren de godin een altaar, in 2009 telden we ongeveer 300 opgeviste en opgedoken altaren.” 

Hoe zag Nehalennia eruit? Kuipers pakt zijn boek erbij en laat een foto van haar beeltenis zien. “Ze zit vaak op een zetel in een lang gewaad met een schoudermanteltje. Dat manteltje is uniek, sommigen zien het als het eerste voorbeeld van Zeeuwse klederdracht.” Nehelennia wordt altijd vergezeld door een hond, als teken van trouw en waakzaamheid, en een mand met vruchten, duidend op vruchtbaarheid en voorspoed.

Verrassende Zeeuwen


Grote afwezige in de Zeeuwse canon is de in Kapelle geboren Annie M.G. Schmidt. Jan Kuipers verklaart: “Zij wordt gezien als de belangrijkste kinderboekenschrijfster van de vorige eeuw, maar haar werk behoort toch vooral tot de Nederlandse letterkunde en niet de Zeeuwse.” 

Andere opvallende en soms verrassende ‘Zeeuwen’ die we wél in de canon tegenkomen: Reynaert de Vos, Michiel de Ruyter, Jacob Cats, Johannes Hendrik van Dale (van de Dikke van Dale) en Henriëtte Dorothea van der Meij, de eerste vrouwelijke journalist en eindredacteur van Nederland. Behalve De Ruyter hebben ze niet zoveel met het water van doen. Toch zijn het echte Zeeuwen, die, volgens Jan Kuipers, zich onderscheiden door een eilandenmentaliteit: op zichzelf betrokken en sterk chauvinistisch.


Jan J.B. Kuipers en Johan Francke – Geschiedenis van Zeeland, de canon van ons Zeeuws verleden. Zutphen: Walburg Pers, 2009 (uitverkocht).


Het nieuwe boek van Kuipers bij dezelfde uitgever: De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten (2019).

"De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten biedt een kleurrijk panorama van de geschiedenis en reikwijdte van het verbond. Met aandacht voor de voorgeschiedenis, de verschillende fasen, het langdurige einde. Voor de Hanzeoorlogen, de robuuste kogge, de inzet van kaapvaart en de vage grens met zeeroof. Voor staatkundige ontwikkelingen en opmerkelijke actoren. Voor de rijke culturele erfenis – Hanzegotiek en Artushöfe, maar ook portretkunst, literatuur en muziek. En zelfs voor Hanzehistorici en ‘de Hanze na de Hanze’."

Geen opmerkingen:

Een reactie posten