dinsdag 24 maart 2026

Sporen en spoken van Vinninge

Reeksen kasteeltjes hadden we vroeger in Zeeland. Ten noorden van Hoedekenskerke stonden er al twee. Ze hoorden bij de verdwenen dorpen Vinninge(n) en Oostende. Vinninge lag pal ten noordoosten van het oude Hoedekenskerke, Oostende nog wat verder naar het noordoosten. Dit laatste dorp verdween in de winter van 1520/21 na enkele stormvloeden in de Westerschelde.


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Sporen en spoken van Vinninge'.
Sporen in de delta, Provinciale Zeeuwse Courant 21 december 2022

Over Vinninge weten we wat meer. De in 1216 vermelde kerk was een dochter van die Oostende en gewijd aan O.L. Vrouw. Het dorp is gaandeweg opgeslokt door de bebouwing van Hoedekenskerke. Aan de noordkant van de Havenstraat zijn al voor de Tweede Wereldoorlog skeletten gevonden. 

Op ongeveer dezelfde plek troffen archeologen in 1994 weer skeletten aan, in twee of drie lagen op elkaar. In 2001 vonden ze muurresten van rode baksteen. Deze vondsten betroffen de locatie van het kerkhof en de rond 1608 afgebroken kerk van Vinninge. In 2002 kwamen er nog enkele waarnemingen in de directe omgeving bij.

Puin
Maar hoe zat het met het kasteel, waar vermoedelijk de in 1266/67 genoemde heer Jan van Vinninge en zijn zoon Hendrik hebben gewoond? Hier bieden oude veldnamen uitkomst. Noordelijker dan de sporen van het dorp Vinninge lag ten oosten van de Waanweg de ‘Kasteelhoek’. Hierin hebben lokale onderzoekers zoals de gebroeders Bliek in de vorige eeuw namen vastgelegd die wijzen op de locatie van het voormalige mottekasteel (een constructie op en rondom een aarden bergje). 

Het gaat om de percelen Berg en Kastêêl’oek en om de Stêênpad, een doodlopend weggetje waar veel puin is gevonden. Ruïneuze overblijfselen van het kasteel zijn ten noorden van Hoedekenskerke nog afgebeeld op de Visscher-Romankaart van Zeeland uit 1656. Ze zullen nadien geleidelijk zijn afgevoerd als bouwmateriaal of ter versterking van de dijkvoet.


Ruïne kasteel Vinninge ca. 1656.

In het noorden van de Kasteelhoek bestaat ook nog een veldnaam ‘t Spookeweitje. Heeft die misschien ook met het verdwenen kasteel van Vinninge te maken? Cultuurfilosoof Ton Lemaire betoogde in Filosofie van het landschap (1970) dat spoken onlosmakelijk bij ruïnes horen. Het ‘romantische bewustzijn’ kan volgens hem de ‘volstrekte vergankelijkheid’ niet verdragen en kijkt ‘liever in het lege gezicht van het spook dan in de absolute leegte van de tijd’. 

Om die reden zien we vaak spookverschijningen bij ruïnes. Of deze theorie ook geldt voor het Vinningse kasteel weten we niet. ’t Spookeweitje biedt in elk geval stof voor een mooie wintervertelling.



Dorpskerk Hoedekenskerke (foto H.M.D. Dekker)

***

Te verschijnen:


Yerseke

De duizendjarige parel aan de Oosterschelde
Jan J.B. Kuipers, Ruben A. Koman
 24,90
Let op! Verwacht rond 11-06-2026





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Sporen en spoken van Vinninge

Reeksen kasteeltjes hadden we vroeger in Zeeland. Ten noorden van Hoedekenskerke stonden er al twee. Ze hoorden bij de verdwenen dorpen Vinn...