Zoeken, zoeken, maar niet gevonden in Wolphaartsdijk bij de gratie van Oostkerke: een zinnige vermelding van de illustere inwoner en predikant J. ab Utrecht Dresselhuis (1786-1861), met zijn romantische theorie over de Zeeuwse bergjes als ‘offerhoogten’ en het door ‘zyne vrienden en vereerders’ in 1862 opgerichte obeliskvormige gedenkteken bij de kerk. Over deze, eveneens uit 1862 daterende Nicolauskerk met zijn ongewone, enigszins byzantijns aandoende uiterlijk vinden we ook al weinig bijzonderheden in dit boek. Wel over het twee jaar eerder gebouwde landhuis Villa Nova en zijn stichter, burgemeester C.P. Lenshoek, een man die ik toch een graadje minder interessant vind dan Dresselhuis. Deze aandacht is overigens wel te begrijpen: auteur Bram Coomans, geboortig van Scharendijke (1946), streek in 1999 in Wolphaartsdijk neer in de Villa-Novastraat.
Een groot deel van deze recensie verscheen eerder in Tijdschrift
Zeeland 2025 nr. 4, 99-100.
Het laatste deel ontbrak, vandaar hier de volledige weergave.
Een ‘jammere’ maar begrijpelijke uitglijder treffen we op pagina 11 onder het hoofdje ‘Luctor et emergo – Ik worstel en ontkom’. Coomans: ‘Eén ding staat na het onderzoek als een paal boven water: nergens in Zeeland was bovenstaande provinciale wapenspreuk zo van toepassing als in het vroegere stroomgebied van Schenge en Zuidvliet.’ Helaas, die wapenspreuk slaat op de strijd tegen Spanje, ofschoon Coomans zijn foute interpretatie deelt met talloze anderen. Of er geen andere gebieden in de delta zijn waarop deze interpretatie evenzeer of misschien nog meer van toepassing is, staat bovendien te bezien.
Bram Coomans leverde niettemin met Wolphaartsdijk een sympathiek en informatief boek af, dat door zijn bewust dilettantische invalhoek en parlandoachtige stijl vaag doet denken aan het werk van een negentiende-eeuwse ‘wandelende dominee’ als Jacobus Craandijk of, toch weer, aan J. ab Utrecht Dresselhuis met zijn Wandelingen door Zuid- en Noordbeveland. Coomans heeft een andere achtergrond dan beide dominees: hij was beroepshalve actief in de natuur- en milieu-educatie bij het IVN.
In toenemende mate ging hij zich verdiepen in aspecten van de Zeeuwse geschiedenis en zijn kennis delen door erover te schrijven. In 2017 verscheen zijn op Schouwen gesitueerde historische roman Van God vergeten; in 2021 publiceerde hij een historische verkenning met de titel Karel V, keizer van Zeeland en verre ommestreken. Zijn jongste boek gaat over zijn geboortestreek: De noordkant van Schouwen door de eeuwen heen (2024). In 1986-1988 verzorgde Coomans twee deeltjes over Scharendijke en één over Serooskerke in de bekende reeks ‘in oude ansichten’ van de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.
Coomans’ interesse voor het voormalige eiland Wolphaartsdijk begon bij de Frederikspolder nabij zijn nieuwe adres: ‘Aan het begin van de straat de karakteristieke Frederikspolder. Dat oude landje bleek een mooi decor voor af en toe even een korte wandeling’ en: ‘Voor ik het besefte, zat ik met mijn neus in de geschiedenis van het hele Schenge-gebied, van Terlucht tot aan Kortgene en van De Piet tot Roodewijk.’ Het boek dat hiervan de vrucht is, beschrijft ‘gedetailleerd, maar toch kort en bondig’ het duizendjarige wordingsproces van het gebied en bevat ook het verhaal van de samenhang tussen het huidige dorp Wolphaartsdijk en het vroegere ambacht Oostkerke.
Coomans’ interesse voor het voormalige eiland Wolphaartsdijk begon bij de Frederikspolder nabij zijn nieuwe adres: ‘Aan het begin van de straat de karakteristieke Frederikspolder. Dat oude landje bleek een mooi decor voor af en toe even een korte wandeling’ en: ‘Voor ik het besefte, zat ik met mijn neus in de geschiedenis van het hele Schenge-gebied, van Terlucht tot aan Kortgene en van De Piet tot Roodewijk.’ Het boek dat hiervan de vrucht is, beschrijft ‘gedetailleerd, maar toch kort en bondig’ het duizendjarige wordingsproces van het gebied en bevat ook het verhaal van de samenhang tussen het huidige dorp Wolphaartsdijk en het vroegere ambacht Oostkerke.
Tal van onderwerpen passeren de revue: ambachtsheerlijkheden, bedijkingen en herdijkingen, vloeden, het verdronken Westkerke, kaaien, havens, molens. Coomans’ geliefde Frederikspolder krijgt 10 pagina’s toebedeeld.
De kwaliteit van de illustraties laat soms te wensen over, bijvoorbeeld op pag. 75, waar een charter uit 1398 wordt afgebeeld met een nauwelijks waar te nemen tekst.
Bij de al genoemde brede opzet in zo’n kort bestek had enig auctoriaal kunst- en vliegwerk soelaas kunnen bieden. Bijvoorbeeld hier en daar vanuit het vogelperspectief naar beneden duiken om een sprekend detail of opvallende microkwestie op te pikken, al is het maar in een tekstkader – het beeld van de neersuizende kiekendief of dergelijke is hier niet toevallig gekozen; een dergelijke perspectiefwisseling zorgt immers voor levendigheid die de lezer wakker en geïnteresseerd houdt.
De kwaliteit van de illustraties laat soms te wensen over, bijvoorbeeld op pag. 75, waar een charter uit 1398 wordt afgebeeld met een nauwelijks waar te nemen tekst.
Bij de al genoemde brede opzet in zo’n kort bestek had enig auctoriaal kunst- en vliegwerk soelaas kunnen bieden. Bijvoorbeeld hier en daar vanuit het vogelperspectief naar beneden duiken om een sprekend detail of opvallende microkwestie op te pikken, al is het maar in een tekstkader – het beeld van de neersuizende kiekendief of dergelijke is hier niet toevallig gekozen; een dergelijke perspectiefwisseling zorgt immers voor levendigheid die de lezer wakker en geïnteresseerd houdt.
Dit gezegd hebbend, treffen de liefhebbers van lijsten en lexicografie een aantrekkelijke kluif achterin het boek, namelijk een ‘Tijdlijn’ en een overzicht ‘Namen en begrippen’. De ‘Tijdlijn’ is een jaartallenlijst waarin zowel belangrijke als minder cruciale of ‘vastpinbare’ gebeurtenissen broederlijk zijn opgenomen. Bijvoorbeeld in 1377 de verdrinking van Westkerke en Slot Ter Muijden, en in 1737 de ‘haven aan Heerenpolder sterk verzand’, een moeilijk in één jaar te vangen proces, behalve in een lijst als deze. De ‘Namen en begrippen’ zijn hoofdzakelijk topografisch, maar we vinden onder andere ook informatie over de functie van de spuimeester en waar deze woonde: ‘in het spuihuisje op of naast de spui’.
Tekst vervolgt onder afbeelding
| Kerkterrein Oud-Sabbinge (foto HMD Dekker, 2025). |
Er zouden wel wat onderwerpjes aan te dragen zijn voor het genoemde neerduiken of inzoomen, behalve Dresselhuis en de opvallende kerk, waarvoor de eerste steen trouwens werd gelegd door Egbert Petrus, het tweejarige zoontje van burgemeester Lenshoek. Zo had de late rol van de in 1977 archeologisch onderzochte en nadien opgemetselde kerkfundering van Oud-Sabbinge in de oude, allang verlaten discussies over het aandeel van ‘langschedeligen’ en ‘breedschedeligen’ in de Zeeuwse bevolking een boeiende passage kunnen opleveren. Want dit betreft in de huidige tijden van woke en ideologische argwaan een plots weer actueel onderwerp.
***
Geen opmerkingen:
Een reactie posten