zondag 15 februari 2026

Katholiek-apostolisch tot de jongste dag

'De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven.'

Nieuwerkerk, zomer 2008. De buurman van het Katholiek-apostolische kerkje aan de Molenstraat biedt aan om zijn auto weg te zetten. Hij draagt een T-shirt en korte broek. Tegen zijn rondhangende zoontje spreekt hij Duivelands, tegen ons volwassenen Nederlands met een vaag Rotterdams accent. Meestal is dat net andersom tegenwoordig. We kijken naar het negentiende-eeuwse schuurkerkje. ‛Een paar keer per jaar houden ze nog een dienst,’ zegt de buurman. ‛Dan komt er iemand van het hoofdkantoor in Den Haag, en hoor je hierbuiten heel zacht de gezangen. Het klinkt katholiek.’

Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Katholiekapostolisch tot de jongste dag', 
Zeeuws Tijdschrift 65(2015)3/4, 26-27.


Als er voorbereidselen voor een van de schaarse diensten werden getroffen ging hij wel eens binnen kijken. ‛Er is nog een mooi altaartje,’ zegt hij. We mogen zijn poort door om de zij- en achterkant van het hermetisch gesloten kerkje te bekijken. Buurman woont tussen het Katholiek-apostolische godshuisje en de veel grotere kerk van de gereformeerde gemeente. ‘De gereformeerde gemeente is ‛s zondags een stuk luidruchtiger,’ zegt hij lachend. ‛Dit is heilige grond, en dat hebben we hier wel nodig ook.’

Pilaar der apostelen

De apostolischen zijn omstreeks 1830 voortgekomen uit een charismatische opwekkingsbeweging in Schotland en Engeland. De Schotse predikant Edward Irving was een belangrijke persoon binnen deze beweging, maar hij was allang overleden toen de Katholiek-apostolische kerk uit noodzaak werd gesticht (1847), omdat de meeste apostolische kopstukken uit hun eigen kerken, vooral de Anglicaanse, waren gezet. De eigenlijke stichter was de Londense advocaat en kenner van oudchristelijke liturgie John Bate Cardale. Cardale was een geroepene. Toen in 1835 de uitzending van twaalf (!) apostelen plaatsvond, werd hij aangewezen als ‛pilaar der apostelen’. 

Het kerkje aan de Molenstraat
(foto H.M.D. Dekker)
De twaalf stichtten gemeenten in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Alle apostolische ambten werden geënt op het nieuwe testament: apostelen, profeten, evangelisten, herders/leraars. Aan het hoofd van een volgroeide gemeente kwam een engel (bisschop), bijgestaan door priesters en diakenen. 

Het altaartje van Nieuwerkerk (bron: reliwiki.nl)

In de leer lag sterke nadruk op de spoedige Wederkomst van Christus, de eenheid van de kerken, de werking van de Heilige Geest en de betekenis van Israël. Ondanks pinksterachtige, extatische taferelen in de beginperiode kreeg het rituaal een hoog-kerkelijk en katholiek karakter, inclusief eucharistie, ‛verzegeling’ (vormsel), allerlei wijdingen, inzegeningen van schepen en woningen, ziekenzalving enzovoort.

'Wij hebben ons vergist'
Tot ieders verbazing stierven apostelen vóór de Wederkomst een feit was, hetgeen voordien onmogelijk werd geacht. ‛Helaas, wij hebben ons vergist,’ verklaarde Cardale over dit gelogenstrafte aspect van de apostolische leer. De laatste apostel, Francis Valentine Woodhouse, stierf in 1901, de laatste Nederlandse onderdiaken in 2010.

In een zijwand van het kerkje in Nieuwerkerk zit een ingekerfde baksteen met het jaartal 1876. Maar de gemeente hier stamt al uit 1873. De Vlaardingse gemeente dateerde wél uit 1876. Mijn eigen oma behoorde ertoe, tot de gemeente bij gebrek aan leden werd opgeheven. Mijn moeder stootte als meisje ooit het portret van een der Britse stichters van de wand, en kreeg meer dan één opvoedkundige tik. Zag oma in de neerstorting van het portret een omen van de opheffing?

Omzwervingen
In Nieuwerkerk hielden ze het langer vol. Stichter van de gemeente was kleermaker Jan van der Have (1819-1909). Na uitgebreide kerkelijke omzwervingen kwam hij via een mosselschipper uit Bruinisse in contact met het gedachtegoed van de apostolische beweging. Jan verbouwde een vervallen pakhuis aan de Molenstraat tot kerk, en bracht het binnen deze eigen creatie achtereenvolgens tot priester en engel.

De Februariramp van 1953 sloeg een grote bres in de Nieuwerkerkse gemeente; zeker twaalf leden kwamen om. In 2003 leefden er nog twee. Het laatste gemeentelid was koster Jan Kik. Hij overleed in 2008, het jaar van ons bezoek aan het kerkje.

De liturgie (ed. 1909)
Het enige wat in mij resteert van de Katholiek-apostolische genen is een levendige belangstelling voor religieuze sekten en fraaie liturgieën. En de enige sporen in mijn huis zijn enkele overgeërfde apostolische kerkboeken. In mijn exemplaar van De Liturgie en andere Eerediensten, editie 1909, staat in het daarvoor bestemde rechthoekje de naam van mijn in 1895 geboren oma, door haarzelf geschreven in pijnlijk net schuinschrift. 

Op pagina 275 meldt de gedachtenis aan een Ontslapene: ‛...bewaar Gij de zielen van allen, die ontslapen zijn’. De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven. Maar in Nieuwerkerk wordt gezegd, zo meldt een apostolische website, dat het Katholiek-apostolische kerkje blijft staan tot de jongste dag.


Naschrift: Het katholiek-apostolische kerkje van Nieuwerkerk is  vóór 2016 definitief gesloten en vervolgens gesloopt.

***

Misschien ook leuk:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben

(hier te bestellen)




woensdag 28 januari 2026

Waar bleef 't Kint van Trente?

 We wisten er vroeger al weinig van, en nu eigenlijk nog minder. Ook dát kan de uitkomst zijn van archeologisch onderzoek. Stichting RAAP ging in december 1996 op zoek naar kasteel ‘t Kint van Trente(n). Volgens de Visscher-Romankaart uit 1656 lag dat een eindje ten noorden van het dorp Kruiningen. Bestudering van oud kaartmateriaal leidde tot drie mogelijke locaties van dit kasteel.


Bron: Jan J.B. Kuipers, ‘Waar bleef ‛t Kint van Trente?’ 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 3 juni 2015.

De meest waarschijnlijke was aan de Donkere weg. In de omgeving zouden rond 1980 bij boringen funderingen en gewelven zijn aangetroffen. Maar dat bleek een andere locatie te zijn. En was ’t Kint van Trente eigenlijk wel een kasteel? Volgens de kaart uit 1656 vermoedelijk wel: daarop zie je verschillende gebouwen, en een toren met een wimpel. Ook een andere afbeelding toont een kasteelachtig complex. Maar in middeleeuwse bronnen is er niets over een kasteel met deze naam bij Kruiningen bekend.

Een verband met een klooster was waarschijnlijker, aldus sommige historici en archivarissen. G.F. Sandberg opperde in 1982 dat het hier om een terminariushuis van de franciscanen ging, een soort logieshuis voor deze bedelmonniken. De naam Trente zou een verbastering zijn van ‘Terrnte’, termijnhuis of terminariushuis. En die term kennen we wel uit 15de-eeuwse akten. Waarom daar dan ‘Kint’ aan is toegevoegd weet niemand. Het geheimzinnige huis komt vanaf de latere 18de eeuw niet meer op kaarten voor; de naam bleef wel bestaan voor een deel van de polder Kruiningen. Deze kwam in 1531 tot stand op gebied, dat in 1530 was overstroomd. Wanneer en waardoor ‛t Kint van Trente is verdwenen, is ook onbekend. Nieuwe overstroming?

Tekst vervolgt onder de afbeelding.  


’t Kint van Trente ten noorden van Kruiningen op de Visscher-Romankaart (1656).

Elektromagnetische metingen door de Stichting Raap hadden vrijwel geen resultaat. Geen enkele van de 30 gezette boringen bevatte enig archeologisch materiaal. Ook oppervlaktekartering, het aflopen en minutieus onderzoeken van akkers, leverde geen enkele aanwijzing op. Luchtfoto’s toonden evenmin iets. ’t Kint van Trente was een raadsel en bleef een raadsel.

***

Misschien ook leuk:


Vikingen van Jan J.B. Kuipers belicht een zeer turbulente periode in de Europese en Nederlandse geschiedenis, met een blik die reikt van Byzantium tot Groenland en van de Scandinavische voorgeschiedenis tot de slotakkoorden van de Vikingcultuur in de late middeleeuwen. De Lage Landen en naburig gebied staan centraal, met speciale aandacht voor het in elkaar grijpen van gebeurtenissen aan beide zijden van de Noordzee. De chronologische benadering in het boek wordt gecomplementeerd met thematische hoofdstukken over bijvoorbeeld de botsing van culturen, langschepen, strijdmethoden en Vikingschatten.

zaterdag 20 december 2025

Stevige stamppotten en het Hercynische woud

Eerste fragment van mijn verhaal 'Het truffelveld', verschenen in HSF  55 (2024) nr. 286, 22-27 en in EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2024 (2025), 58-67. Het hele verhaal is ook hier te lezen.

"Cassius, hoewel het liefst vertoevend te midden van zijn boeken en manuscripten, had zich de nodige moeiten getroost om zijn Truffelveld nabij de westelijke boorden van het Hercynische woud ontoegankelijk te maken voor ongenode gasten. Er liep maar één pad naartoe tussen hoog oprijzende eiken, populieren en plekken met donkergroene sparren, die het licht van de hemel bijna versperden. Onder dat pad had hij botten begraven van dieren en ook van mensen die in het woud verdwaald en omgekomen waren, of waren vermoord door struikrovers. Ook strooide hij regelmatig een dikke lijn zout dwars over het pad om ongewenste lieden te weren. Verder gebruikte hij het kostbare zwarte zout, dat hij achter slot en grendel in zijn studeerkamer bewaarde, op een manier die niet uitgeduid hoeft te worden."

Tekst vervolgt onder de afbeelding.

Illustratie bij het verhaal op EdgeZero.


Over dit verhaal:

Liefde, of tenminste een verlangen naar warmte en wat gezelschap, overwint alles. Dat is de vermoedelijke boodschap van Het truffelveld van Jan J.B. Kuipers. Met behulp van listen en lagen proberen de personages hun doeleinden te verwezenlijken in een wereld doordrenkt van occulte folklore, magie, suspecte heiligenverering en stevige stamppotten. Sommigen van hen komen tijdig tot bezinning. Het Hercynische woud, ergens tussen de Rijn en de Donau, duikt vaker op in de verhalen van Kuipers. We danken onze kennis ervan aan auteurs als Caesar, Tacitus en Livius. Waar is dit oerbos gebleven?

 ***

Misschien ook leuk: TIGONIUS van de gebroeders Gert en Jan Kuipers:

Een mislukte schepper en zijn mislukte schepping, die niet voldoet aan het tevoren afgesproken doel. Iemand met de naam Meetrecht en een rivaal die zich Salpetrus Satanski noemt: het zijn de ingrediënten van dit vroeggeboren samenwerkingsverband tussen de gebroeders Kuipers. Het is aan de Heer God Meetrecht er tijdig voor te zorgen dat diens mens zichzelf bewijst. Het is dat, of sector QZ-744-2 zal Hem ontnomen worden.

Tigonius; door Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers; omslagillustratie Gert-Jan van den Bemd; omslagontwerp Ingrid Heit; Rare Boekjes-reeks deel 55; ISBN 978-90-78499-50-3; 220 blz.; 1e druk 2020; uitg. Stichting Fantastische Vertellingen; NUR code 300




maandag 15 december 2025

De 'gesneuvelde' ridder van Coudorpe

‘In de vreselijke veldslag te Baarland tussen het invasieleger der Vlamingen, dat korte tijd geleden op de Bevelandse eilanden is geland, en de Hollanders, is een der Hollandse edellieden door een lans van een der Vlaamse krijgslieden getroffen. De lans drong in ‘s ridders hoofd. Hij sloeg voorover van zijn paard en overleed onmiddellijk. Het stoffelijk overschot zal bijgezet worden in de kerk te Coudorpe.’ Aldus een journalistieke reconstructie uit augustus 1955.

Bron: Jan Kuipers, 'De gesneuvelde ridder van Coudorpe'. 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 11 maart 2015.

Het skelet van Coudorpe. Hist.
Museum de Bevelanden, Goes
(foto H.M.D. Dekker)
Een maand tevoren stuitte een dragline bij dit verdwenen Zuid-Bevelandse dorp tijdens herverkavelingswerk op overblijfselen van een kerkhof. Toen men besefte dat hier een archeologisch interessant object ontdekt was, verrichtte de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een opgraving. Hierbij werd de tracering van een kerk blootgelegd, vlak achter de nog bestaande Coudorpse vliedberg. 

Op het kerkhofterrein en in de kerk werden vrij gave skeletten aangetroffen. In een hoek van de voormalige kerk bevond zich een graf van kloostermoppen. Daarin lag een skelet met een lengte van ongeveer 1,90 meter. Iemand van grote afmetingen dus, zeker voor middeleeuwse begrippen. Onder de schedel lagen ijzerresten, mogelijk afkomstig van een helm.

Dit feit trok de aandacht van de Kwadendamse hoofdonderwijzer, heemkundige en amateur-archeoloog A. de Boo (1920-1987). De Boo had thuis een privémuseum met door hemzelf verzamelde archeologica en historische objecten. Met enkele geestverwanten gaf hij een eigen periodiek Varia Zelandiae uit. Met veel geduld reconstrueerde De Boo de schedelfragmenten van de man uit Coudorpe. Intussen rijpte een mooie theorie. De eigenaar van de schedel, aldus De Boo, moest een ridder zijn geweest die door een lansstoot werd gedood tijdens de Slag bij Baarland in 1295, waarin graaf Floris V van Holland en Zeeland de Vlamingen versloeg.

Deze post over de Hellenburg bij Baarland is mogelijk ook interessant.

Het was in 1295 al decennia onrustig in Zeeland. Veel Zeeuwse edelen kozen in de jaren 1290-1295 de Vlaamse zijde in de strijd tussen Floris V en graaf Gwijde van Vlaanderen. Dankzij de ingewikkelde feodale situatie (de Hollandse graaf hield Zeeland deels in leen van de graaf van Vlaanderen) handhaafde de hoge Zeeuwse adel een grote mate van autonomie, door nu eens de ‘Hollandse’ en dan weer de ‘Vlaamse’ belangen te dienen. De Slag bij Baarland was maar één van de bloedige episoden in het conflict. Talrijke Zeeuwse edelen hadden nu hun jas naar de Hollandse wind gehangen. Ze verpletterden het Vlaamse leger ergens tussen Borssele en Baarland.

Tekst vervolgt onder de foto.
De vliedberg van Coudorpe. Foto H.M.D. Dekker, 2005.


Bij de ridder uit Coudorpe was de lans in de linkerkaak gedrongen en iets boven de kruin weer naar buiten gekomen. Uit het schedeldak was een driehoekig scherfje geslagen, en twee afrondingen van de lanspunt waren volgens De Boo duidelijk te zien. Na de stoot moest de ridder van zijn paard zijn gevallen, waarbij de lans zijn schedelbasis vernielde. Een gruwelijk verhaal, maar waarom juist de Slag bij Baarland? Aangezien het graf van de onfortuinlijke ridder als dertiende-eeuws was gedateerd, lag dit verband volgens De Boo voor de hand.

Misschien ook leuk: deze artikelen schreef ik over hoofdrolspelers 

Door herhaalde overstroming en de opkomst van Driewegen raakte Coudorpe ontvolkt en de kerk in verval. In de achttiende eeuw werd deze gesloopt. De stenen werden gebruikt ter versterking van de zeewering, inclusief zerken en overige gedenktekens. En de onfortuinlijke ridder bleef anoniem achter in zijn graf.



Lees ook:
Nederland in de Middeleeuwen
De CANON van ons middeleeuws verleden 

Prijs
€ 16,99
ISBN
9789462491946
Uitvoering
eBook ePub (Adobe DRM)
Aantal pagina's
192

maandag 10 november 2025

Politiek-correcte theekopjes in Sint-Philipsland

Bij een jubileum of andere feestdag van het koninklijk huis werd tot voor kort, misschien nog wel, speciaal aardewerk vervaardigd. Een beker met het portret van de koningin, koppen en schotels met het koninklijk paar. Dit fenomeen is al eeuwenoud. In de tweede helft van de zeventiende en in de achttiende eeuw is er heel wat keramiek geproduceerd met voorstellingen die betrekking hebben op het Oranjehuis. Afgebeeld werden vooral de verschillende stadhouders, al of niet met hun echtgenote.

Ook andere met Oranje verbonden voorstellingen waren gangbaar. De ‘Oranjekeramiek’ omvat allerlei typen aardewerk: borden, schotels, kaststellen enzovoort. De kwaliteit varieert van luxe sierkeramiek tot goedkoop volksaardewerk. Het Oranjegoed behoort veelal tot het Delfts aardewerk, maar er bestaat ook Engelse Oranjekeramiek en Oranjeporselein.

Oranjekeramiek

In 1988 groef de heer Kosten een zitkuil in zijn tuin aan de Voorstraat te Sint-Philipsland, en bracht bij toeval een hoeveelheid archeologisch materiaal aan het licht. Het bleek om een laat achttiende-eeuwse vondstgroep te gaan: voornamelijk porselein en ander aardewerk, waaronder twee stukken Oranjekeramiek.

In de tweede helft van de achttiende eeuw woonden in dit pand twee beurtschippers: Cornelis Molengraaf (1761-1785) en zijn schoonzoon Cornelis de Ruyter (1785-1802?). De beurtschippers van Sint-Philipsland dreven ook handel. Daartoe hadden ze een winkel, die beheerd werd door hun echtgenotes. 

Dit gegeven verklaart waarschijnlijk de opvallende samenstelling van de vondstgroep. Deze omvat voornamelijk gedecoreerd tafelgoed (kopjes, borden, een fraaie kan en dergelijke), terwijl keukeninventaris vrijwel ontbreekt. Een aanzienlijk deel van de vondsten was waarschijnlijk bedrijfsmateriaal: beschadigde handelswaar en andere winkeldochters.

Tekst vervolgt onder afbeelding.


Eén van de Fliplandse Oranjekopjes. ‘PWDV’ betekent ‘Prins
Willem de Vyfde’ (foto PACZ).

Variaties op een stadhouder

De Oranjekeramiek uit Sint-Philipsland bestaat uit twee vrijwel identieke (thee)kommetjes (hoogte 3,7 cm, diameter 10 cm) uit de jaren tachtig van de achttiende eeuw. De kommen behoren tot de ‘faience’-keramiek. Ze zijn vervaardigd van geelbakkend aardewerk met ondoorzichtig tinglazuur aan beide zijden. De voorstelling is opgebracht met een zogenaamde spons. Dit is een sjabloon, bestaand uit een doorgeprikte tekening. Afgebeeld is een veelkleurige buste ‘en profil’ van stadhouder Willem V (1748-1806). De belijning van het hoofd en de bef zijn uitgevoerd in mangaanpaars, de bandelier in geel. Het ordeteken op de borst is wit met oranjebruine stip. De jas is blauw, de strik en staart van de coiffure zijn zwart.

Het portret op de kommen lijkt, bijvoorbeeld wat betreft de ‘kuif’ en de enkele haarrol bij het oor, sterk op een zilveren plaquette uit 1787 van de Middelburgse zilversmid Cornelis Tevel. Deze plaquette is in het bezit van het Zeeuws Museum te Middelburg.

Andere vergelijkbare portretten van Willem V op Oranjekeramiek vertonen kleine afwijkingen. Ze hebben niet de opvallende kuif, en een dubbele in plaats van een enkele haarrol. Tevel had zijn voorbeeld gehaald van een ongedateerde kopergravure, die vervaardigd was bij het familiebedrijf Probst in Augsburg (Duitsland). Dezelfde prent was waarschijnlijk ook het voorbeeld voor de anonieme schilder van het portret op de kommen uit Sint-Philipsland.

Politieke voorkeur

Waarom is de vondst van alledaagse voorwerpen als de Willem V-kommen zo aardig? Omdat dit volksaardewerk verwijst naar grote historische ontwikkelingen. Oranjekeramiek was ‘politiek significant’ aardewerk. De jaren tachtig van de achttiende eeuw gistten van de machtsstrijd tussen patriotten en orangisten. Er ontstond een massale vraag naar keramiek met portretten van Willem V, zijn echtgenote Wilhelmina of met het bekende symbool van het sinaasappelboompje (met ‘appeltjes van oranje’). De bezitter drukte zo zijn politieke voorkeur voor Oranje uit.

In 1785 ontnamen de Staten van Holland de prins het commando over het Haags garnizoen. Het prinselijk paar trok vervolgens gedurende ongeveer een jaar door de Republiek, steun wervend voor de eigen zaak. In 1786 vestigde het zich op het Valkhof (Nijmegen). Na de Pruisische invasie van 1787 werd Willem V in zijn oude machtspositie hersteld. Ook toen wilden velen nog hun verbondenheid met Oranje tot uitdrukking brengen. Met chique zilverplaquettes als die van Cornelis Tevel, óf met goedkoper spul als de Fliplandse theekopjes.

Tekst vervolgt onder afbeelding.


Spotprent op het vertrek van Willem V naar Engeland, 1795.

1795 - wat nu?

De vrolijk gedecoreerde kommen uit de Voorstraat tonen dat de achttiende-eeuwse actualiteit ook leefde in een uithoek als Sint-Philipsland. Maar in 1795, toen de Bataafse Republiek werd gesticht en de prins naar Engeland vluchtte, was de handelswaarde van de Oranjekommen tot nul gereduceerd. Ze waren zelfs politiek gevaarlijk geworden: rijp om te begraven.


Publicatiegegevens
- J.J.B. Kuipers en H. Hendrikse, 'Het hoofd van de prins: 18de-eeuwse Oranjekeramiek uit Sint-Philipsland',  Nehalennia afl. 87, 1992, 2‑7.
- Jan J.B. Kuipers en Henk Hendrikse, 'Willem V op een theekopje', Alledaagse Dingen  1992 nr. 6, 10-11.
- Jan Kuipers,  'Politiek correct thee drinken in Sint-Philipsland', Uit de Zeeuwse klei, PZC 22 april 2015.

***

Misschien ook interessant:


(eBook en hardback)

Koning Gorilla of Willem de Goede? De eerstgenoemde bijnaam van Willem III (1817-1890) is bekender. Willems leven werd geteisterd door schandalen. Hij regeerde lang, van 1849-1890. Zijn koningschap is vooral van belang door de periode waarin het viel: een tijd van transformatie naar een samenleving, gekenmerkt door verstedelijking, industrialisering met alle uitwassen van dien en democratisering. En ook van wetenschappelijke en technologische revoluties en conflicten tussen grote, naburige naties.



zaterdag 1 november 2025

Er werd opengedaan! De nieuwe BALLUSTRADA

IJlt u zich naar de brievenbus! Misschien vandaag al valt het dubbeldikke najaarsnummer van Ballustrada (jrg. 39 nr. 3 /4) op uw mat. Het nummer omvat bijdragen van een groot aantal bekende namen, in de Nederlanden of de achterban van Ballustrada (beide entiteiten vallen nog steeds niet helemaal samen).

Zoals daar zijn Bert Bevers, Anton Korteweg, Wim Hofman, Rien Vroegindeweij, Marc Tritsmans, Jabik Veenbaas, Kees Klok, Willem M. Roggeman, Frank Roger, Pieter Drift, Fred Papenhove, en uit eigen kweek Johan Everaers, Jan J.B. Kuipers, Ko de Jonge en André van der Veeke.

Voorplat van het nummer.
Last but
zeker niet least (met excuus aan de Vereniging tot Behoud van de Restanten van de Nederlandse Taal) zijn daar Helge Bonset, Jan Roosen, Nikki Petit, Oscar Tops, Finn Audenaert, Jan Beckers, Wiebe Radstake, Lander Govaerts en beeldend kunstenaar Giel Louws.

Het voert te ver om hier op iedere bijdrage in te gaan. Wel noemen we een paar namen van medewerkers die al heel lang ons Nieuwe Wereld Tijdschrift hebben gesteund. Bert Bevers verzorgde vele keren een aflevering van Laaglandse Poëzie. Bij Wim Hofman konden we altijd aankloppen. Er werd nog opengedaan ook. Jabik Veenbaas stuurt al jaren voor iedere nieuwe uitgave een gedicht. Rien Vroegindeweij is ons wakend oog binnen de Rotterdamse letteren. Kees Klok heeft het zelfs tot onze officiële correspondent voor Griekenland & omstreken gebracht. En Willem M. Roggeman heeft al bijna net zoveel afleveringen van Taal Ver Taal verzorgd als hij jaren telt. 

Deze laatstgenoemden vormen overigens een toevallige selectie. Er zijn nog talloze scribenten betrokken geweest bij ons tijdschrift, maar die hebben deze keer toevallig niet meegewerkt. In het vuistdikke jubileumnummer zal ongetwijfeld alles en iedereen op zijn plaats vallen.

Want inderdaad: volgend jaar komt ons jubileumnummer uit, over VEERTIG JAAR BALLUSTRADA. Veertig jaar, zeg maar dat deel van een mensenleven dat meestal werkzaam wordt doorgebracht. De lezers, de vrienden, de medewerkers kunnen zich misschien het schokeffect bij de redactieleden voorstellen. Zo ben je begonnen en een paar flinke tellen later blijken er veertig jaren verstreken. Hoe het ook zij: we maken er een geweldig nummer-40 van, samen met heel veel medewerkers.

Zelfs de geheimen van het Laantje worden onthuld
in het najaarsdubbelnummer van Ballustrada.

Neem nu een abonnement of bestel het laatste nummer!




Los dubbelnummer € 12,50 | Abonnement € 20,00, 4 nummers inclusief porto
Bankrekening NL35 ABNA 049 92 02 864 t.n.v. Stichting Zeeuws Licht


Redactie: André van der Veeke, Jan J.B. Kuipers, Johan Everaers, Ko de Jonge.
Vaste medewerkers: Kees Klok, Paul van Leeuwenkamp, Thom Schrijer, Jos Rouw (webzaken)


Contact: avdveeke@zeelandnet.nl


woensdag 29 oktober 2025

Yerseke, Sint-Odolphus en een aflaat

In 2026 verschijnt bij Noordboek een boek over Yerseke, geschreven door Ruben A. Koman en Jan J.B. Kuipers. Hieronder een bericht over de middeleeuwse patroon van het befaamde oester- en mosseldorp.

Tijdens de Reformatie verdween een altaarsteen uit de Sint-Odolphuskerk van Yerseke, waarin bot, of een voorwerp was gestopt, dat in contact is geweest met een ‘ware’ reliek van de heilige Odolphus of Odulfus. En zulke zaken liggen nu in een museum in Utrecht, waar Ruben vanuit zijn woonplaats Zeist ze gemakkelijk kon inzien. Zijn Yerseker voorouders zouden voor het zien of het aanraken ervan wel wat centjes hebben over gehad.

Tekst vervolgt onder afbeelding.

Ruben Koman bij het onderkleed en een waterschaaltje van Sint Odolphus in Museum Catherijneconvent te Utrecht.

Ook Yerseker sporen van bewoning uit de Keltische en Romeinse tijd dook Ruben op, samen met zijn Zeeuwse medeauteur Jan J.B. Kuipers. "Jan heeft enorm veel ervaring in het schrijven van populair-historische boeken en bovendien veel kennis van Zeeuwse bronnen en collecties. Samen plaatsen we sporen uit archeologische en (cultuur)historische literatuur en rapporten in de verschillende Yerseker tijdsvakken door de eeuwen heen."

Vondsten en stormvloeden 

Daarbij komen de onderzoekers tot verrassende inzichten en spectaculaire vondsten. Het dorp heeft door stormvloeden en migratie door de eeuwen heen afscheid moeten nemen van mensen en middelen, maar kwam worstelend altijd weer boven. Katholieke landlieden verdwenen, mosselvissers en gereformeerden kwamen. 

Koman: "We verklappen niet alles uiteraard, maar de publicatie zal in 2026 menig Zeeuw positief verrassen, hopen we. Overal duikt materiaal, foto's en kennis op uit Yese, waarbij we ook hulp krijgen van de online community van het dorp op Facebook."

Niet alleen de geschiedenis, maar ook de natuur, met haar Yerseke Moer, en de volkscultuur van vroeger en nu komen aan bod, van krukels mie krentenbrood met Pasen tot Sinterklaas, die in het dorp nog altijd een zwarte vriend heeft, zoals we in het landelijke nieuws vorig jaar hebben gezien.

Het boek over Yerseke verschijnt in de zomeraanbieding 2026 van uitgeverij Noordboek. Heeft u ook spectaculaire of ‘gewone’ vondsten uit Yerseke? Zie de Facebookgroep ‘Yese- Toen en nu’.

Aflaat

Over de vroege kerkgang van de Yersekenaren is weinig bekend, maar de ‘vrome bezoekers en weldoeners’ van de parochie van Yerseke krijgen wél een aflaat van paus Leo X in 1521, om vermindering van straf in het vagevuur te krijgen. Pelgrims moeten oorspronkelijk de zeven hoofdkerken van Rome op één dag bezoeken om in aanmerking te komen voor een volle aflaat, maar kunnen deze ook in Yerseke tegen betaling krijgen.

Tekst vervolgt onder afbeelding.


De aflaat uit 1521. Foto Vatican Apostolic Archives.


***

Misschien ook interessant:

Nederland in de middeleeuwen, een canon zonder onwrikbare ijkpunten, die onze middeleeuwse geschiedenis op toegankelijke wijze presenteert voor een breed publiek. Bij de keuze van de vijftig vensters spelen zowel de traditie als nieuwe inzichten een rol. De lezer zoekt niet vergeefs naar overbekende feiten als de moord op Floris V, maar verneemt ook over plattelandsleven, ridderideaal en kloosterwezen, overzeese handel, klimaatontwikkeling, ketters en bonte volkscultuur. Een evenredige geografische spreiding is nagestreefd, waarbij alle gewesten aan bod komen.

De uitgave toont hoe een drassige uithoek van het Romeinse Rijk zich tussen ca. 500 en 1500 ontwikkelde tot een veelzijdig samenstel van graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden, agrarische en handelsgemeenschappen, steden en dorpen, op zand, veen en klei, langs de rivieren en de Noordzeekust. Hoe er langzaam eenheidsgevoel ontstond én hoe dit besef steeds ondergraven werd door vaak bloedige strijd tussen lokale en regionale belangen, standen en klassen.








Katholiek-apostolisch tot de jongste dag

'De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven.' Nieuwerkerk, zomer 2008. De buurman van het Katholiek-apostolische kerkje aan d...