zondag 15 maart 2026

Lezing 'Voorspoed en tegenzin'

Wederopbouw, welvaart, protest


Heemkundige Kring de Bevelanden organiseert op woensdag 25 maart 2026 om 19.30 uur een lezing over ‘wederopbouw, welvaart en protest’ in Zeeland. De lezing wordt gegeven door schrijver Jan J.B. Kuipers en vindt plaats in Wijkgebouw Jan Ligthart, Bergweg 12, Goes. De avond is voor iedereen gratis toegankelijk.

Kuipers gaat tijdens zijn presentatie met powerpoint in op de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, de groeiende welvaart en het ontluiken van een maatschappijkritische stemming. Zijn verhaal beslaat ruwweg de periode 1950-1980. Twee grote ‘Bevelandse’ onderwerpen die veel weerstand opriepen worden uitgelicht: het protest tegen de kerncentrale in Borssele en de beweging voor een open Oosterschelde, die zou resulteren in de huidige stormvloedkering.

Een lezing over de wederopbouw moet natuurlijk in een bijzonder gebouw uit de wederopbouwperiode. Daarom de keus op het wijkgebouw Jan Ligthart in Goes. In 1953 is dit gebouw geopend als lagere school. De bouw was een nieuw concept, een zogenaamde hal-school, omdat de schoollokalen rond een centrale hal waren gebouwd. Dat is nu nog te zien aan het gebouw, dat eigenlijk een monumentale status zou moeten hebben. De architect van dit gebouw is de toenmalige directeur van gemeentewerken van de gemeente Goes, de heer Oranje.

Jan J.B. Kuipers is auteur van ongeveer 85 boeken in diverse genres, non-fictie en fictie. Hij schrijft vooral historische boeken en verhalen. In 2005/2006 was hij stadsdichter van Middelburg.

Demonstratie tegen kernenergie in Borssele, 1979. Foto W.F. Helm, ZB Bibliotheek van Zeeland.


***

Gerelateerd:

De vlucht naar boven

Tegenculturen in Nederland in de jaren zestig en zeventig

'De mens is niet om te lijden in de wieg gelegd,' schreef Simon Vinkenoog in 1967. Het tekent de mentaliteit van de toenmalige tegencultuur, een verbijsterend palet van activisme, bewustzijnsverruiming en spiritualiteit. Onmiddellijke ontsnapping aan de knellende banden van de maatschappij was het doel: een vlucht naar boven op de vleugels van idealen of drugs, of allebei. Jan J.B. Kuipers schetst de diverse bewegingen en figuren die de jaren zestig en zeventig tekenden, en vraagt zich af in hoeverre er sprake was van iets nieuws en waar al die zogenaamde vernieuwing in uitmondde.

"Wat een tijden! Waarnaar je gaat terugverlangen door Kuipers' boek."

Mario Molegraaf in Tijdschrift Zeeland

donderdag 12 maart 2026

Boek over Wolphaartsdijk

Bram Coomans, Wolphaartsdijk bij de gratie van Oostkerke. Het verhaal van een verdronken en herrezen eiland Uitgeverij Boekenbent, Barneveld, 2023, 112 pp. ISBN 9789463285056 (€ 18,95)

Zoeken, zoeken, maar niet gevonden in Wolphaartsdijk bij de gratie van Oostkerke: een zinnige vermelding van de illustere inwoner en predikant J. ab Utrecht Dresselhuis (1786-1861), met zijn romantische theorie over de Zeeuwse bergjes als ‘offerhoogten’ en het door ‘zyne vrienden en vereerders’ in 1862 opgerichte obeliskvormige gedenkteken bij de kerk. Over deze, eveneens uit 1862 daterende Nicolauskerk met zijn ongewone, enigszins byzantijns aandoende uiterlijk vinden we ook al weinig bijzonderheden in dit boek. Wel over het twee jaar eerder gebouwde landhuis Villa Nova en zijn stichter, burgemeester C.P. Lenshoek, een man die ik toch een graadje minder interessant vind dan Dresselhuis. Deze aandacht is overigens wel te begrijpen: auteur Bram Coomans, geboortig van Scharendijke (1946), streek in 1999 in Wolphaartsdijk neer in de Villa-Novastraat.

Een groot deel van deze recensie verscheen eerder in Tijdschrift Zeeland 2025 nr. 4, 99-100. 
Het laatste deel ontbrak, vandaar hier de volledige weergave.


Manco’s als de bovengenoemde zijn het paradoxale gevolg van een plaats- of streekbeschrijving die, zoals Wolphaartsdijk bij de gratie van Oostkerke, in kort bestek zo breed mogelijk wil zijn. ‘Breed’ behelst het gevaar van ‘vlak’ of zelfs ‘oppervlakkig’. Zo hadden de relaties tussen (holle)stellen, vliedbergen (de auteur handhaaft fier de oude benaming), mottekastelen en latere stenen huizen (pag. 19/20) wel wat genuanceerder gekund. Verdwenen kasteelachtige structuren komen wel passend aan de orde in de beschrijvingen van Ter Muijden, de Steenenhof en het Hooge Huijs.

Een ‘jammere’ maar begrijpelijke uitglijder treffen we op pagina 11 onder het hoofdje ‘Luctor et emergo – Ik worstel en ontkom’. Coomans: ‘Eén ding staat na het onderzoek als een paal boven water: nergens in Zeeland was bovenstaande provinciale wapenspreuk zo van toepassing als in het vroegere stroomgebied van Schenge en Zuidvliet.’ Helaas, die wapenspreuk slaat op de strijd tegen Spanje, ofschoon Coomans zijn foute interpretatie deelt met talloze anderen. Of er geen andere gebieden in de delta zijn waarop deze interpretatie evenzeer of misschien nog meer van toepassing is, staat bovendien te bezien.

Bram Coomans leverde niettemin met Wolphaartsdijk een sympathiek en informatief boek af, dat door zijn bewust dilettantische invalhoek en parlandoachtige stijl vaag doet denken aan het werk van een negentiende-eeuwse ‘wandelende dominee’ als Jacobus Craandijk of, toch weer, aan J. ab Utrecht Dresselhuis met zijn Wandelingen door Zuid- en Noordbeveland. Coomans heeft een andere achtergrond dan beide dominees: hij was beroepshalve actief in de natuur- en milieu-educatie bij het IVN. 

In toenemende mate ging hij zich verdiepen in aspecten van de Zeeuwse geschiedenis en zijn kennis delen door erover te schrijven. In 2017 verscheen zijn op Schouwen gesitueerde historische roman Van God vergeten; in 2021 publiceerde hij een historische verkenning met de titel Karel V, keizer van Zeeland en verre ommestreken. Zijn jongste boek gaat over zijn geboortestreek: De noordkant van Schouwen door de eeuwen heen (2024). In 1986-1988 verzorgde Coomans twee deeltjes over Scharendijke en één over Serooskerke in de bekende reeks ‘in oude ansichten’ van de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.

Coomans’ interesse voor het voormalige eiland Wolphaartsdijk begon bij de Frederikspolder nabij zijn nieuwe adres: ‘Aan het begin van de straat de karakteristieke Frederikspolder. Dat oude landje bleek een mooi decor voor af en toe even een korte wandeling’ en: ‘Voor ik het besefte, zat ik met mijn neus in de geschiedenis van het hele Schenge-gebied, van Terlucht tot aan Kortgene en van De Piet tot Roodewijk.’ Het boek dat hiervan de vrucht is, beschrijft ‘gedetailleerd, maar toch kort en bondig’ het duizendjarige wordingsproces van het gebied en bevat ook het verhaal van de samenhang tussen het huidige dorp Wolphaartsdijk en het vroegere ambacht Oostkerke. 

Tal van onderwerpen passeren de revue: ambachtsheerlijkheden, bedijkingen en herdijkingen, vloeden, het verdronken Westkerke, kaaien, havens, molens. Coomans’ geliefde Frederikspolder krijgt 10 pagina’s toebedeeld.

De kwaliteit van de illustraties laat soms te wensen over, bijvoorbeeld op pag. 75, waar een charter uit 1398 wordt afgebeeld met een nauwelijks waar te nemen tekst.

Bij de al genoemde brede opzet in zo’n kort bestek had enig auctoriaal kunst- en vliegwerk soelaas kunnen bieden. Bijvoorbeeld hier en daar vanuit het vogelperspectief naar beneden duiken om een sprekend detail of opvallende microkwestie op te pikken, al is het maar in een tekstkader – het beeld van de neersuizende kiekendief of dergelijke is hier niet toevallig gekozen; een dergelijke perspectiefwisseling zorgt immers voor levendigheid die de lezer wakker en geïnteresseerd houdt. 

Dit gezegd hebbend, treffen de liefhebbers van lijsten en lexicografie een aantrekkelijke kluif achterin het boek, namelijk een ‘Tijdlijn’ en een overzicht ‘Namen en begrippen’. De ‘Tijdlijn’ is een jaartallenlijst waarin zowel belangrijke als minder cruciale of ‘vastpinbare’ gebeurtenissen broederlijk zijn opgenomen. Bijvoorbeeld in 1377 de verdrinking van Westkerke en Slot Ter Muijden, en in 1737 de ‘haven aan Heerenpolder sterk verzand’, een moeilijk in één jaar te vangen proces, behalve in een lijst als deze. De ‘Namen en begrippen’ zijn hoofdzakelijk topografisch, maar we vinden onder andere ook informatie over de functie van de spuimeester en waar deze woonde: ‘in het spuihuisje op of naast de spui’.

Tekst vervolgt onder afbeelding
Kerkterrein Oud-Sabbinge (foto HMD Dekker, 2025).

Er zouden wel wat onderwerpjes aan te dragen zijn voor het genoemde neerduiken of inzoomen, behalve Dresselhuis en de opvallende kerk, waarvoor de eerste steen trouwens werd gelegd door Egbert Petrus, het tweejarige zoontje van burgemeester Lenshoek. Zo had de late rol van de in 1977 archeologisch onderzochte en nadien opgemetselde kerkfundering van Oud-Sabbinge in de oude, allang verlaten discussies over het aandeel van ‘langschedeligen’ en ‘breedschedeligen’ in de Zeeuwse bevolking een boeiende passage kunnen opleveren. Want dit betreft in de huidige tijden van woke en ideologische argwaan een plots weer actueel onderwerp.

***

Misschien ook leuk:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben

(hier te bestellen)

maandag 2 maart 2026

We leren niet van het verleden, het verleden leert van ons

De ingecalculeerde, eeuwige mislukking van het historische beeld


Karl Marx, Oswald Spengler en zelfs Arnold J. Toynbee hoeven zich niet meer om te draaien in hun graf: in de cliodynamics van de Russisch-Amerikaanse ‘complexiteitswetenschapper’ Peter Turchin, ooit begonnen als ecoloog, spelen historische cycli weer een grote rol en werpt kennis van het verleden opnieuw licht op de toekomst. 

Turchin publiceerde in 2010 na een oproep in het blad Nature tientallen sociale indicatoren, waarin hij wereldwijde sociale onrust en conflicten voorspelde in de jaren 2020  –  elf jaar voor de bestorming van het Capitool. In de verkiezing van Donald Trump in 2016 zag hij een acceleratie van negatieve trends en een ‘ongekende ineenstorting van sociale normen’ die voorheen het beschaafde discours beheersten.

Geschiedschrijving is weer wetenschap voor Turchin en de zijnen; de nevelen van fenomenologie, Verstehen, narrativisme en dergelijke zijn opgelost in het heldere licht, gegenereerd door de analyse van big data en wiskundige modellen. Opnieuw kunnen demografische ontwikkelingen, economische crises en zelfs de verspreiding van religies worden voorspeld. Individuen oefenen maar beperkte invloed uit, aldus Turchin, menselijke samenlevingen volgen immers universele patronen, vergelijkbaar met die van insectenpopulaties.

De regels hierboven suggereren al dat deze helderheid tenminste gedeeltelijk afhangt van de samenvatting zelf, van formulering. Hoe kun je de handelingen van alle individuen in het verleden überhaupt in een ‘ware’ voorspelling vangen? Daarvoor dien je alle handelingen in kaart te brengen, alsook de bedoelingen erachter en de oneindige rimpelingen die elke handeling veroorzaakt in het al even onbeschrijflijke web van menselijke betrekkingen.

We kennen het heden al niet. Het streven van Leopold von Ranke en zijn navolgers om door wetenschappelijk bronnenonderzoek uit te vinden ‘wie es eigentlich gewesen ist’ wordt niet alleen gestuit door de onvolledigheid van de bronnen en de al of niet bewuste manipulatie van hun inhoud door de historische actoren, maar ook door een altijd beperkte, in Von Ranke’s geval politieke oriëntatie. Von Ranke was immers, net als wij allemaal, een kind van zijn tijd.

We leren niet zozeer van het verleden, maar het verleden leert van ons. We kleuren het in met onze contemporaine waarden. Het cultuurrelativisme uit antropologische hoek was in de twintigste eeuw het antwoord op het superioriteitsdenken van het Westen dat ook sterk in zijn historiografie tot uiting kwam, en deze reactie leidde weer tot het doorslaan van de pendel naar de andere kant, getuige sindsdien opgebloeide subdisciplines als vrouwengeschiedenis en black history of het bredere, niet van absurditeit gespeende verzet tegen ‘culturele toe-eigening’ vanuit de woke-beweging. 

In de populaire cultuur leiden deze trends sinds jaren tot bijvoorbeeld ‘kleurenblinde’ casting in overigens naar historische waarheidsgetrouwheid strevende tv-series als King & Conqueror en Valhalla. In de laatste wordt de vroegmiddeleeuwse Noorse jarl Haakon vertolkt door de gekleurde zangeres en actrice Caroline Henderson. Erg sensibel jegens de huidige tijdgeest misschien, maar historisch niet bepaald correct. Een criticaster op reddit.com meldde niet zonder humor dat dit was als ‘casting a white chick as Shaka (Zulu founder).’

Waarneming is nooit objectieve registratie; waarnemen is altijd herscheppen, verbeelden. Zie de werking van het oog. Ook het nieuwe historische determinisme wekt nostalgisch verlangen naar een theorie als die van Theodor Lessing met zijn Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen (1919). De chaos van onze werkelijkheid, vernemen we, krijgt alleen zin door het narratief dat wij zo gewetensvol mogelijk uit de brij van indrukken creëren; objectieve causaliteit, laat staan wetmatigheid in de geschiedenis en geschiedbeoefening is illusie.

Elk historisch vertoog wordt omgeven door wat noodzakelijkerwijs verzwegen is en behelst ook altijd misrepresentatie – het collectieve geheugen is al net zo onbetrouwbaar als het individuele. Deze ingecalculeerde, eeuwige mislukking van het historische beeld verhindert ons niet, maar noopt ons misschien wel om met ons lampje te blijven priemen, zowel in de schemer van het verleden als in de inktzwarte duisternis van de toekomst.

Jan J.B. Kuipers (1953) publiceerde ca. 85 boeken: non-fictie en fictie voor volwassenen en kinderen. Recent: Dwepers en dromers. Tegenculturen in Nederland 1890-1940 (Walburg Pers 2022), De vlucht naar boven. Tegenculturen in Nederland in de jaren zestig en zeventig (id. 2023), High van de Zeeuwse mist (ZB, 2024). Redacteur, medewerker van o.m. Ballustrada, Archeologie Magazine, Historiek. Stadsdichter Middelburg 2005/2006.

***



Lees ook:
Nederland in de Middeleeuwen
De CANON van ons middeleeuws verleden 

Prijs
€ 16,99
ISBN
9789462491946
Uitvoering
eBook ePub (Adobe DRM)
Aantal pagina's
192


zondag 15 februari 2026

Katholiek-apostolisch tot de jongste dag

'De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven.'

Nieuwerkerk, zomer 2008. De buurman van het Katholiek-apostolische kerkje aan de Molenstraat biedt aan om zijn auto weg te zetten. Hij draagt een T-shirt en korte broek. Tegen zijn rondhangende zoontje spreekt hij Duivelands, tegen ons volwassenen Nederlands met een vaag Rotterdams accent. Meestal is dat net andersom tegenwoordig. We kijken naar het negentiende-eeuwse schuurkerkje. ‛Een paar keer per jaar houden ze nog een dienst,’ zegt de buurman. ‛Dan komt er iemand van het hoofdkantoor in Den Haag, en hoor je hierbuiten heel zacht de gezangen. Het klinkt katholiek.’

Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Katholiekapostolisch tot de jongste dag', 
Zeeuws Tijdschrift 65(2015)3/4, 26-27.


Als er voorbereidselen voor een van de schaarse diensten werden getroffen ging hij wel eens binnen kijken. ‛Er is nog een mooi altaartje,’ zegt hij. We mogen zijn poort door om de zij- en achterkant van het hermetisch gesloten kerkje te bekijken. Buurman woont tussen het Katholiek-apostolische godshuisje en de veel grotere kerk van de gereformeerde gemeente. ‘De gereformeerde gemeente is ‛s zondags een stuk luidruchtiger,’ zegt hij lachend. ‛Dit is heilige grond, en dat hebben we hier wel nodig ook.’

Pilaar der apostelen

De apostolischen zijn omstreeks 1830 voortgekomen uit een charismatische opwekkingsbeweging in Schotland en Engeland. De Schotse predikant Edward Irving was een belangrijke persoon binnen deze beweging, maar hij was allang overleden toen de Katholiek-apostolische kerk uit noodzaak werd gesticht (1847), omdat de meeste apostolische kopstukken uit hun eigen kerken, vooral de Anglicaanse, waren gezet. De eigenlijke stichter was de Londense advocaat en kenner van oudchristelijke liturgie John Bate Cardale. Cardale was een geroepene. Toen in 1835 de uitzending van twaalf (!) apostelen plaatsvond, werd hij aangewezen als ‛pilaar der apostelen’. 

Het kerkje aan de Molenstraat
(foto H.M.D. Dekker)
De twaalf stichtten gemeenten in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Alle apostolische ambten werden geënt op het nieuwe testament: apostelen, profeten, evangelisten, herders/leraars. Aan het hoofd van een volgroeide gemeente kwam een engel (bisschop), bijgestaan door priesters en diakenen. 

Het altaartje van Nieuwerkerk (bron: reliwiki.nl)

In de leer lag sterke nadruk op de spoedige Wederkomst van Christus, de eenheid van de kerken, de werking van de Heilige Geest en de betekenis van Israël. Ondanks pinksterachtige, extatische taferelen in de beginperiode kreeg het rituaal een hoog-kerkelijk en katholiek karakter, inclusief eucharistie, ‛verzegeling’ (vormsel), allerlei wijdingen, inzegeningen van schepen en woningen, ziekenzalving enzovoort.

'Wij hebben ons vergist'
Tot ieders verbazing stierven apostelen vóór de Wederkomst een feit was, hetgeen voordien onmogelijk werd geacht. ‛Helaas, wij hebben ons vergist,’ verklaarde Cardale over dit gelogenstrafte aspect van de apostolische leer. De laatste apostel, Francis Valentine Woodhouse, stierf in 1901, de laatste Nederlandse onderdiaken in 2010.

In een zijwand van het kerkje in Nieuwerkerk zit een ingekerfde baksteen met het jaartal 1876. Maar de gemeente hier stamt al uit 1873. De Vlaardingse gemeente dateerde wél uit 1876. Mijn eigen oma behoorde ertoe, tot de gemeente bij gebrek aan leden werd opgeheven. Mijn moeder stootte als meisje ooit het portret van een der Britse stichters van de wand, en kreeg meer dan één opvoedkundige tik. Zag oma in de neerstorting van het portret een omen van de opheffing?

Omzwervingen
In Nieuwerkerk hielden ze het langer vol. Stichter van de gemeente was kleermaker Jan van der Have (1819-1909). Na uitgebreide kerkelijke omzwervingen kwam hij via een mosselschipper uit Bruinisse in contact met het gedachtegoed van de apostolische beweging. Jan verbouwde een vervallen pakhuis aan de Molenstraat tot kerk, en bracht het binnen deze eigen creatie achtereenvolgens tot priester en engel.

De Februariramp van 1953 sloeg een grote bres in de Nieuwerkerkse gemeente; zeker twaalf leden kwamen om. In 2003 leefden er nog twee. Het laatste gemeentelid was koster Jan Kik. Hij overleed in 2008, het jaar van ons bezoek aan het kerkje.

De liturgie (ed. 1909)
Het enige wat in mij resteert van de Katholiek-apostolische genen is een levendige belangstelling voor religieuze sekten en fraaie liturgieën. En de enige sporen in mijn huis zijn enkele overgeërfde apostolische kerkboeken. In mijn exemplaar van De Liturgie en andere Eerediensten, editie 1909, staat in het daarvoor bestemde rechthoekje de naam van mijn in 1895 geboren oma, door haarzelf geschreven in pijnlijk net schuinschrift. 

Op pagina 275 meldt de gedachtenis aan een Ontslapene: ‛...bewaar Gij de zielen van allen, die ontslapen zijn’. De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven. Maar in Nieuwerkerk wordt gezegd, zo meldt een apostolische website, dat het Katholiek-apostolische kerkje blijft staan tot de jongste dag.


Naschrift: Het katholiek-apostolische kerkje van Nieuwerkerk is  vóór 2016 definitief gesloten en vervolgens gesloopt.

***

Misschien ook leuk:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben

(hier te bestellen)




woensdag 28 januari 2026

Waar bleef 't Kint van Trente?

 We wisten er vroeger al weinig van, en nu eigenlijk nog minder. Ook dát kan de uitkomst zijn van archeologisch onderzoek. Stichting RAAP ging in december 1996 op zoek naar kasteel ‘t Kint van Trente(n). Volgens de Visscher-Romankaart uit 1656 lag dat een eindje ten noorden van het dorp Kruiningen. Bestudering van oud kaartmateriaal leidde tot drie mogelijke locaties van dit kasteel.


Bron: Jan J.B. Kuipers, ‘Waar bleef ‛t Kint van Trente?’ 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 3 juni 2015.

De meest waarschijnlijke was aan de Donkere weg. In de omgeving zouden rond 1980 bij boringen funderingen en gewelven zijn aangetroffen. Maar dat bleek een andere locatie te zijn. En was ’t Kint van Trente eigenlijk wel een kasteel? Volgens de kaart uit 1656 vermoedelijk wel: daarop zie je verschillende gebouwen, en een toren met een wimpel. Ook een andere afbeelding toont een kasteelachtig complex. Maar in middeleeuwse bronnen is er niets over een kasteel met deze naam bij Kruiningen bekend.

Een verband met een klooster was waarschijnlijker, aldus sommige historici en archivarissen. G.F. Sandberg opperde in 1982 dat het hier om een terminariushuis van de franciscanen ging, een soort logieshuis voor deze bedelmonniken. De naam Trente zou een verbastering zijn van ‘Terrnte’, termijnhuis of terminariushuis. En die term kennen we wel uit 15de-eeuwse akten. Waarom daar dan ‘Kint’ aan is toegevoegd weet niemand. Het geheimzinnige huis komt vanaf de latere 18de eeuw niet meer op kaarten voor; de naam bleef wel bestaan voor een deel van de polder Kruiningen. Deze kwam in 1531 tot stand op gebied, dat in 1530 was overstroomd. Wanneer en waardoor ‛t Kint van Trente is verdwenen, is ook onbekend. Nieuwe overstroming?

Tekst vervolgt onder de afbeelding.  


’t Kint van Trente ten noorden van Kruiningen op de Visscher-Romankaart (1656).

Elektromagnetische metingen door de Stichting Raap hadden vrijwel geen resultaat. Geen enkele van de 30 gezette boringen bevatte enig archeologisch materiaal. Ook oppervlaktekartering, het aflopen en minutieus onderzoeken van akkers, leverde geen enkele aanwijzing op. Luchtfoto’s toonden evenmin iets. ’t Kint van Trente was een raadsel en bleef een raadsel.

***

Misschien ook leuk:


Vikingen van Jan J.B. Kuipers belicht een zeer turbulente periode in de Europese en Nederlandse geschiedenis, met een blik die reikt van Byzantium tot Groenland en van de Scandinavische voorgeschiedenis tot de slotakkoorden van de Vikingcultuur in de late middeleeuwen. De Lage Landen en naburig gebied staan centraal, met speciale aandacht voor het in elkaar grijpen van gebeurtenissen aan beide zijden van de Noordzee. De chronologische benadering in het boek wordt gecomplementeerd met thematische hoofdstukken over bijvoorbeeld de botsing van culturen, langschepen, strijdmethoden en Vikingschatten.

zaterdag 20 december 2025

Stevige stamppotten en het Hercynische woud

Eerste fragment van mijn verhaal 'Het truffelveld', verschenen in HSF  55 (2024) nr. 286, 22-27 en in EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2024 (2025), 58-67. Het hele verhaal is ook hier te lezen.

"Cassius, hoewel het liefst vertoevend te midden van zijn boeken en manuscripten, had zich de nodige moeiten getroost om zijn Truffelveld nabij de westelijke boorden van het Hercynische woud ontoegankelijk te maken voor ongenode gasten. Er liep maar één pad naartoe tussen hoog oprijzende eiken, populieren en plekken met donkergroene sparren, die het licht van de hemel bijna versperden. Onder dat pad had hij botten begraven van dieren en ook van mensen die in het woud verdwaald en omgekomen waren, of waren vermoord door struikrovers. Ook strooide hij regelmatig een dikke lijn zout dwars over het pad om ongewenste lieden te weren. Verder gebruikte hij het kostbare zwarte zout, dat hij achter slot en grendel in zijn studeerkamer bewaarde, op een manier die niet uitgeduid hoeft te worden."

Tekst vervolgt onder de afbeelding.

Illustratie bij het verhaal op EdgeZero.


Over dit verhaal:

Liefde, of tenminste een verlangen naar warmte en wat gezelschap, overwint alles. Dat is de vermoedelijke boodschap van Het truffelveld van Jan J.B. Kuipers. Met behulp van listen en lagen proberen de personages hun doeleinden te verwezenlijken in een wereld doordrenkt van occulte folklore, magie, suspecte heiligenverering en stevige stamppotten. Sommigen van hen komen tijdig tot bezinning. Het Hercynische woud, ergens tussen de Rijn en de Donau, duikt vaker op in de verhalen van Kuipers. We danken onze kennis ervan aan auteurs als Caesar, Tacitus en Livius. Waar is dit oerbos gebleven?

 ***

Misschien ook leuk: TIGONIUS van de gebroeders Gert en Jan Kuipers:

Een mislukte schepper en zijn mislukte schepping, die niet voldoet aan het tevoren afgesproken doel. Iemand met de naam Meetrecht en een rivaal die zich Salpetrus Satanski noemt: het zijn de ingrediënten van dit vroeggeboren samenwerkingsverband tussen de gebroeders Kuipers. Het is aan de Heer God Meetrecht er tijdig voor te zorgen dat diens mens zichzelf bewijst. Het is dat, of sector QZ-744-2 zal Hem ontnomen worden.

Tigonius; door Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers; omslagillustratie Gert-Jan van den Bemd; omslagontwerp Ingrid Heit; Rare Boekjes-reeks deel 55; ISBN 978-90-78499-50-3; 220 blz.; 1e druk 2020; uitg. Stichting Fantastische Vertellingen; NUR code 300




maandag 15 december 2025

De 'gesneuvelde' ridder van Coudorpe

‘In de vreselijke veldslag te Baarland tussen het invasieleger der Vlamingen, dat korte tijd geleden op de Bevelandse eilanden is geland, en de Hollanders, is een der Hollandse edellieden door een lans van een der Vlaamse krijgslieden getroffen. De lans drong in ‘s ridders hoofd. Hij sloeg voorover van zijn paard en overleed onmiddellijk. Het stoffelijk overschot zal bijgezet worden in de kerk te Coudorpe.’ Aldus een journalistieke reconstructie uit augustus 1955.

Bron: Jan Kuipers, 'De gesneuvelde ridder van Coudorpe'. 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 11 maart 2015.

Het skelet van Coudorpe. Hist.
Museum de Bevelanden, Goes
(foto H.M.D. Dekker)
Een maand tevoren stuitte een dragline bij dit verdwenen Zuid-Bevelandse dorp tijdens herverkavelingswerk op overblijfselen van een kerkhof. Toen men besefte dat hier een archeologisch interessant object ontdekt was, verrichtte de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een opgraving. Hierbij werd de tracering van een kerk blootgelegd, vlak achter de nog bestaande Coudorpse vliedberg. 

Op het kerkhofterrein en in de kerk werden vrij gave skeletten aangetroffen. In een hoek van de voormalige kerk bevond zich een graf van kloostermoppen. Daarin lag een skelet met een lengte van ongeveer 1,90 meter. Iemand van grote afmetingen dus, zeker voor middeleeuwse begrippen. Onder de schedel lagen ijzerresten, mogelijk afkomstig van een helm.

Dit feit trok de aandacht van de Kwadendamse hoofdonderwijzer, heemkundige en amateur-archeoloog A. de Boo (1920-1987). De Boo had thuis een privémuseum met door hemzelf verzamelde archeologica en historische objecten. Met enkele geestverwanten gaf hij een eigen periodiek Varia Zelandiae uit. Met veel geduld reconstrueerde De Boo de schedelfragmenten van de man uit Coudorpe. Intussen rijpte een mooie theorie. De eigenaar van de schedel, aldus De Boo, moest een ridder zijn geweest die door een lansstoot werd gedood tijdens de Slag bij Baarland in 1295, waarin graaf Floris V van Holland en Zeeland de Vlamingen versloeg.

Deze post over de Hellenburg bij Baarland is mogelijk ook interessant.

Het was in 1295 al decennia onrustig in Zeeland. Veel Zeeuwse edelen kozen in de jaren 1290-1295 de Vlaamse zijde in de strijd tussen Floris V en graaf Gwijde van Vlaanderen. Dankzij de ingewikkelde feodale situatie (de Hollandse graaf hield Zeeland deels in leen van de graaf van Vlaanderen) handhaafde de hoge Zeeuwse adel een grote mate van autonomie, door nu eens de ‘Hollandse’ en dan weer de ‘Vlaamse’ belangen te dienen. De Slag bij Baarland was maar één van de bloedige episoden in het conflict. Talrijke Zeeuwse edelen hadden nu hun jas naar de Hollandse wind gehangen. Ze verpletterden het Vlaamse leger ergens tussen Borssele en Baarland.

Tekst vervolgt onder de foto.
De vliedberg van Coudorpe. Foto H.M.D. Dekker, 2005.


Bij de ridder uit Coudorpe was de lans in de linkerkaak gedrongen en iets boven de kruin weer naar buiten gekomen. Uit het schedeldak was een driehoekig scherfje geslagen, en twee afrondingen van de lanspunt waren volgens De Boo duidelijk te zien. Na de stoot moest de ridder van zijn paard zijn gevallen, waarbij de lans zijn schedelbasis vernielde. Een gruwelijk verhaal, maar waarom juist de Slag bij Baarland? Aangezien het graf van de onfortuinlijke ridder als dertiende-eeuws was gedateerd, lag dit verband volgens De Boo voor de hand.

Misschien ook leuk: deze artikelen schreef ik over hoofdrolspelers 

Door herhaalde overstroming en de opkomst van Driewegen raakte Coudorpe ontvolkt en de kerk in verval. In de achttiende eeuw werd deze gesloopt. De stenen werden gebruikt ter versterking van de zeewering, inclusief zerken en overige gedenktekens. En de onfortuinlijke ridder bleef anoniem achter in zijn graf.



Lees ook:
Nederland in de Middeleeuwen
De CANON van ons middeleeuws verleden 

Prijs
€ 16,99
ISBN
9789462491946
Uitvoering
eBook ePub (Adobe DRM)
Aantal pagina's
192

Lezing 'Voorspoed en tegenzin'

Wederopbouw, welvaart, protest Heemkundige Kring de Bevelanden organiseert op woensdag 25 maart 2026 om 19.30 uur een lezing over ‘wederopbo...