donderdag 15 juli 2021

Joop Buma overleden

Gisteravond (14 juli) overleed in zijn woonplaats Middelburg Joop Buma, in 2009/2010 stadsdichter van Middelburg. Hij zou in augustus 90 zijn geworden.

Buma publiceerde vele bundels, de meeste via zijn eigen uitgeverijtje Mea Sponte. Dit was ook het kanaal voor veel bundels van de jaarlijkse poëziemanifestatie, georganiseerd door de Werkgroep Poëzie van de Kunst- en Cultuurroute Middelburg. Een klein legioen aan dichters werkte aan deze (thema)bundels mee in de loop der jaren. 

In een ver verleden verschenen onder meer ook kinderboeken van Joops hand.

Er viel heel wat te lachen met Joop Buma tijdens de manifestaties en vergaderingen van de Werkgroep Poëzie, maar hij kon ook zijn IJzeren Wil tonen als iets niet naar zijn zin ging.

Ik ontmoette hem voor het eerst in de jaren tachtig, toen hij regelmatig op het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten aan de Balans verscheen.

 De foto is gemaakt door Heleen Dekker tijdens de presentatie van mijn gevelgedicht 'Ostrea' op de hoek van de Sint-Joris- en Wagenaarstraat in Middelburg. Dat was in 2010, dus al tijdens zijn 'emeritaat', zoals Joop het graag uitdrukte. 

Rust goed, 'collega' Joop!



vrijdag 9 juli 2021

Kleurrijk en cartoonesk

TIGONIUS - Jan & Gert Kuipers; Stichting Fantastische Vertellingen; 2020; 213 blz.; € 5,95; ISBN 978-90-78499-80-3; omslagillustratie Gert-Jan van den Bemd; omslagontwerp Ingrid Heit; zetwerk & opmaak Remco Meisner

door Paul van Leeuwenkamp

Eerder verschenen in: Fantastische Vertellingen nr. 58, juni 2021

Tigonius heeft een kleurrijke, cartooneske omslag en dat is de juiste weergave van dit verhaal, dat nadrukkelijk wordt gepresenteerd als een zeer vroege samenwerking van de gebroeders Kuipers, eindelijk uit de kast gehaald, afgestoft en toch nog gepubliceerd, voorloper van Het spel om de regendanser (Verschijnsel, 2007). Al lijkt deze publicatie zich zo klein mogelijk te willen maken, de lotgevallen van de door de Heer uitverkoren Tigonius, centurion van de tempelwacht, blijven kleurrijk.

Bestel hier Tigonius

Het Gilde van de Heren God heeft het ontwerp van kandidaat Meetrecht goedgekeurd en vanaf dat moment mag ook hij zich Heer God noemen. Belangrijker: hij mag in sector QZ-744-2 zijn schepping realiseren: een mens met een vrije wil. Maar zijn project is vanaf het begin gedoemd te mislukken, want hij wordt opgezadeld met Salpetrus Satinski, een kandidaat die voor de elfde keer is afgewezen en waar de Raad geen raad mee weet. Ze wijzen hem in de nieuw bedachte functie van assistent-schepper aan de Heer God Meetrecht toe, met desastreuze gevolgen, want Satinski duikt onder en frustreert de schepping van Heer God Meetrecht. Wanneer duidelijk is dat zijn schepping is mislukt, moet Meetrecht zijn sector te ontruimen. Alleen wanneer hij in de korte periode die hem nog rest er in slaagt ‘zijn mens zichzelf te laten bewijzen’, zal hij een nieuwe sector toegewezen krijgen. Meetrecht besluit één mens te kiezen om zijn gelijk te laten zien, zijn uitverkorene, en dat is de tempelwachter Tigonius.


Daarna volgt een Oud Testamentisch verhaal, vol slim bedachte verwikkelingen, dat vlot wegleest, ondanks de soms plechtstatige toon (bijvoorbeeld “gevoelen” in plaats van gewoon voelen) die hoort bij het Oude Testament. Een verhaal met een jaloerse, wraakzuchtige god, waarin niet van Sodom en Gomorrah wordt weggevlucht, maar de lezer het afstraffen van de stad, hier Japyri geheten, daadwerkelijk krijgt gepresenteerd. In de Bijbel worden de steden vernietigd omdat de inwoners slecht waren en "hun zonden ongehoord groot" (Genesis). Daartoe behoort ook het aanbidden van andere goden, en dat is wat in deze stad volop wordt gedaan. Maar door het slechte van de mens vooral bij de zichzelf verrijkende priesterklasse te leggen, draaien de gebroeders Kuipers het ook een beetje om. Geloof, religie, ze worden getoond in een vertekenende lachspiegel, ze wordt omgedraaid tot relativerende tegenpolen. Er kwamen niet drie wijzen uit het oosten, maar drie dwazen uit het westen. Halverwege het verhaal denk je even dat het in herhaling treedt, en aan het eind vraag je je af of er een deus ex machina uit de wietpijpen van de gebroeders is gezogen, maar dan realiseer je je dat het allemaal heel logisch in elkaar past. Misschien ontbeert het de personages aan diepgang, maar zij zijn dan ook op de eerste plaats de dragers van de actie, het doorzicht op de speelse ideeën van de gebroeders Kuipers.

Speels…

Ja, maar toch ook wat dieper…

 Tigonius is geschreven eind jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de gebroeders Kuipers de pubertijd al ontgroeid waren en rond waarden in de alternatieve jongerencultuur van popmuziek en psychedelica. Zo tegen hun dertigste. Het verhaal heeft de sfeer van die jaren, waarin het leven werd ingekaderd door het Christelijke bestel, niet alleen via de kabinetten die ons land regeerden, maar ook direct via school en kerk. De jongerencultuur was misschien wel vooral het afzetten tegen de regels die door de kerk werden opgelegd. Von Däniken beweerde dat de goden kosmonauten waren en schrijvers als Wolkers en ’t Hart bepaalden de sfeer in de Nederlandstalige literatuur met hun Gereformeerde trauma’s.

Wanneer twee vitale jongelingen zo uitgebreid over het geloof schrijven, want dat is wat ze met Tigonius hebben gedaan, vermoed je een streng gelovige opvoeding die tot diep in de gevoelige ziel van het opgroeiend kind heeft gegrepen. Maar toen ik Jan Kuipers daarover bevroeg, leek dat niet het geval: “gewoon ‘licht’ hervormd. Geen bijbel lezen. Wel zondagschool, met een boekje plus sinaasappel tgv Kerst.” En stoer memoreert hij: “Ik zag het doen en laten van al die dominees, onderwijzers en jeugdleiders en wist genoeg. Op simpele vragen over de incongruenties van hun leer vertoonden ze slechts schuimbekken. Op mijn twaalfde/dertiende komaf met het hele zootje gemaakt.” En: “De bijbel was vooral een retrospectieve fascinatie van broer Gert herinner ik me, zelf was/ben ik meer geïnteresseerd in algemene mythologie en heidendom.” Ja ja, in de loop der jaren wordt alles grijs en veraf.

Gert & Jan Kuipers, 
'na meer dan veertig jaar'
Na meer dan veertig jaar lijkt het breken met de overheersende cultuur van het Christendom wellicht makkelijk, maar ik denk dat het niet zo eenvoudig ligt. Ik vermoed dat het onbegrip van het kind dieper gaat en langer doorwerkt. Zo leidt het protestantisme makkelijk tot het gilde van de Heren God dat in het eerste deel van Tigonius wordt geschetst. Nederlands Hervormd, Gereformeerd, Remonstrant, Gereformeerd vrijgemaakt, Christelijk Gereformeerd, Hersteld Hervormde Kerk, Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, Algemeen Doopsgezinde Sociëteit, Baptisten, Leger des Heils, Kerk van de Nazarener, Evangelische gemeenten, Pinkstergemeenten, Vrije Evangelische Gemeenten, Vergadering van gelovigen, Zevendedagsadventisten, Jehova's getuigen… Voor een kind hebben ze allemaal hun eigen god, zeker als vragen met schuimbekken worden beantwoord. En zo zijn er meer eenvoudige (als je het leest!) associaties, zoals het braakland voor het vagevuur.

Het zijn eigen bedenksels die voortkomen uit het kind dat je altijd blijft, maar met een concrete basis waar je geen macht over hebt. Op bladzijden 71 en 72, wanneer Tigonius in de Hemel is, wordt het allemaal kleurrijk verwoord. “Terwijl alle verschrikkelijke hemelbedenksels hem insloten, zongen de vliegwezens vrolijk: ‘Hij moet berecht. Tigonius moet berecht!’… ‘Tigonius is stout.’” En op dat moment duikt een oude vrouw op die zegt zijn moeder te zijn. “Mag moeder niet even rusten?” vraagt ze, met als gevolg dat “de Hemel weer met donderend geweld begon te schreeuwen”’Tigonius is stout. Mag moeder niet even rusten? ‘” Precies wat een kind in de door dominees en priesters overheerste wereld van de jaren zestig kon overkomen. En het leidt tot een begrijpelijke reactie: “Met een uitgeputte, overspannen giechellach sprong hij plots een eindje in de lucht en schreeuwde: ‘Niets, er is niets! Ga weg. Laat me met rust. Ksst, weg!’” Zoals Jan J.B. Kuipers “komaf met het hele zootje” maakte. En het werkt, want alle monsters en ook moeder verdwijnen. Alleen… niets verdwijnt echt helemaal, want: “De fladderende demonen lachten bloedstollend.”

Vanuit die Hemel gaat het verhaal van Tigonius, maar ook dat van Meetrecht, Satinski en Joachim de Wijze verder tot op bladzijde 206, in soms archaïsch, bijbels taalgebruik, met een kleurrijke humor. De ontknoping op bladzijde 206, de conclusie, geeft uiting aan de nihilistische levenshouding van de auteurs. Het geeft in religieus opzicht geen hoop, is in wezen nog steeds komaf maken met schuimbekkende dominees.

Elk boek heeft zijn eigen kwaliteiten, maar de uiteindelijke invloed wordt bepaald door kaders. Het kader van het oeuvre van de auteur(s), en vooral het kader van de lezer zelf; de boeken die hij daarvoor las, de mate waarin hij het werk van de auteur(s) kent, zijn persoonlijke verleden. Tigonius leest makkelijk weg, een kleurrijk tussendoortje. Maar het roept bij mij niet de neiging op om het te herlezen, nee, het roept de neiging op om Het spel om de regendanser te herlezen, waarvan Tigonius in het nawoord zo nadrukkelijk als voorganger wordt gekenschetst; het roept de neiging op om de Fantastische verhalenbundels van Jan J.B. Kuipers opnieuw te gaan lezen – Bannenfluister, hemelglas (1995), Hubake’s huis (2011), Houten trouw (2018) – op zoek naar eerdere optredens van Joachim de Wijze. En door een opmerking van Johan Klein Haneveld, dat “alle karakters in deze verhalen moreel niet lichtgrijs zijn, maar op zijn best donkergrijs, maar eerder zwart”, ook om de personages van de Kuipersen weer eens voorbij te laten gaan en een beeld te krijgen van hun mensbeeld.

 (Paul van Leeuwenkamp)

Stadsdichterstegels Middelburg naar opgang ZB

Zondag 4 juli is de nieuwe ‘eregalerij’ van stadsdichterstegels onthuld. Ze liggen nu op de klimmende entree van de Zeeuwse Bibliotheek (ZB) aan de Kousteensedijk in Middelburg. Voorheen lagen ze op het Koorkerkplein en nóg eerder op het Tympaanplein. Eén van de tegels is die van mij; ik was stadsdichter van Middelburg in 2005/2006.

 

Op het Tympaanplein lagen de tegels gedurende het zomerseizoen onder de stoelen en tafels van horecaterrassen. Op het Koorkerkplein werden ze kapotgereden door vrachtwagens. Daarom de verkassing naar het loop- en rolstoelpad van de ZB, het ‘huis van de taal’.

 



Foto's H.M.D. Dekker

dinsdag 29 juni 2021

Pluviertjes en ik

Onlangs verscheen de bloemlezing Pluviertjes en ik. Verzamelde gedichten over Domburg: een bloemlezing van gedichten over een bijzondere plaats. Cees Maas verzamelde honderden gedichten over Domburg en selecteerde de beste. Saar den Hollander maakte bij elk gedicht een illustratie. Uitgeverij De Hoge Hil verzorgde de uitgave.


Mijn gedicht Schimmen van zee staat op pag. 21. Het is eerder gepubliceerd op De Vrije Domburger, een website van - alweer - Cees Maas. Dat gebeurde in 2000, en Maas is dan ook ruim twintig jaar bezig geweest met het verzamelen van de gedichten over 'zijn' Domburg. Want, zo meldt het achterplat: 

'Domburg, de oudste badplaats van Zeeland, is veelvuldig bezongen door beroemde schilders, schrijvers en andere kunstenaars. Maar in de poëzie komt het stadje aan de Noordzee er bekaaid af. Tot nu.' 


Meer dan honderd zeer, matig en onbekende poëten bezingen de vele aspecten van Domburg in deze bundel. Om ze te ontdekken: ga op zoek naar deze verrassende bloemlezing. Waar? Ik zou het niet weten, maar wie 'm wil vinden zal 'm vinden.   

En de pluviertjes? Die komen uit het werk van J.C. van Schagen, wie anders?

woensdag 16 juni 2021

Het wonderbaarlijke Poeder van Sympathie

In de latere negentiende eeuw kon je bij de Middelburgse apotheker Van der Harst aan de Pottenmarkt een medicijn halen, dat in een loopbaan van twee eeuwen steeds wonderbaarlijker eigenschappen toebedeeld had gekregen. ‘Poeder van sympathie’ heette dit goedje; het bestond vooral uit kopersulfaat en diende oorspronkelijk om wonden te genezen.


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Het poeder van sympathie', Provinciale Zeeuwse Courant 13 februari 2006 (rubriek ‘Even Omzien’).

Aan wondermiddelen was in het verleden geen gebrek. Een door de Middelburgse arts J.C. de Man in december 1859 uitgeschreven enquête tot peiling van ‘vooroordeelen en bijgeloovigheden’ in Zeeland biedt een mooi staal van de medische folklore in het Zeeland van de negentiende eeuw. Naast amuletten als mollenpoten en ‘doodstanden’, toverkruiden als de champignon (!) en natuurlijk het klavertje vier, werd in de beantwoording van de enquête vaak melding gemaakt van het ‘poeder van sympathie’, ook verbasterd tot poeder van Sinte Patie. 


Het poeder werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden geïntroduceerd door de Britse zeeheld, arts, diplomaat, alchemist en filosoof Sir Kenelm Digby (1603-1665), wiens medische experimenten naar verluidt ook het leven kostten aan zijn innig geliefde en beeldschone echtgenote Venitia, die hij een schoonheidskuur liet ondergaan. Het letterkundig tijdschrift De Gids noemde Digby in 1837 dan ook ‘een dier dwazen, die, zoo als Sancho zou zeggen, hun brood nog blanker willen hebben dan het witste meel’. Misschien een al te geringschattende karakterisering van zo’n universele geest als Kenelm Digby.

 

Genezing op afstand

 


Het poeder van sympathie of pulvis sympatheticus werkte op een eigenaardige manier. Het moest op verband worden aangebracht, waarin etter of bloed van een wond was getrokken. Dit verband werd vervolgens door de genezer bij zich gehouden, en van tijd tot tijd met wat nieuw poeder bestrooid. Zo genas de wond, al bevond de patiënt zelf zich op verre afstand.

Zoals de naam al zegt was het sympathiepoeder een exponent van de zogenaamde sympathieleer, die uitging van nauwe samenhang tussen alle verschijnselen. Het menselijk lichaam was in deze, typisch renaissancistische visie een afspiegeling van het heelal, zoals ook elk deel van het menselijk lichaam de wezenlijke hoedanigheden bezat van het gehele lichaam. Dit is eigenlijk het magische principe bij uitstek. Met een deel kon je het geheel genezen, maar ook vernietigen. Wanneer de bezitter van bovengenoemd verband dit bijvoorbeeld in het vuur hield, viel de patiënt naar zeggen ten prooi aan verschrikkelijke pijn, als van een brandwond.

Wondermiddel tegen alles


Geen wonder dat apotheker Van der Harst aspirant-kopers altijd eerst tot ‘betere gedachten’ probeerde te brengen, alvorens het poeder over de toonbank ging. Want het spul werd gaandeweg voor van alles gebruikt. Tegen kiespijn en neusbloedingen, en buiten de medische sfeer als een algemeen wondermiddel. Als je het mes bemachtigde waarmee een moord was gepleegd, hoefde je er maar wat van het machtige poeder op te strooien om de dader ondraaglijke pijn te bezorgen, zodat hij zich wel moest aangeven. Ook kon het poeder worden gebruikt om voor de militie afgekeurd te worden, om een prijs te halen bij het ringrijden, tegen beheksing en zelfs om onzichtbaar te worden.

Reuma


In de kletspraatsfeer van het volksgeloof kreeg het poeder steeds grotere kwaliteiten toegemeten. Volgens de mondelinge overlevering kon het alleen door tovenaars worden bereid, die het trouwens ook gebruikten om de room van andermans melk te halen.

Belladonna of wolfskers
De schemerige faam van het pulvis sympatheticus bleek echter niet bestand tegen de dageraad van de moderne geneeskunde. Het poeder van sympathie verdween dus van het medische en folkloristische toneel. Maar zijn hoofdbestanddeel kopersulfaat behield ook in de twintigste eeuw een zekere roep (men noemde ook ingrediënten als belladonna, doornappel en dolle kervel). 

Het personage Van Schoonbeke in Willem Elsschots roman Kaas (1933) was gebaseerd op de excentrieke Antwerpse advocaat De Bruyne, die steevast met een koperen ketting rond zijn middel liep. De Bruyne leed waarschijnlijk aan jicht en was volgens Elsschots kleinzoon Willem Dolphyn ‘rotsvast overtuigd van de geneeskracht door afzetting van het kopersulfaat, een geloof dat men ook terugvond bij oude zeelui die daarom een koperen ring droegen die als oorbel functioneerde’. De laatste resten van oud bijgeloof? Nee hoor, ook nu zijn er nog volop armbanden met koperen binnenkant in de handel tegen reuma en artritis.

En verder...

Apotheker Van der Harst speelt in een ook een rol in mijn verhaal 'Een man van zijn woord' in de bundel Lovecraft in de polder (zie deze post). Het boek is nog altijd te bestellen!

zaterdag 5 juni 2021

Bouwoffers en bovennatuurlijk dierengedrag

Spinnen die 's ochtends, 's middags en 's avonds verschillend onheil aankondigen, zwarte en witte spookkatten, heksende buurvrouwen en opvallend rondhangende eksters, bouwoffers en adellijke honden die brood eten, een schip vol katten dat in één nacht naar Indie en terug voer... En waarom een varkensbotje in je broekband? Meegewerkt aan een podcast over mummiekat Gries in de Grote Kerk Veere: 

Gries de mummiekat - #2 Bouwoffers en bijgeloof

Het programma valt hier te beluisteren.

Gries de mummiekat | foto H.M.D. Dekker


Aflevering 2 gaat in op de rituelen en het bijgeloof rondom (huis)dieren in Nederland maar ook elders in Europa. De functie van katten is altijd al geweest om muizen en ander kwaad buiten de deur te houden en ze eindigden soms ook net als de 15de-eeuwse mummiekat Gries als bouwoffer. Ook ná hun negende leven waren zij vaak belast met het afweren van het kwaad. Katten en ook andere (huis)dieren komen in vele mythen, verhalen en overleveringen voor. Je hoort er alles over in deze podcast.

donderdag 3 juni 2021

NEELTJE JANS (en 110 andere plekken)

03-06-2021, NEELTJE JANS, na 13:00 uur. Drukke graaf- en bouwwerkzaamheden voorbij het westelijke hoofd van de grote 'baai' met hangcultuur ten westen van het Topshuis. Herrie van een torenhoge windmolen. Het bezoekerscentrum in het Topshuis is nog dicht. Corona. Het Parelpad (1,5 kilometer) is afgesloten in verband met mysterieuze werkzaamheden. Een fietsende Duitse clan rijdt verkeerd en keert luidruchtig weerom. Oma met knotje, kleinzonen, meisjes met dijen die het fietsen makkelijk tot Mannheim volhouden. Bij het loket van het terras van Proef Zeeland staat een geduldig maar volhardend rijtje dorstige mensen. De harige bastaardsatijnrupsen vormen nog steeds een gevaar, blijkt uit het oude vertrouwde waarschuwingsbord bij het Topshuis. Jeuk, huiduitslag, irritatie aan ogen en luchtwegen. Het is warm.

foto JJB Kuipers


Lees meer over Neeltje Jans, Proef Zeeland en 110 andere plekken in Zeeland in:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben




Joop Buma overleden

Gisteravond (14 juli) overleed in zijn woonplaats Middelburg Joop Buma, in 2009/2010 stadsdichter van Middelburg. Hij zou in augustus 90 zij...