maandag 13 september 2021

En weer bleef Eekhoornstaartstad ongezien

Met ‘De man die Eekhoornstaartstad nooit zag’ keert Jan Kuipers in zijn fantastiek terug naar de pop-SF en de sfeer van zijn vrolijke maar gelaagde mythologische verhalen van decennia geleden. ‘Eekhoornstaartstad’ is te lezen in de jongste editie van het jaarboek Ganymedes (pag. 88-111). Ook zijn gedicht 'Ik had mijn oude Batmanpak aangetrokken' is hierin opgenomen (pag. 202-203).


Het jaarboek wil voorzien in de algemeen geaccepteerde, evenwichtige staalkaart van het beste dat de Nederlandstalige fantastische literatuur voortbrengt. Ooit was het een uitgave van Bruna, sinds jaar en dag zwaait de Stichting Fantastische Vertellingen de scepter over dit almaar uitdijende verhaalimperium.

In de jongste editie zijn verhalen en gedichten te vinden van (in alfabetische volgorde):

Joke Adam, Annette Akkerman, Guido Eekhaut, Rob Geukens, Mike Jansen, Pascal de Hoop, Johan Klein Haneveld, Jorrit de Klerk, Jan J.B. Kuipers, Oxana Langbeen, Paul van Leeuwenkamp, Ruben van Luijk, Remco Meisner, Max Moragie, Marcel Ozymantra, Isabelle Plomteux, Jan Roosen, Steven Standaert, Tais Teng, Reinder Veelinx, Charles van Wettum, Reinold Widemann en Bart de Wolf.

Bestel HIER voor € 9,95. Meer info is hier te vinden.

Zoals elk jaar toont de cover een schilderij van de hand van wijlen ‘Ganymedes-roerganger’ Vincent van der Linden ('Emigration of a Tortoise').

Ganymedes-21; samengesteld door Paul van Leeuwenkamp & Remco Meisner; Rare Boekjes-reeks deel 58; ISBN 978-90-78499-54-1; 378 blz.; 1e druk 2020; uitg. Stichting Fantastische Vertellingen; omslagillustratie Vincent van der Linden; omslagontwerp Ingrid Heit; bio-/bibliografieën van de gepubliceerden. 


vrijdag 27 augustus 2021

'11 van de 111’ in Bibliotheek Terneuzen

Foto-expositie van Heleen M.D. Dekker


Tot en met 29 september aanstaande exposeert Heleen M.D. Dekker foto’s uit 111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben in Bibliotheek Terneuzen (Oostkant 1) tijdens openingsuren. Deze expositie ’11 van de 111’ hangt samen met de tweede editie van dit boek bij Uitgeverij Thoth, een herziene uitgave met 50 nieuwe plekken en tips.

Scheldeboulevard, Terneuzen (HMD Dekker)


Heleen Dekker maakte het boek samen met schrijver Jan J.B. Kuipers, die tientallen boeken over Zeeland publiceerde. De publicatie behandelt 111 onverwachte, maar ook een aantal bekende locaties in de provincie. Zij maakt deel uit van een reeks van ‘111 plekken’-boeken, die Nederlandse en Belgische steden en regio’s beschrijven vanuit een eigenzinnig en persoonlijk perspectief. Ze bieden insidertips en willen ‘andere wegen’ inslaan, weg van de toeristenpaden. Ook de invalshoek of compositie van de foto’s volgt dit eigenzinnige uitgangspunt.

Heleen M.D. Dekker werkte lang in de zorg. Daarnaast houdt zij zich al vele jaren bezig met documentaire en artistieke fotografie. Haar werk verscheen in vele tijdschriften en boekpublicaties. Haar eigen projecten omvatten onder meer ‘Kokend voedsel’, ‘Internationale toiletten’ en ‘Uit het keukenraam’.

Het boek is verkrijgbaar in de boekhandel of bij de uitgever.
Zie HIER de link naar de uitgevers- en bestelinformatie.

 111 PLEKKEN IN ZEELAND DIE JE GEZIEN MOET HEBBEN (tweede druk)



111 PLEKKEN IN ZEELAND DIE JE GEZIEN MOET HEBBEN (tweede druk)
AUTEUR(S) - Jan Kuipers | Heleen Dekker
TAAL - Nederlands
BINDWIJZE - Paperback
FORMAAT - 13,5 x 20 cm
OMVANG - 240 pagina’s
ILLUSTRATIES - 120 illustraties in kleur
VERSCHENEN - Maart 2020 (1e druk september 2015)
ISBN 978 90 6868 680 7
PRIJS € 16,95

woensdag 11 augustus 2021

Lezing Staats-Spaanse Linies, IJzendijke

Op vrijdagavond 10 september verzorgt Jan J.B. Kuipers in het Jeugdgebouw aan de Koninginnestraat 3 te IJzendijke een lezing over ‘De Staats-Spaanse Linies. Monumenten van conflict en cultuur’. De organisatie is in handen van museum Het Bolwerk, de aanvang is om 19:30 uur. Toegang: € 8,00 p.p., inclusief koffie en een drankje. Reserveren tot 2 dagen voor datum lezing (museum Het Bolwerk, 0117-301200, museuminfo@zeelandnet.nl).


Kuipers publiceerde in 2013 zijn gelijknamige boek, bij de voltooiing van een grensoverschrijdend project van onderzoek, restauratie en cultuur-toeristische ontsluiting van de Linies. De twee drukken van dit boek waren nog hetzelfde jaar uitverkocht.

Zowel de militaire als de algemene geschiedenis rondom de linies komen in de powerpointlezing aan bod, alsook bouwkundige aspecten en de ‘doorwerking’ van de linies in volksverhalen, anekdotes en de evolutie tot cultuurmonumenten. Een belangrijk deel van de presentatie behandelt de Opstand tegen Spanje c.q. de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), toen de linies ontstonden. Maar ook andere conflicten komen aan de orde, zoals de Spaanse en Oostenrijkse Successieoorlog in de achttiende eeuw. Geografisch richt de lezing zich vooral op Zeeuws-Vlaanderen.

Kruisdijkschans, 1692.

De Staats-Spaanse Linies omvatten bijna 450 objecten: forten, schansen, linies en vestingstadjes (zoals Hulst en Damme) in een gebied van zo’n 80 bij 40 kilometer aan weerszijden van de Belgisch-Nederlandse grens, tussen Knokke en Antwerpen. Een militaire raid van een Staats legertje in 1583 vormde de eerste aanzet. Die leidde tot het opwerpen van de Moffenschans bij Terneuzen: de eerste fortificatie die we tot de Staats-Spaanse Linies rekenen. Van de oorspronkelijke Moffenschans is niets meer over, in tegenstelling tot zeer veel andere elementen en werken, die we vandaag de dag al of niet gerestaureerd in het landschap aantreffen.


Jan J.B. Kuipers (1953) publiceerde tegen de tachtig boeken, veelal over historische onderwerpen. Hij werkte naast zijn loopbaan als zelfstandig auteur decennia in de Zeeuwse archeologie en erfgoedwereld. Najaar 2020 verscheen bij WalburgPers zijn boek Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee. Een andere recente titel is 111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben (Thoth, 2e dr.; met foto’s van Heleen Dekker).

Boeken van deze auteur over verwante onderwerpen:

Willem van Oranje

Prins in Opstand


De discussie over leven, karakter en betekenis van Willem van Oranje (1533-1584) laait regelmatig op. De figuur van de ‘vader des vaderlands’ is nog springlevend. De Opstand tegen Spanje en de Reformatiegeschiedenis in de Nederlanden zijn niet denkbaar zonder deze prins van Oranje, die in zijn eigen tijd al voorwerp was van felle controverses. Oranje stond aan de wieg van de Noord-Nederlandse natie, maar deze ‘geboorte’ voltrok zich tegen zijn wil. Zijn pogingen om de scheuring van Noord en Zuid te voorkomen bleven vruchteloos. Willem was weliswaar een belangrijke actor in de ontwikkelingen van zijn tijd, maar ook iemand die daardoor werd meegesleurd en getransformeerd. Als elfjarige verhuisde de prins van de Dillenburg naar het Brusselse hof, centrum van een wereldrijk, om zijn opvoeding te voltooien. Het was zijn introductie op het historische toneel, waar zijn rol bepaald zou worden door een bloedig conflict dat de mythische duur van tachtig jaar bereikte. Van verdediger van de belangen van de hoge adel ontwikkelde Oranje zich tot tegenstander van de onverzoenlijke kettervervolgingen. Zo kwam hij pal tegenover zijn koning Filips II te staan. Gaandeweg veranderde Willem van een in luxe badende prins met lichtzinnige reputatie tot een quasi-armoedige martelaar voor een niet eens helder omschreven ideaal. De man die ooit zijn bruid Anna van Saksen tegemoet ging met 1100 ruiters en een fabelachtige bagagetrein, eindigde als een sober geklede, vroegoude en zieke grijsaard die zich qua uitmonstering nauwelijks onderscheidde van een Delftse burger. Drie broers waren gesneuveld, zijn fortuin was verdwenen. Na minstens zeven mislukte aanslagen maakte de fanaticus Balthasar Gerards een eind aan Oranjes turbulente bestaan. Willem van Oranje. Prins in opstand volgt het leven van de prins tegen de breed geschetste achtergrond van de Opstand en de scheiding van Noord en Zuid, die ook de meest dramatische periode van beide naties vormen.
Bestelinfo HIER
€ 29,95


De Beeldenstorm

Van oproer tot Opstand in de Nederlanden


De Beeldenstorm markeert het begin van de Opstand tegen Spanje, uitgevochten in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Aanleiding en kader waren religieus, reactie op de meedogenloze kettervervolgingen. Er speelden ook andere motieven: economische nood en politieke frustratie. Op enkele maanden Beeldenstorm volgden zes jaar schrikbewind onder Hertog van Alva. De Beeldenstorm presenteert het verhaal van 1566 in de veelkleurige context van de reformatiegeschiedenis.
Bestelinfo HIER
€ 19,99

maandag 2 augustus 2021

Ontdekking van de jeugd in Zeeland (3)

'Zo ben ik niet opgevoed!'

Kijk hier voor 'Ontdekking van de jeugd in Zeeland afl. 1 en hier voor afl. 2

Hoe vermaakte de ontzuilde of zich ontzuilende jeugd, die de hoede van het kerkelijk en politiek verenigingsleven was ontvlucht, zich in de jaren vijftig? Je hing rond op straat, ging naar sportwedstrijden – hoofdzakelijk voetbal -, bezocht de kroeg en ging nu en dan naar de film. Dat laatste in Zeeland veel minder dan elders: gemiddeld zo’n drie keer per jaar, tegen landelijk zes. In Drente en Friesland lag die frequentie echter nog lager.


(Dit is een fragment uit: Brommers, gitaren en spandoeken, 2005)

De protestantse Zeeuwse jeugd kon voorstellingen bezoeken van de Christelijke Film Actie, die in diverse dorpshuizen werden georganiseerd, of in nette horeca-instellingen zoals Hotel Walcheren te Koudekerke. En dan nóg kon een voorstelling niet doorgaan, als een van de plaatselijke commissies de te vertonen film had afgekeurd.

Ondanks alle voorzorgen ging het ook tijdens een voorstelling wel eens mis. In 1966 of ‘67 onderbrak amanuensis Geerse van de Chr. HBS en MMS te Middelburg, tot verbijstering van de massaal toegestroomde leerlingen en aanwezige docenten, een film met Doris Day waarin een onschuldige kerkhofscène zat met de gevleugelde woorden: ‘Dit is spotten met de dood. Zo ben ik niet opgevoed.’ Ook de avond was hiermee gestorven, want niemand anders kon of durfde de projector te bedienen.

Rock 'n' roll zonder geluid


Niet dat het een typisch Zeeuws of plattelandsverschijnsel was, die schromelijke 
bezorgdheid van lokale overheden ten aanzien van de handhaving van orde en goede zeden. De burgemeester van Apeldoorn verbood de film Rock around the clock (1956) voor drie dagen; relletjes waren het gevolg. In Gouda kwam de burgervader bij deze muziekfilm met een oplossing van verpletterende, en tegelijk haast vertederende naïveteit: hij liet het geluid weg! Tot zijn verbazing nam men hier geen genoegen mee, zodat de film alsnog ‘compleet’ werd gedraaid.

Ook in de Zeeuwse steden waren bioscopen allang een gevestigd begrip. Zo werd na het bombardement en de verwoesting van de Middelburgse binnenstad in mei 1940, de plaatselijke schouwburg aan het Molenwater (naast de Koepoort) ook gebruikt als bioscoop. Men wilde de film niet missen. In januari 1965 werd op dezelfde plek een nieuwe schouwburg geopend, maar toen kon de Middelburgse filmliefhebber allang terecht in twee andere bioscopen, de ‘City’ aan de Lange Delft en ‘Electro’ aan de Markt (tegenwoordig Tympaanplein).

Slenteren en brommer rijden


Niet alleen de jeugd zelf kreeg door de economische explosie van de jaren vijftig wat meer te besteden, er kwam ook meer geld beschikbaar om de Zeeuwse jeugd te begeleiden door middel van jeugdwerk en jeugdzorg. In 1956 werd de oprichting van een Jeugdraad aangekondigd, ter bevordering van de ‘vrije jeugdvorming’ en de jeugdzorg. De Raad vormde een sectie van de Stichting Zeeland en was een overkoepelend orgaan, waarin vertegenwoordigers van bijvoorbeeld de Katholieke en Hervormde Jeugdraad vertegenwoordigd waren. 

In tegenstelling tot wat de term ‘vrije jeugdvorming’ suggereert was het oogmerk van de Jeugdraad niet de bevordering der vrijheid, maar integendeel de binding van de jongeren aan hun woonplaats en het stimuleren van het verenigingsleven aldaar. ‘Te veel,’ aldus de kersverse Raad, ‘ziet men de jeugd voor het zoeken van ontspanning op vrije avonden wegtrekken naar de dichtstbijzijnde stad, waar zij vertier zoekt in de bioscoop en in geslenter.’ 

De mobiliteit van de brommerrijdende jeugd was een factor van belang in de zo gevreesde ontworteling; jongeren zagen er bijvoorbeeld totaal geen been in om vanuit Schouwen-Duiveland en Zuid-Beveland een populaire bar in Kortgene te frequenteren, waarvoor men een tochtje met de pont naar en van het toen nog geïsoleerde eiland graag overhad.

De instuif rukt op


Het confessionele jeugdwerk trachtte op slimme wijze de zielen terug te houden die over de horizon van de vertrouwde levenssfeer dreigden te verdwijnen, al of niet op de brommer.
Men zette, zoals in Goes, een musical op touw met een bijbelse boodschap, en stichtte de ‘jeugdkerk’. Ook het verschijnsel van de ‘instuif’ rukte op. Hier ging het een stuk informeler toe dan op de traditionele jeugdvereniging, waar je strikt op tijd aanwezig moest zijn op de clubavonden, aangezien je anders het gebed of stichtend woord van de leider zou missen. 

Dergelijke avonden, zoals van de Christelijke Jongemannen Vereniging (CJV, aanvankelijk CJMV), begonnen met een gebed en eventueel een bijbellezing, waarna vaak een nuttig gedeelte volgde: een lezing of voordracht. Na de pauze was het tijd voor ontspanning en kwamen de spelborden en sjoelbakken op tafel. Ook werden er toneelstukken ingestudeerd voor een jaarlijkse uitvoering: altijd een bron van aanzienlijk vermaak.

- wordt vervolgd -

Bron: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Henk Feij en Peter Urbanus, Brommers, gitaren en spandoeken. Vijftig jaar jong in Zeeland (Zaltbommel: Uitgeverij Aprilis, 2005), hoofdstuk 'De ontdekking van de jeugd in Zeeland' (Jan J.B. Kuipers)


donderdag 29 juli 2021

Achterberg onder zijn zwerfkei

Begraafplaats Rusthof, Amersfoort/Leusden


foto H.M.D. Dekker, 17-07-2021

Bij een herhaalbezoek aan begraafplaats Rusthof op een fraaie zomerochtend attendeert de gratis beschikbaar gestelde folder ons op het graf van Gerrit Achterberg: afdeling 22, grafnummer 506. De ruim aanwezige rododendrons (nee, rooi er niet één!) maken het zoeken wat moeilijk, maar plotseling zie ik de zwerfkei liggen die dienst doet als zerk. Dat gaat vaak zo, als je iets zoekt en per se wilt vinden, wordt op een gegeven ogenblik je blik er als vanzelf naartoe getrokken. Vervolgens is er de zonderlinge sensatie van het onderaardse dat je in zich op wil nemen, misschien ook ingegeven door courante lectuur over de Romantiek, Novalis e.d. (Safranski, Romantiek). Wellicht een extra dosis vitamine B?

Achterberg ligt hier met zijn echtgenote Cathrien van Baak; hij verkeerde nog onder toezicht van justitie (hij had in 1937 zijn hospita vermoord) toen hij in 1946 met haar trouwde. In eerste instantie was Achterberg in het verkeerde graf gelegd. Nadat alle aanwezigen bij de teraardebestelling waren vertrokken, is de fout hersteld. Met hulp van Staatsbosbeheer haalde men uit Donderen de zwerfkei die nu op het graf prijkt. Harry Mulisch stelde voor om het kwatrijn 'Grafschrift' uit Osmose in bronzen letters op de kei te plaatsen. Hetgeen geschiedde:

Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen, waarop geschreven:
de dichter van het vers, dat niet bedierf.

Ze hebben trouwens kwade plannen met dit fantastische grafveld: bomen weghalen, meer licht. Jaja. Als zo’n sfeerrijke plaats iets niet nodig heeft, is het wel meer licht. Tanizaki wist het al (heb erover geschreven in ‘Steeds meer licht’ in Methoden tegen de helderheid). Het zullen wel bezuinigingen zijn, meer economie om meer doden te kunnen herbergen. 

Met Achterberg heb ik vooral te maken gehad via zijn (onbelangrijke) gedicht ‘Reimerswaal’ voor de documentatie van de literaire traditie rond de Zeeuwse verdronken geschiedenis. Ben verder absoluut geen Achterbergkenner. De aansporing op het bankje uit 2020 vóór het grafmonument, dat het ‘laatste wat gij doet’ moet zijn het leggen van alle gedichten ‘aan mijn voet’ komt bijna komisch over.  Men heeft wel wat anders aan zijn hoofd bij het laatste wat men doet, stel ik me voor.


foto H.M.D. Dekker, 17-07-2021


donderdag 15 juli 2021

Joop Buma overleden

Gisteravond (14 juli) overleed in zijn woonplaats Middelburg Joop Buma, in 2009/2010 stadsdichter van Middelburg. Hij zou in augustus 90 zijn geworden.

Buma publiceerde vele bundels, de meeste via zijn eigen uitgeverijtje Mea Sponte. Dit was ook het kanaal voor veel bundels van de jaarlijkse poëziemanifestatie, georganiseerd door de Werkgroep Poëzie van de Kunst- en Cultuurroute Middelburg. Een klein legioen aan dichters werkte aan deze (thema)bundels mee in de loop der jaren. 

In een ver verleden verschenen onder meer ook kinderboeken van Joops hand.

Er viel heel wat te lachen met Joop Buma tijdens de manifestaties en vergaderingen van de Werkgroep Poëzie, maar hij kon ook zijn IJzeren Wil tonen als iets niet naar zijn zin ging.

Ik ontmoette hem voor het eerst in de jaren tachtig, toen hij regelmatig op het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten aan de Balans verscheen.

 De foto is gemaakt door Heleen Dekker tijdens de presentatie van mijn gevelgedicht 'Ostrea' op de hoek van de Sint-Joris- en Wagenaarstraat in Middelburg. Dat was in 2010, dus al tijdens zijn 'emeritaat', zoals Joop het graag uitdrukte. 

Rust goed, 'collega' Joop!



vrijdag 9 juli 2021

Kleurrijk en cartoonesk

TIGONIUS - Jan & Gert Kuipers; Stichting Fantastische Vertellingen; 2020; 213 blz.; € 5,95; ISBN 978-90-78499-80-3; omslagillustratie Gert-Jan van den Bemd; omslagontwerp Ingrid Heit; zetwerk & opmaak Remco Meisner

door Paul van Leeuwenkamp

Eerder verschenen in: Fantastische Vertellingen nr. 58, juni 2021

Tigonius heeft een kleurrijke, cartooneske omslag en dat is de juiste weergave van dit verhaal, dat nadrukkelijk wordt gepresenteerd als een zeer vroege samenwerking van de gebroeders Kuipers, eindelijk uit de kast gehaald, afgestoft en toch nog gepubliceerd, voorloper van Het spel om de regendanser (Verschijnsel, 2007). Al lijkt deze publicatie zich zo klein mogelijk te willen maken, de lotgevallen van de door de Heer uitverkoren Tigonius, centurion van de tempelwacht, blijven kleurrijk.

Bestel hier Tigonius

Het Gilde van de Heren God heeft het ontwerp van kandidaat Meetrecht goedgekeurd en vanaf dat moment mag ook hij zich Heer God noemen. Belangrijker: hij mag in sector QZ-744-2 zijn schepping realiseren: een mens met een vrije wil. Maar zijn project is vanaf het begin gedoemd te mislukken, want hij wordt opgezadeld met Salpetrus Satinski, een kandidaat die voor de elfde keer is afgewezen en waar de Raad geen raad mee weet. Ze wijzen hem in de nieuw bedachte functie van assistent-schepper aan de Heer God Meetrecht toe, met desastreuze gevolgen, want Satinski duikt onder en frustreert de schepping van Heer God Meetrecht. Wanneer duidelijk is dat zijn schepping is mislukt, moet Meetrecht zijn sector ontruimen. Alleen wanneer hij in de korte periode die hem nog rest er in slaagt ‘zijn mens zichzelf te laten bewijzen’, zal hij een nieuwe sector toegewezen krijgen. Meetrecht besluit één mens te kiezen om zijn gelijk te laten zien, zijn uitverkorene, en dat is de tempelwachter Tigonius.


Daarna volgt een Oud Testamentisch verhaal, vol slim bedachte verwikkelingen, dat vlot wegleest, ondanks de soms plechtstatige toon (bijvoorbeeld “gevoelen” in plaats van gewoon voelen) die hoort bij het Oude Testament. Een verhaal met een jaloerse, wraakzuchtige god, waarin niet van Sodom en Gomorrah wordt weggevlucht, maar de lezer het afstraffen van de stad, hier Japyri geheten, daadwerkelijk krijgt gepresenteerd. In de Bijbel worden de steden vernietigd omdat de inwoners slecht waren en "hun zonden ongehoord groot" (Genesis). Daartoe behoort ook het aanbidden van andere goden, en dat is wat in deze stad volop wordt gedaan. Maar door het slechte van de mens vooral bij de zichzelf verrijkende priesterklasse te leggen, draaien de gebroeders Kuipers het ook een beetje om. Geloof, religie, ze worden getoond in een vertekenende lachspiegel, ze wordt omgedraaid tot relativerende tegenpolen. Er kwamen niet drie wijzen uit het oosten, maar drie dwazen uit het westen. Halverwege het verhaal denk je even dat het in herhaling treedt, en aan het eind vraag je je af of er een deus ex machina uit de wietpijpen van de gebroeders is gezogen, maar dan realiseer je je dat het allemaal heel logisch in elkaar past. Misschien ontbeert het de personages aan diepgang, maar zij zijn dan ook op de eerste plaats de dragers van de actie, het doorzicht op de speelse ideeën van de gebroeders Kuipers.

Speels…

Ja, maar toch ook wat dieper…

 Tigonius is geschreven eind jaren zeventig van de vorige eeuw, toen de gebroeders Kuipers de puberteit al ontgroeid waren en rond waarden in de alternatieve jongerencultuur van popmuziek en psychedelica. Zo tegen hun dertigste. Het verhaal heeft de sfeer van die jaren, waarin het leven werd ingekaderd door het Christelijke bestel, niet alleen via de kabinetten die ons land regeerden, maar ook direct via school en kerk. De jongerencultuur was misschien wel vooral het afzetten tegen de regels die door de kerk werden opgelegd. Von Däniken beweerde dat de goden kosmonauten waren en schrijvers als Wolkers en ’t Hart bepaalden de sfeer in de Nederlandstalige literatuur met hun Gereformeerde trauma’s.

Wanneer twee vitale jongelingen zo uitgebreid over het geloof schrijven, want dat is wat ze met Tigonius hebben gedaan, vermoed je een streng gelovige opvoeding die tot diep in de gevoelige ziel van het opgroeiend kind heeft gegrepen. Maar toen ik Jan Kuipers daarover bevroeg, leek dat niet het geval: “gewoon ‘licht’ hervormd. Geen bijbel lezen. Wel zondagschool, met een boekje plus sinaasappel tgv Kerst.” En stoer memoreert hij: “Ik zag het doen en laten van al die dominees, onderwijzers en jeugdleiders en wist genoeg. Op simpele vragen over de incongruenties van hun leer vertoonden ze slechts schuimbekken. Op mijn twaalfde/dertiende komaf met het hele zootje gemaakt.” En: “De bijbel was vooral een retrospectieve fascinatie van broer Gert herinner ik me, zelf was/ben ik meer geïnteresseerd in algemene mythologie en heidendom.” Ja ja, in de loop der jaren wordt alles grijs en veraf.

Gert & Jan Kuipers, 
'na meer dan veertig jaar'
Na meer dan veertig jaar lijkt het breken met de overheersende cultuur van het Christendom wellicht makkelijk, maar ik denk dat het niet zo eenvoudig ligt. Ik vermoed dat het onbegrip van het kind dieper gaat en langer doorwerkt. Zo leidt het protestantisme makkelijk tot het gilde van de Heren God dat in het eerste deel van Tigonius wordt geschetst. Nederlands Hervormd, Gereformeerd, Remonstrant, Gereformeerd vrijgemaakt, Christelijk Gereformeerd, Hersteld Hervormde Kerk, Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB, Algemeen Doopsgezinde Sociëteit, Baptisten, Leger des Heils, Kerk van de Nazarener, Evangelische gemeenten, Pinkstergemeenten, Vrije Evangelische Gemeenten, Vergadering van gelovigen, Zevendedagsadventisten, Jehova's getuigen… Voor een kind hebben ze allemaal hun eigen god, zeker als vragen met schuimbekken worden beantwoord. En zo zijn er meer eenvoudige (als je het leest!) associaties, zoals het braakland voor het vagevuur.

Het zijn eigen bedenksels die voortkomen uit het kind dat je altijd blijft, maar met een concrete basis waar je geen macht over hebt. Op bladzijden 71 en 72, wanneer Tigonius in de Hemel is, wordt het allemaal kleurrijk verwoord. “Terwijl alle verschrikkelijke hemelbedenksels hem insloten, zongen de vliegwezens vrolijk: ‘Hij moet berecht. Tigonius moet berecht!’… ‘Tigonius is stout.’” En op dat moment duikt een oude vrouw op die zegt zijn moeder te zijn. “Mag moeder niet even rusten?” vraagt ze, met als gevolg dat “de Hemel weer met donderend geweld begon te schreeuwen”’Tigonius is stout. Mag moeder niet even rusten? ‘” Precies wat een kind in de door dominees en priesters overheerste wereld van de jaren zestig kon overkomen. En het leidt tot een begrijpelijke reactie: “Met een uitgeputte, overspannen giechellach sprong hij plots een eindje in de lucht en schreeuwde: ‘Niets, er is niets! Ga weg. Laat me met rust. Ksst, weg!’” Zoals Jan J.B. Kuipers “komaf met het hele zootje” maakte. En het werkt, want alle monsters en ook moeder verdwijnen. Alleen… niets verdwijnt echt helemaal, want: “De fladderende demonen lachten bloedstollend.”

Vanuit die Hemel gaat het verhaal van Tigonius, maar ook dat van Meetrecht, Satinski en Joachim de Wijze verder tot op bladzijde 206, in soms archaïsch, bijbels taalgebruik, met een kleurrijke humor. De ontknoping op bladzijde 206, de conclusie, geeft uiting aan de nihilistische levenshouding van de auteurs. Het geeft in religieus opzicht geen hoop, is in wezen nog steeds komaf maken met schuimbekkende dominees.

Elk boek heeft zijn eigen kwaliteiten, maar de uiteindelijke invloed wordt bepaald door kaders. Het kader van het oeuvre van de auteur(s), en vooral het kader van de lezer zelf; de boeken die hij daarvoor las, de mate waarin hij het werk van de auteur(s) kent, zijn persoonlijke verleden. Tigonius leest makkelijk weg, een kleurrijk tussendoortje. Maar het roept bij mij niet de neiging op om het te herlezen, nee, het roept de neiging op om Het spel om de regendanser te herlezen, waarvan Tigonius in het nawoord zo nadrukkelijk als voorganger wordt gekenschetst; het roept de neiging op om de Fantastische verhalenbundels van Jan J.B. Kuipers opnieuw te gaan lezen – Bannenfluister, hemelglas (1995), Hubake’s huis (2011), Houten trouw (2018) – op zoek naar eerdere optredens van Joachim de Wijze. En door een opmerking van Johan Klein Haneveld, dat “alle karakters in deze verhalen moreel niet lichtgrijs zijn, maar op zijn best donkergrijs, maar eerder zwart”, ook om de personages van de Kuipersen weer eens voorbij te laten gaan en een beeld te krijgen van hun mensbeeld.

 (Paul van Leeuwenkamp)

En weer bleef Eekhoornstaartstad ongezien

Met ‘De man die Eekhoornstaartstad nooit zag’ keert Jan Kuipers in zijn fantastiek terug naar de pop-SF en de sfeer van zijn vrolijke maar g...