Posts tonen met het label Middeleeuwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Middeleeuwen. Alle posts tonen

woensdag 28 januari 2026

Waar bleef 't Kint van Trente?

 We wisten er vroeger al weinig van, en nu eigenlijk nog minder. Ook dát kan de uitkomst zijn van archeologisch onderzoek. Stichting RAAP ging in december 1996 op zoek naar kasteel ‘t Kint van Trente(n). Volgens de Visscher-Romankaart uit 1656 lag dat een eindje ten noorden van het dorp Kruiningen. Bestudering van oud kaartmateriaal leidde tot drie mogelijke locaties van dit kasteel.


Bron: Jan J.B. Kuipers, ‘Waar bleef ‛t Kint van Trente?’ 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 3 juni 2015.

De meest waarschijnlijke was aan de Donkere weg. In de omgeving zouden rond 1980 bij boringen funderingen en gewelven zijn aangetroffen. Maar dat bleek een andere locatie te zijn. En was ’t Kint van Trente eigenlijk wel een kasteel? Volgens de kaart uit 1656 vermoedelijk wel: daarop zie je verschillende gebouwen, en een toren met een wimpel. Ook een andere afbeelding toont een kasteelachtig complex. Maar in middeleeuwse bronnen is er niets over een kasteel met deze naam bij Kruiningen bekend.

Een verband met een klooster was waarschijnlijker, aldus sommige historici en archivarissen. G.F. Sandberg opperde in 1982 dat het hier om een terminariushuis van de franciscanen ging, een soort logieshuis voor deze bedelmonniken. De naam Trente zou een verbastering zijn van ‘Terrnte’, termijnhuis of terminariushuis. En die term kennen we wel uit 15de-eeuwse akten. Waarom daar dan ‘Kint’ aan is toegevoegd weet niemand. Het geheimzinnige huis komt vanaf de latere 18de eeuw niet meer op kaarten voor; de naam bleef wel bestaan voor een deel van de polder Kruiningen. Deze kwam in 1531 tot stand op gebied, dat in 1530 was overstroomd. Wanneer en waardoor ‛t Kint van Trente is verdwenen, is ook onbekend. Nieuwe overstroming?

Tekst vervolgt onder de afbeelding.  


’t Kint van Trente ten noorden van Kruiningen op de Visscher-Romankaart (1656).

Elektromagnetische metingen door de Stichting Raap hadden vrijwel geen resultaat. Geen enkele van de 30 gezette boringen bevatte enig archeologisch materiaal. Ook oppervlaktekartering, het aflopen en minutieus onderzoeken van akkers, leverde geen enkele aanwijzing op. Luchtfoto’s toonden evenmin iets. ’t Kint van Trente was een raadsel en bleef een raadsel.

***

Misschien ook leuk:


Vikingen van Jan J.B. Kuipers belicht een zeer turbulente periode in de Europese en Nederlandse geschiedenis, met een blik die reikt van Byzantium tot Groenland en van de Scandinavische voorgeschiedenis tot de slotakkoorden van de Vikingcultuur in de late middeleeuwen. De Lage Landen en naburig gebied staan centraal, met speciale aandacht voor het in elkaar grijpen van gebeurtenissen aan beide zijden van de Noordzee. De chronologische benadering in het boek wordt gecomplementeerd met thematische hoofdstukken over bijvoorbeeld de botsing van culturen, langschepen, strijdmethoden en Vikingschatten.

maandag 15 december 2025

De 'gesneuvelde' ridder van Coudorpe

‘In de vreselijke veldslag te Baarland tussen het invasieleger der Vlamingen, dat korte tijd geleden op de Bevelandse eilanden is geland, en de Hollanders, is een der Hollandse edellieden door een lans van een der Vlaamse krijgslieden getroffen. De lans drong in ‘s ridders hoofd. Hij sloeg voorover van zijn paard en overleed onmiddellijk. Het stoffelijk overschot zal bijgezet worden in de kerk te Coudorpe.’ Aldus een journalistieke reconstructie uit augustus 1955.

Bron: Jan Kuipers, 'De gesneuvelde ridder van Coudorpe'. 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 11 maart 2015.

Het skelet van Coudorpe. Hist.
Museum de Bevelanden, Goes
(foto H.M.D. Dekker)
Een maand tevoren stuitte een dragline bij dit verdwenen Zuid-Bevelandse dorp tijdens herverkavelingswerk op overblijfselen van een kerkhof. Toen men besefte dat hier een archeologisch interessant object ontdekt was, verrichtte de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een opgraving. Hierbij werd de tracering van een kerk blootgelegd, vlak achter de nog bestaande Coudorpse vliedberg. 

Op het kerkhofterrein en in de kerk werden vrij gave skeletten aangetroffen. In een hoek van de voormalige kerk bevond zich een graf van kloostermoppen. Daarin lag een skelet met een lengte van ongeveer 1,90 meter. Iemand van grote afmetingen dus, zeker voor middeleeuwse begrippen. Onder de schedel lagen ijzerresten, mogelijk afkomstig van een helm.

Dit feit trok de aandacht van de Kwadendamse hoofdonderwijzer, heemkundige en amateur-archeoloog A. de Boo (1920-1987). De Boo had thuis een privémuseum met door hemzelf verzamelde archeologica en historische objecten. Met enkele geestverwanten gaf hij een eigen periodiek Varia Zelandiae uit. Met veel geduld reconstrueerde De Boo de schedelfragmenten van de man uit Coudorpe. Intussen rijpte een mooie theorie. De eigenaar van de schedel, aldus De Boo, moest een ridder zijn geweest die door een lansstoot werd gedood tijdens de Slag bij Baarland in 1295, waarin graaf Floris V van Holland en Zeeland de Vlamingen versloeg.

Deze post over de Hellenburg bij Baarland is mogelijk ook interessant.

Het was in 1295 al decennia onrustig in Zeeland. Veel Zeeuwse edelen kozen in de jaren 1290-1295 de Vlaamse zijde in de strijd tussen Floris V en graaf Gwijde van Vlaanderen. Dankzij de ingewikkelde feodale situatie (de Hollandse graaf hield Zeeland deels in leen van de graaf van Vlaanderen) handhaafde de hoge Zeeuwse adel een grote mate van autonomie, door nu eens de ‘Hollandse’ en dan weer de ‘Vlaamse’ belangen te dienen. De Slag bij Baarland was maar één van de bloedige episoden in het conflict. Talrijke Zeeuwse edelen hadden nu hun jas naar de Hollandse wind gehangen. Ze verpletterden het Vlaamse leger ergens tussen Borssele en Baarland.

Tekst vervolgt onder de foto.
De vliedberg van Coudorpe. Foto H.M.D. Dekker, 2005.


Bij de ridder uit Coudorpe was de lans in de linkerkaak gedrongen en iets boven de kruin weer naar buiten gekomen. Uit het schedeldak was een driehoekig scherfje geslagen, en twee afrondingen van de lanspunt waren volgens De Boo duidelijk te zien. Na de stoot moest de ridder van zijn paard zijn gevallen, waarbij de lans zijn schedelbasis vernielde. Een gruwelijk verhaal, maar waarom juist de Slag bij Baarland? Aangezien het graf van de onfortuinlijke ridder als dertiende-eeuws was gedateerd, lag dit verband volgens De Boo voor de hand.

Misschien ook leuk: deze artikelen schreef ik over hoofdrolspelers 

Door herhaalde overstroming en de opkomst van Driewegen raakte Coudorpe ontvolkt en de kerk in verval. In de achttiende eeuw werd deze gesloopt. De stenen werden gebruikt ter versterking van de zeewering, inclusief zerken en overige gedenktekens. En de onfortuinlijke ridder bleef anoniem achter in zijn graf.



Lees ook:
Nederland in de Middeleeuwen
De CANON van ons middeleeuws verleden 

Prijs
€ 16,99
ISBN
9789462491946
Uitvoering
eBook ePub (Adobe DRM)
Aantal pagina's
192

woensdag 29 oktober 2025

Yerseke, Sint-Odolphus en een aflaat

In 2026 verschijnt bij Noordboek een boek over Yerseke, geschreven door Ruben A. Koman en Jan J.B. Kuipers. Hieronder een bericht over de middeleeuwse patroon van het befaamde oester- en mosseldorp.

Tijdens de Reformatie verdween een altaarsteen uit de Sint-Odolphuskerk van Yerseke, waarin bot, of een voorwerp was gestopt, dat in contact is geweest met een ‘ware’ reliek van de heilige Odolphus of Odulfus. En zulke zaken liggen nu in een museum in Utrecht, waar Ruben vanuit zijn woonplaats Zeist ze gemakkelijk kon inzien. Zijn Yerseker voorouders zouden voor het zien of het aanraken ervan wel wat centjes hebben over gehad.

Tekst vervolgt onder afbeelding.

Ruben Koman bij het onderkleed en een waterschaaltje van Sint Odolphus in Museum Catherijneconvent te Utrecht.

Ook Yerseker sporen van bewoning uit de Keltische en Romeinse tijd dook Ruben op, samen met zijn Zeeuwse medeauteur Jan J.B. Kuipers. "Jan heeft enorm veel ervaring in het schrijven van populair-historische boeken en bovendien veel kennis van Zeeuwse bronnen en collecties. Samen plaatsen we sporen uit archeologische en (cultuur)historische literatuur en rapporten in de verschillende Yerseker tijdsvakken door de eeuwen heen."

Vondsten en stormvloeden 

Daarbij komen de onderzoekers tot verrassende inzichten en spectaculaire vondsten. Het dorp heeft door stormvloeden en migratie door de eeuwen heen afscheid moeten nemen van mensen en middelen, maar kwam worstelend altijd weer boven. Katholieke landlieden verdwenen, mosselvissers en gereformeerden kwamen. 

Koman: "We verklappen niet alles uiteraard, maar de publicatie zal in 2026 menig Zeeuw positief verrassen, hopen we. Overal duikt materiaal, foto's en kennis op uit Yese, waarbij we ook hulp krijgen van de online community van het dorp op Facebook."

Niet alleen de geschiedenis, maar ook de natuur, met haar Yerseke Moer, en de volkscultuur van vroeger en nu komen aan bod, van krukels mie krentenbrood met Pasen tot Sinterklaas, die in het dorp nog altijd een zwarte vriend heeft, zoals we in het landelijke nieuws vorig jaar hebben gezien.

Het boek over Yerseke verschijnt in de zomeraanbieding 2026 van uitgeverij Noordboek. Heeft u ook spectaculaire of ‘gewone’ vondsten uit Yerseke? Zie de Facebookgroep ‘Yese- Toen en nu’.

Aflaat

Over de vroege kerkgang van de Yersekenaren is weinig bekend, maar de ‘vrome bezoekers en weldoeners’ van de parochie van Yerseke krijgen wél een aflaat van paus Leo X in 1521, om vermindering van straf in het vagevuur te krijgen. Pelgrims moeten oorspronkelijk de zeven hoofdkerken van Rome op één dag bezoeken om in aanmerking te komen voor een volle aflaat, maar kunnen deze ook in Yerseke tegen betaling krijgen.

Tekst vervolgt onder afbeelding.


De aflaat uit 1521. Foto Vatican Apostolic Archives.


***

Misschien ook interessant:

Nederland in de middeleeuwen, een canon zonder onwrikbare ijkpunten, die onze middeleeuwse geschiedenis op toegankelijke wijze presenteert voor een breed publiek. Bij de keuze van de vijftig vensters spelen zowel de traditie als nieuwe inzichten een rol. De lezer zoekt niet vergeefs naar overbekende feiten als de moord op Floris V, maar verneemt ook over plattelandsleven, ridderideaal en kloosterwezen, overzeese handel, klimaatontwikkeling, ketters en bonte volkscultuur. Een evenredige geografische spreiding is nagestreefd, waarbij alle gewesten aan bod komen.

De uitgave toont hoe een drassige uithoek van het Romeinse Rijk zich tussen ca. 500 en 1500 ontwikkelde tot een veelzijdig samenstel van graafschappen, hertogdommen en heerlijkheden, agrarische en handelsgemeenschappen, steden en dorpen, op zand, veen en klei, langs de rivieren en de Noordzeekust. Hoe er langzaam eenheidsgevoel ontstond én hoe dit besef steeds ondergraven werd door vaak bloedige strijd tussen lokale en regionale belangen, standen en klassen.








vrijdag 28 juni 2024

Lord Byron en François Bonivard in Chillon

Gevangenis van Chillon.
"Het was een beroemde zeiltocht in een berucht jaar. De Engelse dichter Lord Byron, zijn vriend Percy Bysshe Shelley en diens toekomstige bruid Mary Shelley bezeilden op 22 juni 1816 het Meer van Genève en gingen aan land om het toen al drukbezochte kasteel van Chillon te bezoeken, ook nu nog een van de best bewaarde middeleeuwse Europese kastelen. 

De Romantiek en de Reformatie kwamen samen, toen Byron na het bezoek zijn gedicht The Prisoner of Chillon schreef, over de Geneefse historicus en strijder François Bonivard, die hier van 1530-1536 gevangen zat. De huidige bezoeker wordt uitgebreid met dit fameuze bezoek geconfronteerd, hoewel het maar één van de vele tinten is op het rijke palet van Chillon."


Bovenstaande is de lead van mijn jongste artikel 'Het kasteel van Chillon. De klik van een romantisch dichter met een reformator' in Archeologie Magazine (2024 nr.3, 32-36), met foto's van Heleen Dekker. Het verhaal behandelt zowel de bemoeienissen van de bovengenoemde romantici, als de geschiedenis en layout van het kasteel zelf. 

En Percy Shelley? Die dacht al in 1816 dat 'de geest van de oude tijden' in deze omgeving verdwenen was. Het is maar hoe je het bekijkt.

***

21 eerdere artikelen en archeologische reisverhalen van mij in Archeologie Magazine:


- Monument voor Zeeuwse verdronken dorpen. Stormvloeden schiepen archeologische schatkamers, 2002 nr. 3, 70-75 (met Robert van Dierendonck)


- De erfenis van Erik de Rode. Vikingmonumenten in Groenland, 2003 nr. 1, 27-32

- Archeologie van een drijvend paleis, 2004 nr. 1, 54-57. [Titanic / Halifax]

- Totempalen in Alaska en Brits Columbia, 2004 nr. 5, 26-30.

- Historic District van Skagway laat goudkoorts herleven. Monumentenzorg en archeologie in Zuidoost-Alaska, 2005 nr. 2, 16-20.

- Monument verdronken dorpen op Noord-Beveland, 2005 nr. 5, 6-9.

- Dertien dode keizers. Minggraven omvangrijke ‘parel’ op de Werelderfgoedlijst, 2007 nr. 4, 35-39.

- Het paleis, de fontein en de roos. Bakchivsaray, monument van Tartaarse cultuur, 2009 nr. 1, 6-9.

- De Koningsgraven van Paphos. Dodenstad van ‘Egyptisch Cyprus’, 2010 nr. 2, 52-55.

- De eeuwige rust van de goddelijke dichter. Het wel en wee van Dantes graf in Ravenna, 2013 nr. 2, 52-54.

- De Staats-Spaanse Linies herleven op eigen benen. Van conflict naar cultuur en natuur, 2013 nr. 5, 40-43.

- Akko, laatste bolwerk van de kruisvaarders. Bovenstad en ondergrondse stad tonen talrijke historische sporen, 2014 nr. 5, 6-9.

- Glorie en ondergang van Ayla, 2016 nr. 5, 54-57. [Jordanië, Amman]

- Hier huwde Richard Leeuwenhart. Het kasteel van Limassol, 2017 nr. 3, 54-57. [Cyprus]

- Veldslag uit 1568 herleeft elke dag. Het herinneringslandschap van Heiligerlee, 2017 nr. 6, 48-50.

Een koningspaar aan de Donau. Zoektocht naar sporen van Gisela van Beieren en Stefanus van Hongarije, 2019 nr. 3, 30-33. 

- De bakermat van een keizer. Bonaparte in Ajaccio, 2020 nr. 3, 60-63.

- Sporen van een Hollandse invasie. Gran Canaria vergat aanval in 1599 niet, 2021 nr. 5, 54-57.

- Het raadsel Rollo de Wandelaar. Waar kwam de eerste hertog van Normandië vandaan? 2022 nr. 4, 28-31.

 - Sint-Ursula en haar ‘Goldene Kammer’. Romeinse beenderen als middeleeuwse relieken,  2023 nr. 3, 56-60.

- St. Blasien – grootste koepel benoorden de Alpen. De stenen droom van Martin Gerbert,  2024 nr. 1, 26-30.

zaterdag 21 december 2019

Nederland in de middeleeuwen

Omstreeks februari 2020 verschijnt Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden bij WalburgPers. Naar aanleiding van de vorige (eerste) editie verscheen onderstaand interview. Over Tanchelm en Dirk III, heren en horigen, vensters en contexten, de alomtegenwoordige Middeleeuwen, kennishumus en 'metafysische kwaliteit'.



Jan J.B. Kuipers: “De Middeleeuwen vormen zowel een vertrouwde als een vreemde, exotische periode”


De Middeleeuwen komen gelijk op je af als je de omslag van de eerste druk ziet van het publieksboek Nederland in de Middeleeuwen. De canon van ons Middeleeuws verleden, met de vele afbeeldingen uit of over die periode van de geschiedenis. Geschilderde portretten, een zegel onderaan een brief, een armband, een kasteel… Ze maken de Middeleeuwen tastbaar, maar ook weer niet zo tastbaar dat ze geen vragen oproepen. “Het is zowel een vertrouwde als een volstrekt vreemde, ‘exotische’ periode”, stelt Jan J.B. Kuipers, auteur van dit boek. Een gesprek met deze veelzijdige schrijver over Nederland in de Middeleeuwen. 

Bron: Aukje-Tjitske Dieleman, 'Persoonlijk bekeken' nr. 20, in: De Vliegende Hollander nr. 88, 30 januari 2012.

Jan, hoe is het idee voor dit boek ontstaan?
“Het is een deel in de reeks canons die wordt uitgegeven door Walburg Pers in Zutphen en ik ben hier als schrijver voor gevraagd door de uitgever. In dezelfde serie verscheen eerder al Geschiedenis van Zeeland, de canon van het Zeeuws verleden, dat ik samen met Johan Francke geschreven heb. Voor deze Nederlandse canon heb ik overigens samengewerkt met Goffe Jensma en Oebele Vries, vanwege hun expertise op het gebied van Friesland en het Noorden. Met z’n tweeën schreven zij vijf hoofdstukken, ik de andere vijfenveertig en de inleiding. Die samenwerking voldeed goed.”


(De tekst gaat verder onder de afbeelding)



Een canon bestaat uit ‘vensters’, hoofdstukken die elk een eigen (sub)onderwerp belichten. Dit boek heeft vijftig van die vensters. Hoe heb je daar de onderwerpen van gekozen?
“De lijst is door mij gemaakt in overleg met historicus Ad van der Zee, (destijds) werkzaam bij de uitgever. Het was een heen-en-weer-spel per e-mail en in een paar bijeenkomsten. De basis is gelegd door bekende handboeken over onze Middeleeuwen, zoals van de legendarische H.P.H. Janssen en vele andere. Alle bekende middeleeuwse onderwerpen komen aan bod, soms prominent met een eigen venster en soms in de achtergrondinformatie van een venster met een ander hoofdonderwerp.”


Het moet veel werk geweest zijn.
“Ja, ik heb er een dik jaar behoorlijk aan getrokken, moet ik zeggen. Tegelijkertijd had ik ook nog andere schrijfactiviteiten en niet te vergeten mijn deeltijdbaan bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (intussen Erfgoed Zeeland geheten), waar ik betrokken was bij het werkveld archeologie.”

Waar heb je bij het schrijven het meeste plezier aan gehad?
“Over het algemeen heb ik met groot plezier aan het boek gewerkt, maar een van de aardigste vensters vind ik toch venster 16, ‘Tanchelm en latere ketterijen’. Dat heeft ook een Zeeuwse component. Het leukst vond ik om te schrijven over mensen en hun al of niet snode daden, zoals bijvoorbeeld ook bij ‘Dirk III en de Tol bij Vlaardingen’, venster 13. Hoofdstukken met meer abstracte onderwerpen, zoals venster 14, ‘Heren en Horigen’, vond ik een tikje minder aantrekkelijk om te schrijven. Geschiedenis leeft toch het meest als je de actoren, de ‘hoofdrolspelers’, in hun wereld voor je ziet.”

Waar komt je interesse in de Middeleeuwen vandaan?
“Al van jongs af aan hebben de Middeleeuwen, net als de Oudheid, mijn interesse. De Middeleeuwen zijn nog overal om ons heen, bijvoorbeeld in de architectuur, beeldende kunst, religie, en ook in de volkscultuur met films en strips. Daarom is het een vertrouwde periode, hoewel die ons ook vreemd blijft. Maar ik ben ook liefhebber van de achttiende en negentiende eeuw hoor, en in toenemende mate van mijn ‘eigen’ geschiedenis: de twintigste eeuw. Eigenlijk ben ik altijd een aanhanger van de Romantiek gebleven: het verleden fascineert omdat het voorbij is. Daarom heeft het een soort metafysische kwaliteit gekregen.”

Dat is iets om over na te denken. Waar heb je de informatie voor dit boek vandaan gehaald?
“Ik heb het gebaseerd op literatuuronderzoek, solide informatie op het web, handboeken, biografieën, monografieën en dergelijke. Door mijn achtergrond en andere publicaties ben ik inmiddels aardig op de hoogte. In mij - zoals in iedereen - bevindt zich een soort humus van verwerkte en verzonken kennis, waaruit in dit geval de nieuwe plantjes van de hoofdstukken snel opschoten door toediening van alle nieuwe informatie.”

Spreken verschillende informatiebronnen elkaar niet tegen? Deskundigen zijn het niet overal over eens.
“Die meningenstrijd wordt vaak vermeld. Er is niet één historische werkelijkheid, menselijkerwijs gesproken.”

Omslag van de eerste druk

Voor een canon vind ik dat je in dit boek veel aandacht aan de context van het onderwerp besteedt. Naar mijn idee staan in een canon de verschillende vensters meer apart van elkaar. Veel van je hoofdstukken borduren op elkaar voort. Juist dat maakt het boek zo sterk, maar waarom wordt het toch een canon genoemd?
“Het is een canon in de zin van een verzameling middeleeuwse onderwerpen die bij alle belangstellenden bekend geacht mogen worden, met passende uitdieping en contextuele achtergrond. Een venster focust op één persoon of onderwerp en is in die zin deel van een canon, maar tegelijkertijd wordt inderdaad de grotere historische en geografische context belicht, zodat elk gebied of belangrijk onderwerp wel ergens aan bod komt. Dat was een zeer bewuste werkwijze. Het is trouwens niet de bedoeling om de lezer iets ‘op te leggen’, behalve dan misschien de fascinatie voor geschiedenis. Het is het mooiste vak van allemaal. Het gaat over alles en iedereen.”

Daarom schrijf je er vast ook zoveel over, hoewel je publicaties heel veelzijdig zijn: van kinderboeken tot boeken voor volwassenen, van sciencefiction tot archeologie, van thrillers tot gedichten… 



“Veel onderwerpen en disciplines hebben me altijd al geboeid. Elk genre heeft van nature zijn eigen stijl en aanpak. Het nadeel van die veelzijdigheid is een verknipt beeld van je eigen schrijverij, misschien ook bij het publiek. Maar het grote voordeel: de kokervisie krijgt geen kans!"

Zie ook: 'Poëtische non-fictie en de overzichtelijkheid van lijsten. Een canon van de middeleeuwen' op Historiek.

Recente andere boeken van Jan Kuipers bij dezelfde uitgever:

De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten (2019)

Willem van Oranje. Prins in Opstand (2018)

Willem III. De weerspannige koning (2017)

De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden (2016) 

'Hoe Bakema uit Terneuzen verdween'

Tot en met 13 september a.s. valt er tussen de Scheldeboulevard en Oostkolk nog te genieten van de Gedichtenpromenade , als deel van de Verb...