zaterdag 4 juni 2022

Papierschaarste stopt BALLUSTRADA niet

Ondanks enige troebelen vanwege de papierschaarste ligt het dubbele voorjaarsnummer van Ballustrada nu op tafel! Na al het navelstaren in het jubileumnummer nu weer aandacht voor de wereld om ons heen. Verbindende factor bij de meeste verhalen, gedichten en essays is deze keer de trein, een thema dat er als bij toeval uitrolde door de inzending van Reinold Widemann die u in dit nummer aantreft.


Bert Bevers zette voortvarend twintig dichters op de trein in de reeks Laaglandse Poëzie, Wil van Broekhoven blijft steken op het station van Antwerpen. Willem Roggeman en Johan Everaers nemen onze vertaalrubriek(en) Taal Ver Taal voor hun rekening; Roggeman vertaalde een gedicht van de kort geleden overleden Amerikaanse beatnikdichter Ferlinghetti, Johan Everaers koos voor een tekst over verdwijningen in de metro van Enrique Vila-Matas.

 

Rogier de Jong laat zijn geest de vrije loop en stelt vast dat je treinen nooit schuldig kunt verklaren. André van der Veeke laat de lezer kennismaken met zijn grootvader-remmer-treingeleider, Jan J.B. Kuipers rekent in De Juiste Verkeerde Verbanden af met het begrip vrijheid. Ons instinct is immers de locomotief die ons over de levensrails trekt. En als Raats de trein pakt valt er altijd wat te lachen. Paul van Leeuwenkamp spoort zowel naar Venetië als naar de ‘andere dimensie’ van zijn jeugd. De fietsende antiheld van Urbanus pakt toch maar een boemel en zelfs columnist Minor laat zich in met de Nederlandse Spoorwegen. Hij herdenkt een gelukzalig moment, toen de raampjes in de coupé nog open konden om de zoete geur van hooi binnen te laten. 

Ko de Jonge geeft acte de présence met de trein als cover; zijn archief bevat kaarten van Joris Meltzer waarin Meltzer zijn bijzondere interesse voor trams, treinen en reizen toont.

Het is maar een greep. Dit dubbele voorjaarsnummer bevat immers ook bijdragen van onder anderen Job Degenaar en Pieter Drift die niet met het thema te maken hebben. Om dit alles te ontdekken raadpleegt u de inhoudsopgave: een stuk makkelijker dan de gemiddelde dienstregeling!

Wat zijn we allemaal vergeten of hebben we genegeerd ten aanzien van het thema? Om The Night Mail van Auden konden we niet heen, maar het lukte ons toch. Net als met Het treintje van de weemoed van Zeeuws-Vlaming Rudolf Bakker. En we gingen óók voorbij aan de denderende Rock N Roll Train van AC/DC en zelfs aan Le train va van Adamo.

Het thema van deze Ballustrada sluit niettemin mooi aan bij Europalia 2021/2022. Dit artistieke evenement, dat zich deze keer voornamelijk afspeelt in Brussel, Antwerpen, Londen en Rotterdam, geeft de trein alle aandacht. Bijvoorbeeld met exposities of zelfs kleinschalige, korte opera’s op perrons van de centrale stations. Onze pogingen om wat contacten te leggen stieten in de voorbereiding van het nummer op een muur van vertragingen, wisselstoringen en omleidingen. Heeft Ballustrada voorgoed de trein gemist?

***


Lees ook DWEPERS EN DROMERS

Dwepers en dromers
Tegenculturen in Nederland, 1890-1940
De Nederlandse samenleving veranderde razendsnel aan het eind van de negentiende eeuw. Oude, vertrouwde waarden wankelden door een stroom aan nieuwe ideeën en levensstijlen. Alles moest anders: de inrichting van de maatschappij, de omgang met het lichaam en ook religie en spiritualiteit. Anarchisten, vegetariërs, theosofen, spiritisten, utopische kolonisten, feministen, strijders voor homorechten: de verschillende stemmen van linkse activisten tot ultrarechtse ‘trekvogels’ en reactionaire cultuurcritici vormden een verwarrend koor.

Jan J.B. Kuipers belicht de versplintering van het levensbeschouwelijke landschap in een periode die werd gekenmerkt door vaak extreme opvattingen. Hij laat de lezer kennismaken met de vaak grillige vertegenwoordigers van een onversneden individualisme.
'De culturele eigenaardigheden aan de flanken beschrijft Kuipers met mededogen en verwondering.'
Gerrit-Jan Kleinjan in Trouw/De Tijdgeest
 
€ 24,99

zondag 29 mei 2022

Van stoere burcht tot insectenhotel: de Hellenburg

Ik herinner me geen enkel insectenhotel te hebben gezien waar een druk verkeer van insecten plaatsvond. Dat zegt weinig, misschien verschuilen de diertjes zich graag voor ondeskundige personen. In elk geval detoneert het bouwseltje op het terrein van het verloren gegane kasteel Hellenburg, net ten westen van Baarland, minder dan de pontificale vlaggenmast die er óók staat. Toch een aanrader voor de liefhebbers, dit sfeervolle terrein met de opgemetselde funderingen van de hoofdburcht van de Hellenburg: een kasteel dat er niet erg lang stond, maar wel een bewogen historie had.


Tekst vervolgt onder foto

Hellenburg met vlaggenmast en insectenhotel (foto H.M.D. Dekker). 


Waarschijnlijk ontstond de Hellenburg omstreeks 1300. De eerste fase was die van een donjon of woontoren; daarna ontstond het rechthoekige kasteel, dat bij de Cosmas- en Damianusvloed in 1477 zal zijn verwoest. De fundamenten zijn bij grondwerk in 1955 bij toeval herontdekt. Onder leiding van J.G.N. Renaud is toen archeologisch onderzoek verricht. Het fundament van de hoofdburcht bleek goed bewaard te zijn gebleven; van de voorburcht ten noorden ervan resteerde niet veel. Deze was via een dam verbonden met de hoofdburcht.


Tekst vervolgt onder de mededeling 

Lees ook: Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden.





€ 29,99; e-pub € 14,99.
Hardcover, full color, groot formaat, 192 blz.
ISBN 9789462494688

‘Een redelijk coherent geheel en een completer beeld dan in de meeste canons wordt bereikt.’

Historiën 



Het onderstaande komt uit: Jan J.B. Kuipers & Johan Francke, Geschiedenis van Zeeland. De canon van ons Zeeuws verleden. Zutphen: Walburg Pers, 2009 (uitverkocht), 50-53 (venster 11: Hellenburg Baarland, 1312)

 

In de strijd tussen Holland en Vlaanderen om de macht over het huidige Midden-Zeeland  kozen Zeeuwse edelen uit eigenbelang afwisselend voor beide partijen. Bij de slag van Baarland in 1295 streden de meesten aan Hollandse kant.

 

STRIJD HOLLAND EN VLAANDEREN | Na eerdere krijgstochten tussen Holland en Vlaanderen om onder meer Zeeuwse problemen op te lossen, kwam in 1167 het Verdrag van Brugge tot stand. Het bestuur over Zeeland Bewestenschelde zou min of meer gezamenlijk worden uitgeoefend door Vlaanderen en Holland, de Hollandse graaf bleef hier leenplichtig aan die van Vlaanderen. Het was een recept voor twist en oorlog gedurende anderhalve eeuw; pas met het Verdrag van Parijs uit 1323 kwam het gebied in volledig bezit van de Hollandse graaf.

Het conflict beleefde tussen 1253 en 1304 zodanige crises met bijbehorend wapengekletter, dat we wel van oorlogen kunnen spreken. De eerste campagne was een mislukte invasie van de Vlaamse vloot bij Westkapelle in 1253; de Vlamingen leden zware verliezen. Melis Stoke verhaalt er uitvoerig over. De Vlamingen werden opgewacht door een Zeeuws-Hollands-Duits leger, dat al aanviel vóórdat de Vlaamse ridders hun paarden konden ontschepen. De meerderheid van de Vlamingen werd gedood; de latere Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre liep verwondingen op aan beide benen en hinkte de rest van zijn leven, terwijl zijn jongere broer Jan een oog moest missen. Beiden kwamen na enkele jaren vrij na betaling van een groot losgeld; de overlevenden van minder allooi moesten hun wapens inleveren en zich ontkleden voor ze werden vrijgelaten en overgezet. In Vlaanderen omgordden velen zich met groene-erwtenranken om hun schaamte enigszins te bedekken. De Slag bij Westkapelle was één van de zwaarste nederlagen die een Vlaams leger ooit had geleden.

 

Een volgende bloedige episode kwam in de jaren negentig, met nieuwe Vlaamse invasies in 1290 en 1295. Bij de aanval van 1290 werden de Vlamingen gesteund door de Zeeuwse edelen en troepen, in 1295 waren de Zeeuwen de Hollandse kant toegedaan. De Vlamingen wensten nu de Zeeuwse edelen zoveel mogelijk schade te berokkenen. Stoke verhaalt dat ze met veel huurlingen naar Baarland voeren in grote schepen, hulken en andere boten. Ze ontmoetten weinig tegenstand en staken Baarland in brand. Maar graaf Floris V, aldus het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa (1839-1851), bezorgde ‘den Vlamingen, die te Baarland geland waren, den 12 November 1295 door het beleid van Doedijn van Everingen en eenigen uit het geslacht van Van Borssele eenen volkomen nederlaag’, welke overigens niet te vergelijken was met het drama te Westkapelle 42 jaar tevoren. Toen de plunderende Vlamingen de Zeeuwse strijdmacht zagen naderen trokken ze zich haastig terug. Het wordt in fraaie bewoordingen verteld in de Geschiedenis des vaderlands (tweede deel, 1833) van onze nationale romanticus Willem Bilderdijk, die meldt dat de Vlamingen Baarland

 

‘rijkelijk plonderden en blaakten, en zich verspreidden om buit te maken. Wanneer men dit vernam, trokken die van Borselen onder Doedijn van Everingen, ten getale van 300, hun tegen, met groote drift; en de Vlamingen zagen naar hun schepen om. De slachting was wel niet groot, want er bleven niet veel meer dan 200 Vlamingen op het veld liggen, maar meer dan 1000 man verdronken, of smoorden al vluchtende in ‘t slijk, ook wierden er gevangenen gemaakt. Deze werden gerantsoeneert, voor zoo verr’ zij rijk waren; en de arme werden naakt uitgeschud (het geen het gebruik van die tijden was) en zoo, op Floris bevel, naar Vlaanderen te rug gezonden. Een zware storm die er opstond, joeg vele der Vlaamsche schepen van hunne ankers, en een van die, wel bemand als het was, naar de Hollandsche kust, en daar werd het bemachtigd. - Daarop week het Vlaamsche leger en ontbond zich, en Graaf Wijt eindigde zijn veldtocht, met hartzeer.’

 

Vanaf 1312 waren de heren van Renesse am­bachtsheer van Baar­land, Bakendorp en Oude­lande. Na 1312 stichtten ze in Baarland twee kastelen: het Hof van Baarland (ten noordoosten van de kerk), nu een fantasierijke reconstructie rondom het voormalig koetshuis, en ten westen van het dorp de Hellenburg, waarvan de fundamenten (van de hoofdburcht) zijn opgemetseld tot een archeologisch monument. De voorganger van het Hof van Baarland was een mottekasteel, dat in de woelige jaren rond 1300 nog een rol moet hebben gespeeld; vermoedelijk had ook de Hellenburg een soortgelijke voorganger. Doedijn van Everingen had kort voor zijn deelname aan de Slag bij Baarland ter plaatse een kasteel in bezit.

 

Detail fundamenten Hellenburg
(foto H.M.D. Dekker)

Het stamslot van de Renesses, SLOT MOERMOND (9) was in 1297 verwoest door Wolfert I van Borssele, evenals zijn rivaal Jan van Renesse hoofdrolspeler in het Hollands-Vlaams conflict om Zeeland Bewestenschelde. Wolfert was ook betrokken bij de Baarlandse oorlogshandelingen in 1295; zijn loopbaan en levensloop vormen een groots verhaal van drieste ambitie, maar ook een illustratie van het stokoude spreekwoord ‘hoogmoed komt voor de val’.


Wolfert was heer van Veere en Zandenburg. In 1282 droeg hij zijn goederen nog op aan de gravin van Holland, maar in 1290 ontketende hij een opstand tegen Floris V, onder meer om de splitsbaarheid van de Zeeuwse lenen (ambachtsheerlijkheden) op te heffen. Het liep verkeerd af en Wolfert vluchtte. Later volgde een verzoening. In  1297 huwde hij Catharina van Voorne, vermeend minnares van graaf Floris V die een jaar tevoren door Hollandse edelen was vermoord – een complot waarmee alle betrokkenheid door Wolfert werd ontkend. Wolfert kreeg een stevige greep op Jan I, Floris’ jonge opvolger. Deze zeer begerenswaardige en dus gevaarlijke positie zette veel kwaad bloed. Graaf Jan I stierf al in 1299, vijftien jaar oud. Zijn dubieuze beschermer Wolfert van Borssele werd in hetzelfde jaar in Delft door het gepeupel gelyncht. Waarschijnlijk op aanstichten van jaloerse Hollandse edelen gooide men hem uit een raam: een val die de krijgsheer-diplomaat niet overleefde. Volgens de overlevering landde hij op de spiezen van de schildwachten die hem bewaakten.

 

Zeshonderdvijftig jaar na dato, in 1955, kwam de Slag bij Baarland nog even in het nieuws:

 

‘In de vreselijke veldslag te Baarland tussen het invasieleger der Vlamingen, dat korte tijd geleden op de Bevelandse eilanden is geland, en de Hollanders, is een der Hollandse edellieden door een lans van een der Vlaamse krijgslieden getroffen. De lans drong in ‘s ridders hoofd. Hij sloeg voorover van zijn paard en overleed onmiddellijk. Het stoffelijk overschot zal bijgezet worden in de kerk te Coudorpe.’

 

Aldus de aanhef van een artikel in het Zeeuwsch Dagblad van 19 augustus 1955. Een maand tevoren was men in het kader van ruil- en herverkaveling bij het voormalige Coudorpe op overblijfselen van een kerkhof gestuit. De Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek verrichtte een opgraving, waarbij o.a. de tracering van een kerk werd blootgelegd, vlak achter de ook nu nog bestaande Coudorpse vliedberg. Op het kerkhofterrein en in de kerk lagen graven met vrij gave skeletten. In een hoek van de kerk vond men een grafkelder van kloostermoppen met daarin een stoffelijk overschot met een lengte van ongeveer 1,90 meter: forse afmetingen, hetgeen evenals de grafkelder duidt op iemand met een geprivilegieerde positie. Onder de schedel lagen ijzerresten, mogelijk afkomstig van een krijgshelm.


Het intrigeerde de Kwadendamse hoofdonderwijzer en heemkundige A. de Boo (1920-1987). Geduldig reconstrueerde hij de schedelfragmenten van de lange man. De Boo concludeerde dat de eigenaar een ridder moest zijn geweest, gedood door een lansstoot tijdens de Slag bij Baarland. De lans was bij de linkerkaak binnengedrongen - de linkerooghoek, linkerkant van de neus en linkerbovenkaak ontbraken - en iets boven de kruin weer door het schedeldak naar buiten gekomen. Uit het schedeldak was een driehoekig scherfje geslagen; ook waren twee afrondingen van de lanspunt volgens De Boo duidelijk te zien. Na de stoot moest de ridder voorover van zijn paard zijn gevallen, waarbij de lans zijn schedelbasis vernielde. Een gruwelijk verhaal, maar waarom nu juist de Slag bij Baarland, kon er geen noodlottig steekspel in het geding zijn? Volgens De Boo niet, want bij toernooien werden lansen met afgeknotte punten gebruikt. Aangezien het graf als dertiende-eeuws was gedateerd lag het verband met de Slag bij Baarland voor de hand. Fantasierijke forensische reconstructie door een bevlogen amateur, die na vele eeuwen het gedruis van bittere strijd in de Zeeuwse polders tot nieuw leven wekte.

 

Poëzie en muziek voor een jarige Oude Dame

Fort Rammekens bestaat dit jaar precies 475 jaar. Het oudste zeefort van Europa is jarig en dat moet gevierd worden. Op bescheiden wijze, ov...