woensdag 16 juni 2021

Het wonderbaarlijke Poeder van Sympathie

In de latere negentiende eeuw kon je bij de Middelburgse apotheker Van der Harst aan de Pottenmarkt een medicijn halen, dat in een loopbaan van twee eeuwen steeds wonderbaarlijker eigenschappen toebedeeld had gekregen. ‘Poeder van sympathie’ heette dit goedje; het bestond vooral uit kopersulfaat en diende oorspronkelijk om wonden te genezen.


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Het poeder van sympathie', Provinciale Zeeuwse Courant 13 februari 2006 (rubriek ‘Even Omzien’).

Aan wondermiddelen was in het verleden geen gebrek. Een door de Middelburgse arts J.C. de Man in december 1859 uitgeschreven enquête tot peiling van ‘vooroordeelen en bijgeloovigheden’ in Zeeland biedt een mooi staal van de medische folklore in het Zeeland van de negentiende eeuw. Naast amuletten als mollenpoten en ‘doodstanden’, toverkruiden als de champignon (!) en natuurlijk het klavertje vier, werd in de beantwoording van de enquête vaak melding gemaakt van het ‘poeder van sympathie’, ook verbasterd tot poeder van Sinte Patie. 


Het poeder werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden geïntroduceerd door de Britse zeeheld, arts, diplomaat, alchemist en filosoof Sir Kenelm Digby (1603-1665), wiens medische experimenten naar verluidt ook het leven kostten aan zijn innig geliefde en beeldschone echtgenote Venitia, die hij een schoonheidskuur liet ondergaan. Het letterkundig tijdschrift De Gids noemde Digby in 1837 dan ook ‘een dier dwazen, die, zoo als Sancho zou zeggen, hun brood nog blanker willen hebben dan het witste meel’. Misschien een al te geringschattende karakterisering van zo’n universele geest als Kenelm Digby.

 

Genezing op afstand

 


Het poeder van sympathie of pulvis sympatheticus werkte op een eigenaardige manier. Het moest op verband worden aangebracht, waarin etter of bloed van een wond was getrokken. Dit verband werd vervolgens door de genezer bij zich gehouden, en van tijd tot tijd met wat nieuw poeder bestrooid. Zo genas de wond, al bevond de patiënt zelf zich op verre afstand.

Zoals de naam al zegt was het sympathiepoeder een exponent van de zogenaamde sympathieleer, die uitging van nauwe samenhang tussen alle verschijnselen. Het menselijk lichaam was in deze, typisch renaissancistische visie een afspiegeling van het heelal, zoals ook elk deel van het menselijk lichaam de wezenlijke hoedanigheden bezat van het gehele lichaam. Dit is eigenlijk het magische principe bij uitstek. Met een deel kon je het geheel genezen, maar ook vernietigen. Wanneer de bezitter van bovengenoemd verband dit bijvoorbeeld in het vuur hield, viel de patiënt naar zeggen ten prooi aan verschrikkelijke pijn, als van een brandwond.

Wondermiddel tegen alles


Geen wonder dat apotheker Van der Harst aspirant-kopers altijd eerst tot ‘betere gedachten’ probeerde te brengen, alvorens het poeder over de toonbank ging. Want het spul werd gaandeweg voor van alles gebruikt. Tegen kiespijn en neusbloedingen, en buiten de medische sfeer als een algemeen wondermiddel. Als je het mes bemachtigde waarmee een moord was gepleegd, hoefde je er maar wat van het machtige poeder op te strooien om de dader ondraaglijke pijn te bezorgen, zodat hij zich wel moest aangeven. Ook kon het poeder worden gebruikt om voor de militie afgekeurd te worden, om een prijs te halen bij het ringrijden, tegen beheksing en zelfs om onzichtbaar te worden.

Reuma


In de kletspraatsfeer van het volksgeloof kreeg het poeder steeds grotere kwaliteiten toegemeten. Volgens de mondelinge overlevering kon het alleen door tovenaars worden bereid, die het trouwens ook gebruikten om de room van andermans melk te halen.

Belladonna of wolfskers
De schemerige faam van het pulvis sympatheticus bleek echter niet bestand tegen de dageraad van de moderne geneeskunde. Het poeder van sympathie verdween dus van het medische en folkloristische toneel. Maar zijn hoofdbestanddeel kopersulfaat behield ook in de twintigste eeuw een zekere roep (men noemde ook ingrediënten als belladonna, doornappel en dolle kervel). 

Het personage Van Schoonbeke in Willem Elsschots roman Kaas (1933) was gebaseerd op de excentrieke Antwerpse advocaat De Bruyne, die steevast met een koperen ketting rond zijn middel liep. De Bruyne leed waarschijnlijk aan jicht en was volgens Elsschots kleinzoon Willem Dolphyn ‘rotsvast overtuigd van de geneeskracht door afzetting van het kopersulfaat, een geloof dat men ook terugvond bij oude zeelui die daarom een koperen ring droegen die als oorbel functioneerde’. De laatste resten van oud bijgeloof? Nee hoor, ook nu zijn er nog volop armbanden met koperen binnenkant in de handel tegen reuma en artritis.

En verder...

Apotheker Van der Harst speelt in een ook een rol in mijn verhaal 'Een man van zijn woord' in de bundel Lovecraft in de polder (zie deze post). Het boek is nog altijd te bestellen!

zaterdag 5 juni 2021

Bouwoffers en bovennatuurlijk dierengedrag

Spinnen die 's ochtends, 's middags en 's avonds verschillend onheil aankondigen, zwarte en witte spookkatten, heksende buurvrouwen en opvallend rondhangende eksters, bouwoffers en adellijke honden die brood eten, een schip vol katten dat in één nacht naar Indie en terug voer... En waarom een varkensbotje in je broekband? Meegewerkt aan een podcast over mummiekat Gries in de Grote Kerk Veere: 

Gries de mummiekat - #2 Bouwoffers en bijgeloof

Het programma valt hier te beluisteren.

Gries de mummiekat | foto H.M.D. Dekker


Aflevering 2 gaat in op de rituelen en het bijgeloof rondom (huis)dieren in Nederland maar ook elders in Europa. De functie van katten is altijd al geweest om muizen en ander kwaad buiten de deur te houden en ze eindigden soms ook net als de 15de-eeuwse mummiekat Gries als bouwoffer. Ook ná hun negende leven waren zij vaak belast met het afweren van het kwaad. Katten en ook andere (huis)dieren komen in vele mythen, verhalen en overleveringen voor. Je hoort er alles over in deze podcast.

donderdag 3 juni 2021

NEELTJE JANS (en 110 andere plekken)

03-06-2021, NEELTJE JANS, na 13:00 uur. Drukke graaf- en bouwwerkzaamheden voorbij het westelijke hoofd van de grote 'baai' met hangcultuur ten westen van het Topshuis. Herrie van een torenhoge windmolen. Het bezoekerscentrum in het Topshuis is nog dicht. Corona. Het Parelpad (1,5 kilometer) is afgesloten in verband met mysterieuze werkzaamheden. Een fietsende Duitse clan rijdt verkeerd en keert luidruchtig weerom. Oma met knotje, kleinzonen, meisjes met dijen die het fietsen makkelijk tot Mannheim volhouden. Bij het loket van het terras van Proef Zeeland staat een geduldig maar volhardend rijtje dorstige mensen. De harige bastaardsatijnrupsen vormen nog steeds een gevaar, blijkt uit het oude vertrouwde waarschuwingsbord bij het Topshuis. Jeuk, huiduitslag, irritatie aan ogen en luchtwegen. Het is warm.

foto JJB Kuipers


Lees meer over Neeltje Jans, Proef Zeeland en 110 andere plekken in Zeeland in:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben




woensdag 26 mei 2021

Ontdekking van de jeugd in Zeeland (2)

 Bill Haley vanuit de mist


Kijk hier voor 'Ontdekking van de jeugd in Zeeland (1)'

De ‘losmaking’ van de Nederlandse en Zeeuwse jeugd uit de benauwende cocons van traditie en conventie was overigens al in de eerste decennia van de twintigste eeuw begonnen, met name door de opkomst van de nieuwe zuil van het socialisme en de introductie van bioscoop en radio. Zeeland, een gewest zonder grootstedelijke kwaliteiten en over het algemeen prat gaand op zijn reputatie van gezagsgetrouwheid en traditionalisme, kwam in 1954 zelfs onverhoeds in de voorhoede van de telecommunicatie terecht. Dit jaar viel namelijk het besluit dat er naast de bestaande televisiezender in Lopik nog vier TV-zenders in ons land moesten komen: in Roermond, Markelo, Appelscha-Smilde – én in Goes. Hierdoor werd eindelijk de ontvangst van TV-uitzendingen in heel Nederland mogelijk. Drie jaar later was de Goese zender klaar. Hij werd in gebruik genomen op 10 december 1957.


(Dit is een fragment uit: Brommers, gitaren en spandoeken, 2005)

‘In 1957 hadden we televisie in ons gezin,’ zegt Tom Rentmeester (1947) uit Ovezande. ‘In 1958 op een mistige avond kunnen we zelfs een Duitse zender ontvangen, plotseling staat hij daar: Bill Haley And His Comets in een sportzaal op het podium van een boksring met een echte haan op de touwen… sensationeel! Het beeld was slecht, het geluid was slecht, maar we hadden hem in levende lijve zien swingen op de buis.’


Nieuwe TV-zenders, 1954
De ‘debiliserende’ en smaakverdovende werking die aan het fenomeen televisie al vrij snel na zijn inburgering werd toegeschreven, was zeker niet van toepassing op de beginjaren, ondanks het gebrekkige en veelal knullige aanbod. TV was aanvankelijk werkelijk een nieuw venster op de wereld. Het was vooral de (zwartwit)televisie die korte metten maakte met regentenmentaliteit en provincialisme, schreef A.J. van der Staay in 1966. 

‘Al klinkt in interviews de eerbied voor de gezagsdrager en in het niet-aansnijden van bepaalde onderwerpen iets ervan na, toch blijft het een feit dat de traditionele afstand tussen binnenskamers en erbuiten, tussen kiezers en gekozenen, tussen elite en bevolking, hoofdstad en provincie, tot huiskamerproporties is teruggebracht.’ Alle waterscheidingen vielen weg door de TV, aldus Van der Staay; er voltrokken zich complete revoluties in de gedachtengangen, ‘onderwerpen die enkele jaren terug volstrekt taboe waren, van ontzuiling tot homoseksualiteit, komen genadeloos van de beeldbuis.’


Een jaar na deze opmerkingen spatte de geruchtmakende uitzending van VPRO’s Hoepla! de huiskamers in, waarin Phil Bloom even een krant liet zakken (nota bene het protestants-christelijke dagblad Trouw) en zich naakt aan het volk vertoonde. Ze werd de meest besproken bloterik in de geschiedenis van de Nederlandse media. 

Ook in Zeeuwse huiskamers werd terdege kennisgenomen van Blooms tot de verbeelding sprekende gestalte. Het landelijke tumult leidde tot de annulering van een volgende uitzending met de Zeeuwse psychedelische groep Dragonfly.

Naar de film!


In de brave jaren vijftig was een dergelijke speelse provocatie natuurlijk nog ondenkbaar, zeker in Zeeland. De eerste reacties van overheidswege op tekenen van jeugdige opstandigheid en ‘ontworteling’, zoals op het vernielde Schouwen van na de Ramp, waren, naast adviezen tot verbetering van huisvesting en professionalisering van het jeugdwerk, oproepen tot herstel van het ouderlijk gezag en het gezin. Een beproefd maar gedateerd recept, dat zijn uitwerking steeds frequenter leek te missen. 

Want van een leien dakje ging het ook na deze mooie adviezen niet bepaald, zeker niet op Schouwen-Duiveland. Was in januari 1954 een grotere aandacht van de sociaal-maatschappelijke instellingen voor het hoognodige jeugdwerk aangekondigd, in juni berichtte de Provinciale Zeeuwse Courant dat de ontworteling van de jeugd op Schouwen-Duiveland als gevolg van de Ramp ‘zeer urgent’ geworden was. Oorzaak: de jeugd had geen zier te doen. ‘De rijpere jeugd verveelt zich,’ zei de krant, ‘en beschikt over teveel geld, hetgeen de baldadigheid onrustbarend doet toenemen.’ In de onderhandelingen over een te stichten jeugdcentrum onder toeziend oog van de Stichting Nieuw Schouwen-Duiveland zat niettemin geen enkel schot, hoewel het Rampenfonds hiervoor in principe 100.000 gulden beschikbaar had gesteld. 

Kijk hier voor 'Ontdekking van de jeugd in Zeeland (1)'


- wordt vervolgd -

Bron: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Henk Feij en Peter Urbanus, Brommers, gitaren en spandoeken. Vijftig jaar jong in Zeeland (Zaltbommel: Uitgeverij Aprilis, 2005), hoofdstuk 'De ontdekking van de jeugd in Zeeland' (Jan J.B. Kuipers)


***


CD VOL ‘LEEDVERMAAK’ KAREL & DE BOSWACHTERS:

Het is overal even erg


zondag 18 april 2021

‘Mysterieus Middelburg’ stopt ermee

Na vijf seizoenen stopt schrijver en ex-stadsdichter Jan J.B. Kuipers met zijn stadswandeling Mysterieus Middelburg. Kuipers: ‘Vijf jaar vind ik genoeg voor zo’n project. Ik twijfelde nog, maar de steeds maar verlengde coronamaatregelen gaven de doorslag. Je moet met kleinere groepen dan normaal wandelen. Bovendien was er de avondklok en het gedoe rondom de 1,5 meter. Het is mooi geweest.’



Mysterieus Middelburg was een tocht langs ‘Griezel & Groteske, Sagen & Schavotten, Horror & Historie’. De route voerde door het noordelijk en westelijk deel van de Middelburgse binnenstad langs pestlijders en gehangenen, een wonderhostie, geesten en moordenaars en de Middelburgse toegang tot de onderwereld. 

De stokoude geschiedenis werd afgewisseld met pijnlijk recente verhalen, zoals het beruchte hoofd in het bushokje (1990).

(foto H.M.D. Dekker)


donderdag 8 april 2021

Ontdekking van de jeugd in Zeeland (1)

Je kon het niet langer negeren, in het jaar 1955: de jeugd was anders geworden, mondiger en rijper dan vroeger. Dat een onbeduidende countryzanger, Bill Haley, in dat jaar met het lawaaiige en in een vreeswekkend tempo gespeelde nummer Rock around the clock een eerste plaats in de hitlijsten in de Verenigde Staten behaalde, dáárvan nam men in Zeeland geen notitie. Hier worstelde men met de nasleep van de Februariramp van 1953, met de wederopbouw, het Delta- en het Drie-Eilandenplan, en met de grootschalige reconstructie van Schouwen-Duiveland.


(Dit is een fragment uit: Brommers, gitaren en spandoeken,2005)


Zeeland stond aan de vooravond van grote veranderingen, en dat alles had een even grote uitwerking op de Zeeuwse jeugd. ‘De jongeren reageren anders dan wij ouderen,’ stelde de Goese predikant H.M. Strating vast in een vraaggesprek met de Provinciale Zeeuwse Courant van 3 augustus 1954. Strating was voorzitter van de Hervormde Jeugdraad. ‘Daaraan merk je dat er ook in de Zeeuwse jeugd iets van dat moderne levensgevoel is gevaren, iets dat misschien wijst in de richting van het existentialisme. Doch ik betwijfel of het een stap achteruit is.’ En, na enige aarzeling: ‘Nee, onze jeugd is eerlijker in menig opzicht dan de oudere generatie.’

De wereld was kleiner geworden, meende Strating. En de jeugd van 1954 was wereldwijzer dan de kinderen van vroeger. ‘Wij hebben nog met een kristalontvangertje zitten peuteren,’ herinnerde de predikant zich, ‘en keken onze ogen uit naar een auto. Maar nu herkent een peuter van vijf jaar al van ver een automerk…’

De welwillende zielenherder sloeg met zijn uitlatingen de spijker op de kop. De wereld was dankzij de radio en alle andere ontwikkelingen op het gebied van telecommunicatie en vervoermiddelen inderdaad een stuk kleiner geworden: absolute voorwaarde voor het ontstaan van een uiteindelijk mondiale popcultuur waarin trends razendsnel gecommuniceerd en overgenomen konden worden. 

De kennismaking met Duitse bezetters en deels van overzee afkomstige bevrijders, de evacuaties ten gevolge van de Walcherse inundaties in 1944 en de Ramp van 1953 hadden bovendien het vertrouwde wereldbeeld flink door elkaar geschud, de horizonten verruimd en verwisseld. Communicatie betekent altijd ook vervreemding: de vertrouwde zuilen, waarin Nederland generaties lang verdeeld was geweest brokkelden af, de snelle naoorlogse stijging van het welvaartspeil (in 1954 werden loonstijgingen van tien procent genoteerd) maakte ruimere consumptie mogelijk om een eigen identiteit te kunnen ontwikkelen én tonen.

De jongere was in het midden van de jaren vijftig kandidaat-volwassene áf. Niet langer was de adolescent een volwassene in de dop, iemand die snel een beroep moest leren en geruisloos bij de juiste levensovertuiging en kerk diende te worden ingedeeld. Hij of zij maakte vanaf nu deel uit van een categorie op zich. ‘Jong zijn’ was een doel geworden. Plotseling was iedereen zich sterk bewust van de kloof tussen de generaties. Die was er altijd al geweest, maar leek nu dieper en breder dan ooit.

De jeugd was ontdekt.

- wordt vervolgd -

Bron: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Henk Feij en Peter Urbanus, Brommers, gitaren en spandoeken. Vijftig jaar jong in Zeeland (Zaltbommel: Uitgeverij Aprilis, 2005), hoofdstuk 'De ontdekking van de jeugd in Zeeland' (Jan J.B. Kuipers)

maandag 22 maart 2021

‘Een gematerialiseerde vorm van muziek’

CULTUURGESCHIEDENIS EN NATUURLIJKE HISTORIE VAN DE TRAAN


Tranen vloeiden sinds de dageraad van het menszijn. De oudste geschreven bron waarin van huilen wordt gewaagd, dateert echter ‘pas’ uit de veertiende eeuw voor Christus. Het zijn de Ras-Sjamra-teksten uit Noord-Syrië: een collectie kleitabletten uit de stad Ugarit. De tabletten bevatten een verhaal over de dood van de god Baäl. Zijn zuster Anath weende hevig bij het vernemen van zijn dood, en ‘dronk tranen als wijn’. Die eerste vermelding behelst al een belangrijke paradox van het huilen waarmee Tom Lutz zich in Een geschiedenis van de traan uitgebreid bezighoudt, namelijk het verwarrende genot dat expressie van je verdriet kan teweegbrengen.


Bron: Jan J.B. Kuipers, “Een gematerialiseerde vorm van muziek”; 
Tom Lutz: Een geschiedenis van de traan. Leesidee 7(2001)5, 396-397.


Zeeën van tranen zijn sinds de Oudheid vergoten, en meren van inkt hebben de meest uiteenlopende auteurs sindsdien aan de geheimzinnige achtergronden en kwaliteiten van het wenen gewijd. Socrates wist het al: droefheid was een pijn van de ziel zelf, maar ook vol intens genot. Verdriet brengt tranen voort, maar de bevrijdende actie van het huilen veroorzaakt vreugde, zelfs wellust. Dat laatste besef bracht in het West-Europa van de latere achttiende eeuw een ware tranencultuur op gang, met Goethe’s romanpersonage Werther als grootste huilebalk. De verheven vreugde die men destijds ervoer bij het menigvuldig plengen van tranen wekte ruim een eeuw later aanzienlijk plattere vrolijkheid op.

Die meer prozaïsche kijk ging aan het eind van de negentiende eeuw gepaard met belangstelling voor de biologische, fysiologische en psychologische voorwaarden van het huilen. Deze benaderingen kwamen vooral uit de hoek van de jonge wetenschap van de psychologie, en met name van een nog jongere loot van die stam, de psychofysiologie. Zo kwam men tot de ontdekking dat er niet één, maar verschillende soorten tranen zijn, van verschillende samenstelling. De Californische onderzoeker Robert Brunish stelde in 1957 bijvoorbeeld vast dat ‘emotietranen’ een hoger eiwitgehalte hebben dan ‘irritatietranen’ (veroorzaakt door de wind bijvoorbeeld) en dat de eiwitverhoudingen zelf in de verschillende soorten tranen óók weer verschillend waren. 

Alle wijsgerige bespiegelingen en klinische onderzoekingen ten spijt, lijkt de traan anno 2001 nog even geheimzinnig en multi-interpretabel als altijd. De menselijke uniciteit van het op emotionele aandoening gestoelde huilen lijkt wel vastgesteld, maar de fysiologische functie van de excretie van traanvocht is nog allerminst eenduidig bepaald.

Tom Lutz, verbonden aan de universiteit van Iowa, heeft niettemin de taak op zich genomen een zo breed mogelijke historie van de traan te schrijven - inclusief de geschiedenis van het psychofysiologisch onderzoek naar het huilen, een inmiddels al even onoverzichtelijk terrein als de ‘algemene’ geschiedenis en culturele antropologie van de traan. 

Het enorme onderwerp is door de auteur eerder typologisch dan chronologisch aangepakt. Na een inleiding die kriskras door de geschiedenis, de verschillende contexten en interpretaties van het huilen voert, worden achtereenvolgende hoofdstukken gewijd aan auteurs en tradities betreffende het huilen, de lichamelijke aspecten ervan, de psychologie van het huilen, het verschillende huilen van mannen en vrouwen, zuigelingen en kinderen, door antropologen bestudeerde ‘treurculturen’, diverse functies van het huilen (wraakzucht en escapisme bijvoorbeeld) en de rol van tranen in (populaire) fictie.

Wat in al deze deelbenaderingen opvalt en ietwat stoort, is de ‘kralenketting’-aanpak van de auteur. Steeds springt hij van de ene periode over naar de andere, van literaire auteur naar B-film, van klassieke mythologie naar moderne antropologie. Vruchtbaar als deze benadering kan zijn voor het herkennen van algemene karakteristieken en dwarsverbanden, wekt zij ook irritatie doordat een duidelijke afbakening van het behandelde (deel)terrein ontbreekt, en hoofdlijnen van het betoog vaak ver te zoeken zijn.

Een eigen, ‘waardenscheppende’ visie van Lutz komt in Een geschiedenis van de traan ook niet naar voren. Zelfs de conclusie, met de fraaie titel ‘Het stelpen der tranen’, biedt behalve het in kort bestek herhalen van eerder uitgewerkte thema’s wéér nieuwe feitjes en auteurs die zich ooit het hoofd braken over de traan. Wel wordt de neiging van Lutz duidelijk om tranen (en emoties) te beschouwen als cultureel bepaald. Sterk geritualiseerde rouwgebruiken en uiteenlopende sociale situaties waarin bij verschillende culturen het huilen als gewenst of totaal ongepast wordt beschouwd, brengen hem tot die visie. ‘Emoties worden aangeleerd in de interactie met anderen,’ aldus Tom Lutz. ‘Dat veronderstelde Charles Darwin al in de jaren zestig van de negentiende eeuw, toen hij schreef dat de bewoners van de Sandwich-eilanden de gewoonte hadden aangenomen om te huilen van vreugde.’

De sociale aspecten van huilgedrag zijn evident. Iedereen kan tijdens begrafenissen waarnemen hoe de ene huiler de andere aansteekt. Emoties beschouwen als een soort illustratie van sociale functies en de cultuur waarin men verkeert, is echter een drastisch reductionisme dat men buiten de kringen van sociaal-wetenschappers niet tegenkomt. Dit heeft misschien ook te maken met het feit dat werkelijk begrip van de emotie meer is dan verstandelijk kennen, omdat begrip en kennis hier niet kunnen losstaan van de ervaring zelf. 

Beschrijvingen van het fenomeen van de traan die de grootste indruk maken komen dan ook niet van vakspecialisten, maar van auteurs uit de letterkundige en cultuurfilosofische hoek. E.M. Cioran bijvoorbeeld, die óók weer terugkomt op het genotsaspect van het huilen. Tranen schenken ‘zalige vergetelheid’ stelt hij, omdat het ‘extatisch vuur’ dat door het huilen wordt veroorzaakt elke vorm van intellectuele activiteit vernietigt. In navolging van Nietzsche beweert Cioran: ‘Tranen zijn een gematerialiseerde vorm van muziek’.

Prachtig geformuleerd. Maar toch haalt de lezer na alle meningen en beschouwingswijzen in Lutz’ caleidoscoop van de traan opgelucht adem bij de simpele vaststelling van een moderne onderzoeker dat er maar één soort emotietranen is, namelijk tranen van verdriet. Zelfs vreugdetranen behoren tot die categorie, omdat ze gewekt worden door de herinnering aan verleden leed, of de angst voor de pijn die onvermijdelijk op de vreugde moet volgen. Ook dit is natuurlijk weer een interpretatie, maar één die het dichtst bij het ‘gezond verstand’ staat en daarom direct aanspreekt.

Een in de loop van de tijd ook veelbesproken aspect is dat van de traan als wapen, als middel van overreding of zelfs van emotionele terreur. Een Chinese legende brengt de wrekende macht van tranen ondubbelzinnig naar voren. Bij het bouwen van de Grote Muur kwamen talloze geronselde arbeiders om het leven. Een jonge vrouw kwam haar man opzoeken, die als dwangarbeider was gestorven en begraven onder de muur. Toen ze dat nieuws hoorde barstte ze uit in tranen, huilde dagenlang aan één stuk. Veel arbeiders werden aangestoken en huilden mee. Zo ontstond een gigantische tranenvloed, die meer dan driehonderd kilometer van de muur wegspoelde.

Ook dit lezen we in Een geschiedenis van de traan. Het boek biedt een uitgestrekt, ietwat rommelig magazijn van citaten, schrijvers, onderzoeksmethoden en benaderingen. De lezer verdwaalt er makkelijk in. Maar de rijke inhoud kan met behulp van een uitgebreid register op eigen kompas worden benaderd. En dat stelt de lezer in staat tot nieuwe, authentieke bespiegelingen. De auteur moedigt deze ook aan. ‘Wie zal de geschiedenis van de traan schrijven?’ vraagt hij aan het eind van zijn boek met Roland Barthes. ‘Die schrijven wij allemaal samen.’


Tom Lutz, Een geschiedenis van de traan (Amsterdam 2001); vert. van The natural and cultural history of tears.





vrijdag 19 maart 2021

Wat was toch die Vrije Enclave Breezand?

Breezand was een - volgens sommigen - fictieve miniatuurstaat, gelegen ter hoogte van de bestaande buurtschap Breezand bij Vrouwenpolder (Zeeland). Het landje werd vooral bekend door de Breezandsche Courant, een satirisch-surreële internetcourant, die tussen 2002 en 2012 op verschillende websites was te raadplegen.



De Vrije Enclave Breezand kende een bijna voortdurende oorlogstoestand met de omringende gemeente Veere. In en om de enclave speelden zich als in een vervormde spiegel gebeurtenissen af, die aansloten bij actuele gebeurtenissen op het wereldtoneel. Zo deed de vondst van de gevluchte dictator Sam Azijn op de bodem van een regenput sterk denken aan de arrestatie van de voortvluchtige Iraakse leider Saddam Hoessein (2003). En de Breezandse kotter, het enige marineschip van de Enclave, voer uit naar Scandinavië om restitutiegelden te eisen voor de Vikinginvallen van een millennium tevoren. Inwoners van Breezand konden vakantiereizen boeken naar de vijandige buitenwereld bij Breezand Reizen. Deze organisatie exploiteerde een luchtballon, waarmee gevlogen werd boven politiek zeer onrustige gebieden in Afrika en elders.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.


Contactpersonen


Als contactpersonen met de buitenwereld traden de gebroeders Gert P. en Jan J.B. Kuipers op. Volgens sommigen waren zij ook de bedenkers van de Breezandsche Courant, en was Gert Kuipers de figuur achter de diverse websites die de Courant gebruikte. Gert Kuipers verklaarde in een interview in de Provinciale Zeeuwse Courant (15 juni 2002) echter dat zijn broer en hij de echte redacteur Abel de Ruyter in Antwerpen hadden ontmoet, waarna zij hem terugbrachten naar Breezand en het wederzijds contact werd voortgezet.

Religieuze strijd



De Vrije Enclave Breezand beleed een eigen godsdienst. Men aanbad er de Grote Spruit, wiens leringen waren opgetekend in het raadselachtige Groene Boekje. Van de inhoud van dit geschrift is nooit iets concreets onthuld.

Gaandeweg ontstond een schisma tussen de rekkelijke spruitologen onder leiding van Heer Ome Gert, de Breezandse wetenschapper die onder meer de Exploderende Fietstas uitvond, en de fundamentalistische ‘spruitologische spruitisten’ onder leiding van Heer Broer Jan. 
Terwijl in Breezand de macht werd gegrepen door de Militaire Raad, trok Heer Broer Jan zich met zijn volgelingen terug op Breezandsche Plaat, een grote zandplaat vóór de Breezandse kust, en zette daar het Tehuis voor Gevluchte Dictators op. Heer Ome Gert nam intussen in Breezand de leiding op zich van de Breezandsche Academie van Wetenschappen.

Krant van afvalligen


Ook de Breezandsche Courant kreeg te lijden van afsplitsingen, zoals de Vrije Breezandsche Stemmen. Deze krant werd gerund door afvallige spruitologen en politieke bannelingen, die zich in het vijandige stadje Veere hadden gevestigd.

Nieuwe medewerkers


In de loop der jaren traden andere medewerkers van de Breezandsche Courant aan, zoals journalist Bruno Hochzeit (die buiten Breezand ook publiceerde onder het pseudoniem Theo Raats) en lifestyle coach Steil. Hochzeit gooide verse olie op het vuur van de Breezandse verhoudingen: zo werd hij op zeker moment preventief gegijzeld – aldus leerling-verslaggever Arnold Schwarzkopf – in verband met ‘relevante problematiek ten aanzien van het groeiproces van de Breezandsche Courant’.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.


Nadagen

In mei 2012 vond een ‘synode’ plaats in Galerie Hannelore aan de Hendrikstraat in Vlissingen, waar onder meer het concept van de ‘Breezandsche Berg’ werd gepresenteerd, die ook het halve eiland Walcheren zou bedekken. Het jaar daarop vertoonde de Zeeuwse zender CTV een videoreeks Breezandsche Berichten, geregisseerd door Gert Kuipers, waaraan ook Jan Kuipers en Theo Raats hun medewerking verleenden. Nadien dook de vrije enclave nog herhaaldelijk op in de geschriften van Jan Kuipers.


zondag 14 februari 2021

De Maerlant Poëzieprijs 2021

Gedicht met thema Eiland inzenden voor 30 april


De Maerlant Poëzieprijs is een initiatief van de Stichting Kunstspoor Noord-Beveland. De prijs is vernoemd naar de dichter Jacob van Maerlant (ca. 1235 – ca. 1300). In opdracht van ridder Nicolaas van Cats schreef hij ‘Der Naturen Bloeme’, zijn belangrijkste werk naast de ‘Spiegel Historiael’. De Maerlant Poëzieprijs bestaat uit een geldbedrag van € 500,-. 



De prijs wordt eens in de drie jaar uitgereikt. De eerste keer, in 2006, was het thema ‘Noord-Beveland’. 

Een deskundige jury onder leiding van Frits van Oostrom heeft toen uit honderden inzendingen een prijswinnaar gekozen en bovendien de twintig beste gedichten geselecteerd voor publicatie in een mooie bundel.
Er zijn nu vijf dichtbundels verschenen.

De winnaar van de zesde Maerlant Poëzieprijs wordt bekendgemaakt op zaterdag 21 augustus 2021 tijdens de Maerlant Poëzieavond in de Rozentuin in Kats.


De jury


De jury telt in 2021 zes leden:
* Co Woudsma, dichter
* Herman Leenders, dichter/schrijver
* Jacoline Vlaander, dichter/schrijver
* Jan JB Kuipers, dichter/schrijver
* Karel Leeftink, dichter
* Raymond van der Ven, stadsdichter van Middelburg

Voorwaarden voor deelname


* Het thema ‘Eiland’ moet het uitgangspunt zijn voor de in te zenden gedichten.
* Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden.
* Het gedicht moet uiterlijk 30 april 2021 ingezonden worden.
* Het gedicht moet als bijlage in Word per e-mail verzonden worden naar: info@kunstspoor.nl
* Het e-mailbericht moet voorzien zijn van naam, adres en telefoonnummer, zodat we u kunnen bereiken voor de prijsuitreiking.
* Kunstspoor anonimiseert de ingezonden gedichten en stuurt ze daarna door aande jury. De jury weet niet wie de gedichten heeft geschreven.

De inzender geeft toestemming voor eventuele publicatie in de uit te geven bundel, hier staat geen vergoeding tegenover.

Vragen?


Voor meer informatie kunt u terecht bij de voorzitter van Kunstspoor, Peter Bakker, telefoon: 06 23076293 Website: www.kunstspoor.nl
facebook: https://www.facebook.com/KunstspoorNoordBeveland

zaterdag 13 februari 2021

Heikele queeste in westelijke landen

OFFA'S BRUID verschenen als e-book


Onlangs verscheen mijn 'lange korte verhaal' Offa's bruid als e-book in een smashwords-editie. Ridder Harbrand, een sombere paladijn van Karel de Grote, is de Noordzee overgestoken met maar één doel: het hoofd van de verbannen koningin Cynethryth. Zij heeft haar heil gezocht aan het hof van de Angelsaksische koning Offa. De queeste van Harbrand en zijn metgezellen dreigt fataal af te lopen...


Op deze bladzijde kun je 20 procent van het boek gratis downloaden, om te zien of het wat voor je is. Hier kun je het ook aanschaffen voor maar $1.59 USD,

Andere e-boeken van Jan Kuipers die als smashwords-editie zijn verschenen, kun je hier vinden.

Published: Feb. 11, 2021
Words: 9,310
Language: Dutch
ISBN: 9781005588458


"Onder deze verschrikkelijke verwensingen stond Cynethryth langzaam op, alsof een gewicht als de zoldering zelf op haar schouders rustte. Maar ze wankelde niet. En toen eindelijk de galm van Hygeberhts vervloeking was weggestorven deed ook zij haar mond open. Iedereen staarde haar aan, armen neerhangend, zwaarden met de punten naar de grond gericht."

Offa's Bruid en verwante verhalen


In het tijdschrift Wonderwaan 31 (2014) verscheen het verhaal ‘Rondom Hygelac’ – mijn bijdrage aan de marges van de Beowulf-traditie. 

In nr. 38 (2016) van ditzelfde tijdschrift volgde ‘Offa’s bruid’, een al even efemere toevoeging aan de (hedendaagse) Karel-epiek, de literatuur rond Karel de Grote en zijn paladijnen. 

In dit type verhalen wil ik eerder het verleden van de literatuur als voedingsbodem gebruiken, dan het ‘werkelijke’ verleden van de geschiedenis en geschiedschrijving, hoewel het grensgebied tussen beide uiteraard een mijnenveld is. Beide verhalen zijn in 2016 en 2017 in Engelse vertaling gepubliceerd in het Schotse weird fiction/horror-zine Cyaegha, waarin ik al enkele malen eerder publiceerde en dat overigens voor een belangrijk deel is gewijd aan de Cthulhu/Mythos-traditie op basis van het werk van H.P. Lovecraft. 

About Hygelac verscheen als Engelstalig e-book in een smashwords-editie. Intussen verscheen in 2016 ook ‘De IJzeren Arm’ in Wonderwaan, een verhaal waarin de overleveringen rondom de eerste Vlaamse graaf Boudewijn I een rol spelen. De Nederlandse versies van de bovengenoemde verhalen zijn in 2018 opgenomen in mijn bundel Houten Trouw (uitgeverij Verschijnsel).

Skannal de Trouweloze


De antiheld Skannal de Trouweloze deed eveneens zijn intrede. Hij beleefde enkele avonturen in Frisia omstreeks het jaar 500. Deze verhalen, ‘Wartna’ en ‘De vore van de dansende helden’ verschenen in 2019 en 2020 in de jaarboeken Ganymedes 19 en Ganymedes 20 (uitgave Stichting Fantastische Vertellingen). ‘Wartna’ is ook opgenomen in de door Mike Jansen en Laura Scheepers samengestelde bundel EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2019 (2020).

Remco Meisner in Fantastische Vertellingen nr 57, maart 2021 over deze herdruk van 'Wartna':

"We kennen het gecompliceerde verhaal Wartna van Jan J.B. Kuipers ook al uit Ganymedes en het is een genoegen dit hem zo typerende semi-geschiedkundige verhaal nog eens te lezen. Goede karakterontwikkeling, wat dankzij de omvang van het verhaal ook verantwoord kan, Uitstekende sfeertekening. Geen lichte, maar wel verantwoorde kost. De ene erudiete, fraaie volzin wordt op korte afstand gevolgd door de volgende."

Meer lezen over de tijd van Harbrand en Offa?

Lees dan ook mijn historische overzichtsboek:

Karel de Grote • Stamvader van Europa, door Jan J.B. Kuipers

176 pag., hardcover, ingenaaid, gebonden, rijk geïllustreerd, € 29,95

'een schoolvoorbeeld van serieuze geschiedschrijving voor een breed geïnteresseerd publiek'
Henk Slechte, deleescubvanalles.nl


zaterdag 6 februari 2021

Van Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee verschenen de afgelopen tijd weer verschillende besprekingen. Hieronder worden er twee weergegeven.


Walter Smits op kunsttijdschriftvlaanderen.be:

De Vikingen blijven tot de verbeelding spreken. Met de regelmaat van een klok verschijnen over hen zowel wetenschappelijke als vulgariserende werken. Jan J. B. Kuipers, van wie eerder al verschillende historische syntheses en biografieën bij WalburgPers verschenen, publiceert nu Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee. Het moet onmiddellijk gezegd worden dat het werk in de traditie van de uitgeverij WalburgPers een bijzonder fraai vorm gegeven boek is met prachtige en relevante illustraties en met leeslint.

Het werk is ruimer van opzet dan het in 2019 verschenen De Vikingtijd. De Noormannen in Nederland en België van Luit van der Tuuk en  traditioneler dan het ook in 2020 verschenen De Vikingen. Een nieuwe geschiedenis van Nile Price. Kuipers belicht de confrontaties van de Vikingen met de regio’s langs weerskanten van de Noordzee. Hij bestrijkt de tijd vanaf het einde van de 8ste eeuw met de plundering van Lindisfarne aan de Engelse oostkust anno 793 tot de aanvang van de 11de eeuw met de aanvallen op Tiel en Utrecht in 1006 en 1009. In het eerste hoofdstuk behandelt Kuipers de Vikinglanden vóór de Vikingen of hun voorgeschiedenis in Scandinavië. Vervolgens structureert hij zijn werk chronologisch en brengt doordachte cesuren aan. 


De eerste fase van de Vikingexpansie tot circa 840 bestond uit korte roofexpedities, waarbij de rijke, doch onbeschermde Angelsaksische en Karolingische abdijen favoriete doelwitten waren. In de tweede helft van de 9de eeuw benutten de Vikingen de opvolgingsstrijd na Karel de Grote en desintegratie van het Karolingische rijk om profijt te halen door nu eens de ene dan weer de andere strijdende partij te steunen en uitvalsbases en winterkampen te veroveren, van waaruit ze dan verdere  roofexpedities ondernamen. Tegen het einde van 9de eeuw en in de 10de eeuw probeerden sommige groepen Noormannen zich blijvend te vestigen in de Lage Landen, maar ook elders, zoals in Normandië. Vandaar voeren ze zelfs verder naar het zuiden en werden ze o.a. door de paus geëngageerd in het Middellandse Zeegebied om Sicilië te veroveren op Moren en Byzantijnen.

Tussen deze chronologische hoofdstukken weeft Kuipers thematische hoofdstukken over het langschip, wat de Vikingen hun maritieme superioriteit bezorgde, hun wapenrusting en strijdmethoden en de tegenstellingen en overeenkomsten tussen de Vikingen en de bewoners
rond de Noordzee. Hij eindigt met de genetische erfenis van de Vikingen in de West-Europese bevolking. Aparte vensters in de tekst verduidelijken concepten, zoals Viking, Scandinavisch, Fries, Saksisch, ijzeren eeuw, enz.

De auteur relativeert zeker traditionele voorstellingen en kadert de Vikingen in de nasleep van de bredere geschiedenis van de migraties van het einde van de oudheid en de aanvang van de middeleeuwen. Hij gewaagt van een nagekomen migratie en benadrukt de 
gemeenschappelijke culturele achtergrond van de Noordzeecultuur.

Dit werk is een lezenswaardige synthese op basis van de gangbare publicaties. De beknopte literatuuropgave bevat wel haast uitsluitend Nederlandstalige werken. Dit neemt niet weg dat het een toegankelijk en degelijk boek is, dat hopelijk ook zijn weg vindt naar het onderwijs, niet in het minst omwille van de mooie en gecontextualiseerde illustraties.

[18-01-2021]

(Tekst van andere bespreking vervolgt onder afbeelding.)




Jan van Damme in de PZC, 18 januari 2021:

Het moeten turbulente tijden zijn geweest aan de Zeeuwse kust. In het jaar 837 plunderden Denen de handelsplaats Walcheren of Walacria bij het huidige Domburg. Ze voerden raids uit op vrijwel alle Noordzeekusten.

Zo ook op Walcheren dat in die tijd een redelijk welvarende handelsnederzetting was. De plundertochten waren toen al jaren aan de gang. Het in leen geven van land aan de veroveraars was een probaat middel om je te beschermen tegen de ongetwijfeld nieuwe krijgslustigen die nog zouden komen. Zo was er ook in het deltagebied geredeneerd. De Deen Hemming sneuvelde in 837 als verdediger, hij had Walcheren en omliggende landen waarschijnlijk in leen ontvangen van Lodewijk de Vrome. Hemmings neef Harald was in dit geval de aanvaller. Harald won. Koning Lotharius dacht in 840 een goede zet te doen door Walcheren in leen te geven aan diezelfde Harald. Dat pakte verkeerd uit. Walcheren ontwikkelde zich tot een piratennest van waaruit rooftochten in Vlaanderen en het Frankische achterland werden georganiseerd.

Het is een fascinerende geschiedenis en slechts een klein onderdeel in het grote verhaal over de plundertochten van Zweden en vooral Denen. Jan J.B. Kuipers uit Kattendijke vertelt in zijn boek ‘Vikingen - IJzeren eeuwen om de Noordzee’ over die van wapengekletter doortrokken tijd in de 9e en 10e eeuw na Christus. Hij plaatst de Vikingenterreur in een breed perspectief. We lezen hoe het christelijk Europa werd bedreigd niet alleen vanuit het noorden door de Vikingen maar ook vanuit het zuiden door de Saracenen en Moren en vanuit het oosten door de Avaren en Magyaren.

Bouwde Willem de Veroveraar van Engeland in 1066 schepen op het eiland Wulpen? Het zou zo maar kunnen. Daarvan zijn geen tastbare bewijzen meer te vinden. Die zijn er wel van de ringwalburgen die de kustbewoners opwierpen om zichzelf te beschermen. In Oost-Souburg en Burgh kunnen we in deels gereconstrueerde burgen meer dan duizend jaar teruggaan. Dat kan ook in het boek van Kuipers. Hij heeft er een boeiend, fraai geïllustreerd verhaal van gemaakt.

Jan J.B. Kuipers: Vikingen - IJzeren eeuwen om de Noordzee - Uitgeverij Walburgpers, hardcover, 160 pagina's, 29,99 euro.

vrijdag 29 januari 2021

Eindtijd met vluchtende insecten en een verdoolde filosoof

In 1912 publiceerde William Hope Hodgson The Night Land, een epische roman over het einde der tijden, waarmee hij schrijvers als H.P. Lovecraft en Clark Ashton Smith inspireerde. Nog steeds beïnvloedt Hodgson schrijvers over de hele wereld, ook in de Lage Landen, waar de nuchtere inslag van het Nederlandse volk contrasteert met zijn soms hoogdravende proza. Dit levert kleine, intieme verhalen op waar de kneuterigheid vanaf straalt maar soms ook megalomane vergezichten waar niet op een miljoen mensenlevens wordt gekeken.


De bundel Eindtijden in de polder (uitgave EdgeZero) bevat, aldus de uitgever, de visies van gerenommeerde Nederlandse sciencefiction-, fantasy- en horrorschrijvers over een toekomstige eindtijd in de Nederlandse polders. De opgenomen verhalen zijn van Tais Teng, Roderick Leeuwenhart, Jaap Boekestein, Mike Jansen, Dick van der Bij, Anaïd Haen, Django Mathijsen, Joy Ruijmgaart, Jack Schlimazlnik, Frank Roger, Jan J.B. Kuipers en Johan Klein Haneveld.

Mijn verhaal in Eindtijden is getiteld 'Dochter van de Aardstroom'. Wat doet een negentiende-eeuwse filosoof  genaamd Arthur in deze apocalyptische, licht Hodgson-gekleurde omgeving waarin we typisch Nederlandse contouren ontwaren? Hoe kwam hij hier terecht en wat moeten we denken van zijn einde in een drooggelegde binnenzee met de 'tafelbergen van voormalige eilanden?' Zelfs de nornen lijken in het duister te tasten.

Jan J.B. Kuipers schrijft meestal op de geschiedenis gebaseerde verhalen en vanwege de cynische toon behoren die meestal niet tot mijn favorieten, ook al zijn ze zonder meer goed geschreven. Maar hij is een bredere schrijver dan dat en zijn toon blijkt heel goed te passen bij het eindtijdthema van Hodgson. Hier reïncarneren mensen in een stervende wereld, waar zelfs de insecten ons verlaten. Zoals het Nederlanders betaamt zijn er altijd mensen die er een slaatje uit proberen te slaan. Mooi verhaal.

Johan Klein Haneveld op goodreads


(€ 2,46)

($14.50)

zondag 17 januari 2021

Scandinavisch, Fries, Saksisch?

In mijn recente boek Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee gaat het herhaaldelijk over het sterk verwante oudere cultuurpatroon, dat de Vikingen deelden met de volken rondom de Noordzee die zij gedurende ruim twee eeuwen hebben geteisterd. Een frappante illustratie hiervan biedt de vondst van een drietal houten stevenversieringen in de Schelde tussen 1934 en 1951, bij Zele en Moerzeke-Mariakerke (België). 

Twee van deze objecten zijn in het bezit gekomen van het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen en het British Museum in Londen. Ze tonen slangen- of drakenkoppen. Om deze reden zijn ze wel aangezien voor stevenversieringen van Vikingschepen: op zijn vroegst stammend uit de negende eeuw.

Maar gaandeweg bleek op grond van stilistische kenmerken dat deze stevenkoppen enkele eeuwen ouder moeten zijn, en is er zowel het predicaat Saksisch als Fries op geplakt. BBC-documentairemaker en historicus Michael Wood toonde één van de koppen omstreeks 1980 zelfs onverdroten als een inheems, dus Engels product van de ‘Dark Ages’. Helaas hebben de vinders de bijbehorende scheepsvondsten destijds weggegooid.


'Drang naar het zuiden'


Vroegmiddeleeuwse steven-
versiering uit de Schelde, tek. auteur.
De drang naar het zuiden, al of niet mythisch bijgekleurd – we kunnen ook wel van de drang naar het westen spreken – van de Germaanse stammen gedurende de Volksverhuizingen (vierde-zesde eeuw) is in de geschiedschrijving tot ver in de twintigste eeuw vermaard geweest. En nu, vanaf het eind van de achtste eeuw, werden deze Germaanse volken met hun van origine sterk vergelijkbare heidense cultuurpatroon, op hun beurt geconfronteerd met golven ‘barbaren’, voortgedreven door eenzelfde drang. 

Vanuit het intussen christelijke wereldbeeld leken de Noormannen uit een ander universum te stammen. Maar amper een halve eeuw vóór de Denen aan de Friese kusten opdoemden, was de missionaris Bonifatius nog bij Dokkum vermoord door heidense Friezen, en had hij in de Saksische landen ijverig Donarseiken omgehakt.


Overeenkomst en verschil


De invallen van de Vikingen waren niet de enige dreiging van deze aard waaronder christelijk Europa zuchtte. Ook elders werd de periferie van het werelddeel bedreigd sinds de zevende eeuw: door de Saracenen en Moren vanuit het zuidoosten en zuiden, en de Avaren en later Magyaren uit het oosten. 

Als groot verschil met de achtergronden van de eerdere migratiegolf is naar voren gebracht dat de Vikingen in tegenstelling tot hun voorgangers niet werden opgedreven door andere stammen en volkeren. Hoe dan ook: spoedig voegden de invallers zich in de heersende gezagspatronen en -structuren van de landen om de Noordzee. Met nietsontziend geweld, dat wel, al of niet in naam van de ‘legitieme’ machthebbers.



Meer over deze materie en over de beroemde langschepen in: 


Jan J.B. Kuipers, Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee
€ 29,99, ISBN 9789462494886
Hardback, hardcover, 160 pagina's. Afmetingen 23.5 x 28 x 1.6 cm
Ook beschikbaar als eBook ePub: € 14,99


donderdag 14 januari 2021

Skannal ploetert voort in GANYMEDES-20

Skannal de Trouweloze heeft een nieuw avontuur! In ‘De vore van de dansende helden’ in het recente jaarboek Ganymedes-20 (pag. 87-117) kunnen we lezen hoe onze antiheld verzeilt in een groep Denen onder leiding van de schrikwekkende wolwa Spakuna. Het nieuwe reisdoel: de antagonistische Oost-Friese steden Nocdac en Bordonchar, waar een verschrikkelijke strijd een glanzende mythe in het leven roept. Aan Skannal de taak om deze saga te verkondigen in het Europa van omstreeks 500 na Chr. Maar we kennen zijn bijnaam…


"Haelfdan had haar gestuurd, zei ze, de Denenkoning wiens zonen Ro en Frothi het op zijn troon hadden voorzien. Terwijl hij eerst zijn eigen broer Fridleif had moeten doden. En koning Aun van de Svear. En nog een rij andere vorsten en koningen wier naam ik vergeten ben. Maar toen die bloedbaden achter de rug waren en de verkoolde balken van de afgebrande Zalen en Hallen nog niet eens opgeruimd, spanden die trouweloze broers tegen hem samen. Opnieuw strijd in de hallen, op de erven, op hellingen van heuvels en zelfs in verre fjorden. Ro en Frothi, verpletterd in een serie slagen en schermutselingen, kozen het hazenpad. Wat van hun getrouwen restte werd opgehangen als hun opperste god zelf aan zijn boom. En in de Hal van Haelfdan vierde men negen nachten feest."

Staalkaart

Het jaarboek Ganymedes (samenstelling Remco Meisner en Paul van Leeuwenkamp) biedt een staalkaart van het beste dat de Nederlandstalige fantastische literatuur voortbrengt. Vroeger uitgebracht door uitgeverij Bruna, is het jaarboek nu een project van de Stichting Fantastische Vertellingen. In aflevering 20 vinden we werk van (in alfabetische volgorde):


Joke Adam, Annette Akkerman, Gert-Jan van den Bemd, Jaap Boekestein, Emanuel Claessens,Guido Eekhaut, Rob Geukens, Elly Godijn, Johan Klein Haneveld, Mike Jansen, Jan J.B. Kuipers, Paul van Leeuwenkamp, Remco Meisner, Max Moragie, Hay van den Munckhof, Marcel Ozymantra, Frank Roger, Tais Teng, Joost Uitdehaag, Reinold Widemann, Debby Willems en Bart de Wolf.

Zoals elk jaar worden de verhalen ook nu vergezeld door een schilderij van de hand van wijlen ‘Ganymedes-roerganger’ Vincent van der Linden. Bestellen (de prijs is € 9,95) kan hier.

Overlevering

In Ganymedes-19 verscheen het eerste verhaal over Skannal en zijn toenmalige metgezel, de Hiberniaanse monnik Dubghal. Wartna, de geheimzinnige verzonken Friezenstad was toen hun doel. Zie hiervoor Mythische Friezen en Hibernianen.

Ook in andere verhalen in een vroegmiddeleeuwse omgeving worden historie, literaire overlevering en motieven uit de fantastische folklore gemengd met typisch Kuiperiaanse elementen. Zoals Omtrent Hygelac en Offa’s bruid. Het eerstgenoemde verscheen in Wonderwaan 31 (2014): Kuipers' bijdrage aan de marges van de Beowulf-traditie. 

In nr. 38 (2016, thema Droomlanden), 2-15 volgde Offa's bruid, een al even efemere toevoeging aan de Karel-epiek (literatuur rond Karel de Grote en zijn paladijnen). In dit type verhalen wordt eerder het verleden van de literatuur als voedingsbodem gebruikt, dan het 'werkelijke' verleden. Beide verhalen zijn in 2016 en 2017 in Engelse vertaling gepubliceerd in het kleine weird fiction/horror-zine Cyaegha. De vertaling About Hygelac verscheen als afonderlijk e-boek. Zie ook Offa's bruid: fantastiek en Karelepiek.

***

Lees van dezelfde auteur en publiekshistoricus ook deze titels (non-fictie):

Vikingen. IJzeren eeuwen om de Noordzee (€ 29,99)


Het wonderbaarlijke Poeder van Sympathie

In de latere negentiende eeuw kon je bij de Middelburgse apotheker Van der Harst aan de Pottenmarkt een medicijn halen, dat in een loopbaan ...