donderdag 29 juli 2021

Achterberg onder zijn zwerfkei

Begraafplaats Rusthof, Amersfoort/Leusden


foto H.M.D. Dekker, 17-07-2021

Bij een herhaalbezoek aan begraafplaats Rusthof op een fraaie zomerochtend attendeert de gratis beschikbaar gestelde folder ons op het graf van Gerrit Achterberg: afdeling 22, grafnummer 506. De ruim aanwezige rododendrons (nee, rooi er niet één!) maken het zoeken wat moeilijk, maar plotseling zie ik de zwerfkei liggen die dienst doet als zerk. Dat gaat vaak zo, als je iets zoekt en per se wilt vinden, wordt op een gegeven ogenblik je blik er als vanzelf naartoe getrokken. Vervolgens is er de zonderlinge sensatie van het onderaardse dat je in zich op wil nemen, misschien ook ingegeven door courante lectuur over de Romantiek, Novalis e.d. (Safranski, Romantiek). Wellicht een extra dosis vitamine B?

Achterberg ligt hier met zijn echtgenote Cathrien van Baak; hij verkeerde nog onder toezicht van justitie (hij had in 1937 zijn hospita vermoord) toen hij in 1946 met haar trouwde. In eerste instantie was Achterberg in het verkeerde graf gelegd. Nadat alle aanwezigen bij de teraardebestelling waren vertrokken, is de fout hersteld. Met hulp van Staatsbosbeheer haalde men uit Donderen de zwerfkei die nu op het graf prijkt. Harry Mulisch stelde voor om het kwatrijn 'Grafschrift' uit Osmose in bronzen letters op de kei te plaatsen. Hetgeen geschiedde:

Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen, waarop geschreven:
de dichter van het vers, dat niet bedierf.

Ze hebben trouwens kwade plannen met dit fantastische grafveld: bomen weghalen, meer licht. Jaja. Als zo’n sfeerrijke plaats iets niet nodig heeft, is het wel meer licht. Tanizaki wist het al (heb erover geschreven in ‘Steeds meer licht’ in Methoden tegen de helderheid). Het zullen wel bezuinigingen zijn, meer economie om meer doden te kunnen herbergen. 

Met Achterberg heb ik vooral te maken gehad via zijn (onbelangrijke) gedicht ‘Reimerswaal’ voor de documentatie van de literaire traditie rond de Zeeuwse verdronken geschiedenis. Ben verder absoluut geen Achterbergkenner. De aansporing op het bankje uit 2020 vóór het grafmonument, dat het ‘laatste wat gij doet’ moet zijn het leggen van alle gedichten ‘aan mijn voet’ komt bijna komisch over.  Men heeft wel wat anders aan zijn hoofd bij het laatste wat men doet, stel ik me voor.


foto H.M.D. Dekker, 17-07-2021


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

En weer bleef Eekhoornstaartstad ongezien

Met ‘De man die Eekhoornstaartstad nooit zag’ keert Jan Kuipers in zijn fantastiek terug naar de pop-SF en de sfeer van zijn vrolijke maar g...