Posts tonen met het label fantastiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fantastiek. Alle posts tonen

zaterdag 20 december 2025

Stevige stamppotten en het Hercynische woud

Eerste fragment van mijn verhaal 'Het truffelveld', verschenen in HSF  55 (2024) nr. 286, 22-27 en in EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2024 (2025), 58-67. Het hele verhaal is ook hier te lezen.

"Cassius, hoewel het liefst vertoevend te midden van zijn boeken en manuscripten, had zich de nodige moeiten getroost om zijn Truffelveld nabij de westelijke boorden van het Hercynische woud ontoegankelijk te maken voor ongenode gasten. Er liep maar één pad naartoe tussen hoog oprijzende eiken, populieren en plekken met donkergroene sparren, die het licht van de hemel bijna versperden. Onder dat pad had hij botten begraven van dieren en ook van mensen die in het woud verdwaald en omgekomen waren, of waren vermoord door struikrovers. Ook strooide hij regelmatig een dikke lijn zout dwars over het pad om ongewenste lieden te weren. Verder gebruikte hij het kostbare zwarte zout, dat hij achter slot en grendel in zijn studeerkamer bewaarde, op een manier die niet uitgeduid hoeft te worden."

Tekst vervolgt onder de afbeelding.

Illustratie bij het verhaal op EdgeZero.


Over dit verhaal:

Liefde, of tenminste een verlangen naar warmte en wat gezelschap, overwint alles. Dat is de vermoedelijke boodschap van Het truffelveld van Jan J.B. Kuipers. Met behulp van listen en lagen proberen de personages hun doeleinden te verwezenlijken in een wereld doordrenkt van occulte folklore, magie, suspecte heiligenverering en stevige stamppotten. Sommigen van hen komen tijdig tot bezinning. Het Hercynische woud, ergens tussen de Rijn en de Donau, duikt vaker op in de verhalen van Kuipers. We danken onze kennis ervan aan auteurs als Caesar, Tacitus en Livius. Waar is dit oerbos gebleven?

 ***

Misschien ook leuk: TIGONIUS van de gebroeders Gert en Jan Kuipers:

Een mislukte schepper en zijn mislukte schepping, die niet voldoet aan het tevoren afgesproken doel. Iemand met de naam Meetrecht en een rivaal die zich Salpetrus Satanski noemt: het zijn de ingrediënten van dit vroeggeboren samenwerkingsverband tussen de gebroeders Kuipers. Het is aan de Heer God Meetrecht er tijdig voor te zorgen dat diens mens zichzelf bewijst. Het is dat, of sector QZ-744-2 zal Hem ontnomen worden.

Tigonius; door Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers; omslagillustratie Gert-Jan van den Bemd; omslagontwerp Ingrid Heit; Rare Boekjes-reeks deel 55; ISBN 978-90-78499-50-3; 220 blz.; 1e druk 2020; uitg. Stichting Fantastische Vertellingen; NUR code 300




dinsdag 29 juli 2025

Snaartheorie, de soep en de lange schaduw

Enkele recente verhalen in het fantastische en speculatieve genre van mijn hand:

- ‘Lamento’s van Lamprey’ (vier samenhangende verhalen): ‘Therapie voor een stad’; ‘Een been voor de revolutie’; ‘De dag dat het IJkgebouw vervaagde’; ‘Hotel Argosie’. In: Mike Jansen (samenst.) Vreemde steden, bijzondere oorden bd. 2. Uitg. EdgeZero, 2025, 139-155.

De stad Lamprey dook al op in mijn verhaal ‘Zeven manieren om van je schulden af te komen’ in Ganymedes-22 (2022). Het IJkgebouw bestaat niet echt, het is niet vast te pinnen en toch is het onwrikbaar. De stad Lamprey die zich eromheen heeft gevleid is geobsedeerd door de dood. Wie daalt daar af in het diepste, het zwartste gat?

Voor de paperback kijk hier. E-boek via bol
Hier een aardige recensie van (ook) mijn verhalenreeks:

- ‘Snaartheorie’, in: Wonderwaan 55, ‘Vergeten wonderen’, 2025, 32-55.

Met snaartheorie heeft Snaartheorie zo te zien niet veel te maken, hoewel de Snaar een belangrijke rol speelt. Een snufje Walewein, een dosis alchemie en occulte folklore, hartverscheurende herinneringen en de onnavolgbare logica van vorsten, ‘bedorven heersers op wankele tronen’. De soep, het bloed, de beker wijn.

Paperback kun je hier downloaden.

Ill. in 'Snaartheorie' (auteur)
- ‘Het kasteel van de lange schaduw’. In: Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp (red.), Ganymedes-24 (Nieuw-Vennep 2024), 24-42.

‘Vreemdelingen worden er nu meteen uitgepikt. Als Caai verschijnt en zich op last van de hellebaardiers aan de stadspoort bekend maakt, wordt hij opgepakt en naar het slot gebracht. Hij ziet er heel anders uit dan in de verhalen van Choret. Niks purperen mantel en springende honden. Caai is moederziel alleen. Hij is maar een schriel mannetje, die een zwarte lijn om zijn ogen heeft laten tatoeëren om zijn blik indringend en indrukwekkend te maken. Zijn onbeduidende gestalte, waaraan eenieder voorbijziet, heeft in hem kennelijk een honger naar aanzien en grootheid gewekt.’

- ‘Operatie schildpad’, in: Wonderwaan 54, ‘Echte (en andere) intelligentie’, 2024, 4-23.

Want: 1) Tentakels van beschilderd doek; 2) Theorieën uit de pulptijdschriften; 3) Een piramide van steenkool en 4) De les van de kamerjas.

Ill. in 'Operatie schildpad' (auteur).
‘De menselijke rede. Die aanfluiting, die vlaag wind! Op momenten die echt belangrijk zijn, voor jou of voor de loop van de dingen, schakelmomenten als het ware, duiken je rationaliteit en zelfs je bewuste waarneming onder en nemen de instincten en je lichaam het roer over. Achteraf zijn er alleen flitsen herinnering, ongewoon fel maar volkomen onsamenhangend en vaak zeer bedrieglijk, ook al gaat het om gebeurtenissen van enkele minuten geleden. Ik herinner me bijvoorbeeld de mauve foulard die Mrs. Turtle om haar hals had geslagen, diezelfde decadente sjaal die teder over de schouder van de monnik had gestreken. In werkelijkheid zal ze wel een gewone sjaal hebben aangehad, of zelfs haar jas met het bontkraagje. Ik herinner me ook dat Ryokan steels haar hut uitkwam, toen wij in de gang stonden te redetwisten. De monnik Ryokan, die schaduwman met zijn glimlach, zijn brilletje, zijn oogjes als brandpunten van het niets.
En ik herinner me dat ik dacht dat we op dit moment niets dan rolfiguren waren, marionetten van een onbekende instantie, terwijl we allebei hevig aan die sjaal aan het trekken waren, elk aan een kant, de Japanner en ik, onze blikken op elkaar gericht, in elkaar verzonken, mijn gezicht ongetwijfeld een wanhopige grimas, en de tronie van de monnik niets dan godslasterlijke spiegeling, een lege garnering van een even betekenisloze grijns.’

Dit nummer van Wonderwaan is HIER te downloaden.

***

Gerelateerd:


***


zondag 19 januari 2025

'Weirdo-alternatieve geschiedenis' met 'Loreley'

Commentaren van de publieksjury van de EdgeZero Award 2024 bij mijn verhaal 'Lorely' dat de vierde plaats haalde.

'Loreley' werd oorspronkelijk gepubliceerd in: 
Wonderwaan 53, ‘Huizen van macht’, 2023, 170-189 en nadien in: EdgeZero. De beste Nederlandse genreverhalen uit 2023 (Z.pl.: EdgeZero Publicaties, 2024), 252-263.

Link naar de digitale versie van het verhaal: https://edge-zero.com/loreley-jan-j-b-kuipers/


- Loreley van Jan J.B. Kuipers speelt zich af op een riviercruise die op weg is naar de Loreley-rots, waar de herrezen nimf met haar gezang schepen vernietigt. De expeditie, geleid door Dr. Feisten, probeert met een muzikale therapie de bovennatuurlijke krachten van Loreley te beteugelen. Terwijl de crew twijfelt aan de wetenschappelijke uitleg van hun leider, blijft de dreiging van de nimf sterk aanwezig. De mythologische en psychologische thema’s vermengen zich tot een verhaal dat treffend reflecteert op de verhouding tussen werkelijkheid en projectie. Erg meeslepend.

- Biedt een krachtige mengeling van mythe en wetenschap, met een duistere dreiging die voelbaar blijft. Kuipers weet spanning op te bouwen tot het einde.

- Eén woord: onheilspellend.

- Kuipers verweeft mythologische en psychologische elementen tot een verhaal vol spanning en mysterie. De sfeer blijft je bij.

- Het mythische Loreley geeft maar weer aan welk een variatie in sf en fantastiek er is in Nederland.

- Prachtig en briljant, In de alternatieve geschiedschrijving van de wetenschap ook hedendaags relevant.

- Echt een ‘Modern myth’! Intrigerend van begin tot eind.

- Niemand schrijft zo prachtig barok in Nederland als Jan. Dit verhaal blinkt uit in fraaie details die perfect passen in deze weirdo-alternatieve geschiedenis gezet rond de meanderende Rijn. Uiterst Germaans, vol boeiende invalshoeken. Het grijpt je vast en ondanks het hoogpolige taalgebruik blijft het altijd (uitdagend, maar) zeer leesbaar. Alles klopt eraan!

- Wetenschap gebalanceerd met mythologie, met een verhaal over een nimf dat je niet loslaat. De dreiging blijft voelbaar tot het einde.

- Loreley biedt een fijne mix van mythologie en suspense, waarbij Kuipers een sterke sfeer van onheil creëert, meteen al vanaf de openingsquote (Ernest Becker).

Bron: https://edge-zero.com/uitslagen-en-tussenstanden-2024/

Oorspr. ill. bij 'Loreley' (auteur)



zondag 5 januari 2025

De mythische fantast

Paul van Leeuwenkamps oratie bij de uitreiking,  tijdens de Fantasticon-V,  van de Bemoste Beeld-prijs 2024 aan Jan J.B. Kuipers


Verschenen in: Fantastische Vertellingen 45 (2024) 72, 80-87.

Beste mensen! De Bemoste Beeld-prijs!
Deze Prijs wordt nu al een aantal jaren uitgereikt en ook dit jaar is er iemand bekroond. U wilt natuurlijk allemaal weten wie dat is, maar vóór ik dat ga verklappen, ga ik eerst wat over de Prijs vertellen.

De website van de Stichting Fantastische Vertellingen vertelt ons: “De Bemoste Beeld-prijs werd rond 1990 ingesteld door de Stichting Fantastische Vertellingen. De prijs wordt sedertdien met onregelmatige tussenpozen toegekend aan oorspronkelijk Nederlandstalige auteurs of kunstenaars, die significant bijdroegen aan fantastische literatuur en kunst.

Het niet-Bemoste Beeld
(ontwerp Tais Teng).
Ingesteld door de Stichting Fantastische Vertellingen...? Ja, zo kun je dat beschrijven, maar in werkelijkheid ontstond de Prijs als een soort van baldadige jonge-hondenactie om aandacht te trekken. Twee auteurs die nog geen oeuvre hadden, Paul Harland en Tais Teng, bekroonden zichzelf voor hun oeuvre, gesteund door een uitgever, Remco Meisner, die net begonnen was met het uitgeven van Rare Boekjes. 

De Prijs zou dan ook geheel in vergetelheid zijn geraakt, ware het niet dat Remco in 2010/2011 weer uitgeversneigingen kreeg, ook geïnspireerd door zijn goede vriend Vincent van der Linden. Vincent was ernstig ziek en om deze voor de Nederlandstalige fantastische literatuur belangrijke schrijver en uitgever te eren, haalde Remco de Bemoste Beeld Prijs uit de kast, stofte deze af en reikte hem in augustus 2012 uit aan Vincent, die kort daarna, op 1 september overleed.

Daarna maakte Remco er een jaarlijkse prijs van, die hij op basis van zijn persoonlijke oordeel uitreikte.
In 2013 gaf hij hem, tot mijn grote verrassing, aan mij. Wellicht dacht hij dat ik ook nog maar kort te leven had. Vanaf dat moment mocht ik fungeren als klankbord, zonder de alleenheerschappij van Remco te doen wankelen.

In 2014 werd het Frank Roger, in 2015 Roelof Goudriaan, in 2016 Jaap Boekestein.
In 2017 wilde Remco de Prijs niet uitreiken. Op zich vond ik dat uitstekend, want jaarlijks zo’n Prijs geeft dwang, verplichting. Het gaf mij echter de gelegenheid de Prijs te kapen. Ik vond namelijk dat als iemand de Prijs verdiende, het Remco was. 

Maar ik kon mij de Prijs natuurlijk niet zomaar toe-eigenen; hij was van Remco, van de Stichting, niet van mij. En daarom vroeg ik de eerdere winnaars of ik hun toestemming had en of ze deze versie van de Prijs wilden ondersteunen. En dat wilden ze. Tais, Frank, Roelof, Jaap, ze gingen er volmondig mee akkoord. Tais maakte een prachtige oorkonde en bij de Terdoopbestelling van Ganymedes 17 wisten we Remco eindelijk tot een verlegen stilzwijgen te verrassen.

Daarna volgden Bauke Muntz in 2018, in 2019 was het Jeroen Kuypers, aka Max Moragie, Roel Thijsen, Graham Marquand en Peter Marx, Mike Jansen in 2021, Ingrid Heit in 2022 en Jos Lexmond in 2023.

KKA voor Gert & Jan Kuipers
(ontwerp Karel Thole).
In deze periode ontwikkelde de Bemoste Beeld Prijs zich tot een Prijs met meer fundament, want Remco veranderde zijn rol van absolute alleenheerser tot voorzitter van een comité dat wordt gevormd door de eerdere winnaars, die kandidaten voordragen en mogen stemmen wie de nieuwe winnaar wordt.

Wanneer je de namen van de gelauwerden overziet, is duidelijk dat de Prijs is wat hij vanaf de eerste échte toekenning aan Vincent van der Linden in 2013 is geworden: een Lifetime Achievement Award,  een erkenning, een bekroning van wat iemand gedurende zijn leven heeft bijgedragen aan iets, in ons geval de fantastische literatuur en kunst. Het mooie van zo’n Lifetime Achievement Award is dat je hem al kunt krijgen wanneer je leven nog lang niet voorbij is, zodat de gelauwerde er ook zelf van kan genieten.

De Bemoste Beeld Prijs is bij mijn weten de enige Lifetime Achievement Award voor de fantastische genres in het Nederlandse taalgebied. In 2018 werd een soortgelijke prijs uitgereikt, die de 'persoonlijkheidsprijs Annemarie van Ewyck' werd genoemd en die werd uitgereikt aan Kees van Toorn. Maar bij die ene keer is het gebleven. Ik waardeer de hulde aan Annemarie en Kees, twee mensen die waardering vanuit het genre ruim verdienen, maar voor mij illustreert die persoonlijkheidsprijs toch vooral het gebrek aan saamhorigheid en samenwerking in de fantastische genres; in plaats van de schouders te zetten onder iets wat al bestaat, de Bemoste Beeld Prijs bijvoorbeeld, zetten we er iets naast, dat dan weer een snelle dood sterft. En zo modderen we voort. Maar dus niet bij de Bemoste Beeld Prijs, die juist is gegroeid, meer inhoud, meer fundament heeft gekregen.

Ik geloof dat het Johan Klein Haneveld was die vorig jaar de Bemoste Beeld Prijs een Prijs voor enthousiasme noemde. En ook dat vind ik een mooie en terechte aanduiding van de Prijs, waarbij ik dan wel moet aangeven dat voor mij enthousiasme niet alleen gekenmerkt wordt door levendig en uitgelaten gedrag. Iedereen is anders en toont enthousiasme op zijn eigen wijze. Wanneer je decennialang bijdraagt aan het fantastische genre, het ondersteunt en uitdraagt, dan vind ik dat een vorm van enthousiasme.

Oké,  geachte toehoorders, ik zie het ongeduld in uw ogen. En daarom zal ik de volgende vijf pagina’s van deze redevoering achterwegen laten en overgaan naar de bekendmaking van winnaar van dit jaar.

De Bemoste Beeld Prijs 2024 is toegekend aan:
(tromgeroffel, paukeslagen)
Jan J.B. Kuipers
(applaus, gejoel, mensen springen op de tafels)

Ik zie nu bij velen paniek in de ogen. Ik zie u denken: zo’n uitreiking moet natuurlijk onderbouwd worden, er moet worden ingegaan op het oeuvre van de gelauwerde, en wanner het Jan J.B. Kuipers betreft, dan ben je daar al gauw een paar uur mee bezig. Daar gaat mijn lunch!

Tekst vervolgt onder afbeelding.

V.l.n.r. Jan Kuipers, Paul van Leeuwenkamp, Tais Teng
(foto Heleen Dekker).

Laat ik u geruststellen, dat ga ik niet doen. In 2023 verscheen op Fantasize in 3 delen het zeer uitgebreide interview van Isabelle Plomteux met Jan, waarin alle aspecten van zijn schrijverschap aan bod komen. Wat kan ik daar nog aan toevoegen?

Daarom zal ik mij beperken tot enkele grote lijnen.
Jan betrad het fantastische strijdtoneel samen met zijn broer Gert, met wie hij in 1983 ook de King Kong Award won. Gert ging andere dingen doen, maar Jan is sindsdien niet meer van het toneel verdwenen. Altijd in de top 10, meerdere keren de winnaar. En ook nu, meer dan veertig jaren later, is hij nog altijd overal aanwezig; in de Edge Zero-bloemlezingen met beste Nederlandstalige fantastische verhalen, in de laatste HSF, in Wonderwaan, in Ganymedes. Want daar ligt wel het accent, bij de verhalen, al verschenen ook romans zoals Kleine Leviathan (2009), Het spel om de Regendanser (2007) en Tigonius (2020), waarvan de laatste twee weer met zijn broer Gert.

Laat ik het eerst even over Gert hebben, die op 4 maart 2022 overleed, want deze Prijs is ook een beetje voor hem. Het was Gert die Jan aan de sciencefiction bracht, en die ideeën en teksten aandroeg voor een aantal verhalen. Maar Gert was wat ongedurig en het was volgens mij altijd Jan die de laatste hand aan een werk legde, die het resultaat maakte tot fictie van hoge kwaliteit.

Terug naar Jan, die nu al meer dan 40 jaar met kwalitatief hoogstaande fictie in de Nederlandstalige fantastische literatuur aanwezig is. Dat is op zich al een uiting van enthousiasme voor het genre.

Ontwerp Tais Teng.
Het genre?
Welk genre schrijft Jan eigenlijk?
De flaptekst van Jans Kleine Leviathan uit 2009 noemt zijn werk 'meta-realisme', een 'stroming binnen de historische literaire fictie', vertegenwoordigd door schrijvers als Borges, Márquez, Lafferty, en in het Nederlandse taalgebied Louis Ferron en Willem Brakman.
Zelf blijf ik wat dichter bij ons fantastische huis. Voor mij heeft Jan de sciencefiction van Lafferty samengevoegd met de fantasy van Mervyn Peake tot een soort fictie dat ik voor mezelf wel eens aanduidt als ‘mythische fantasy’.

Alleen zijn verhalen op zich geven al genoeg reden om hem met de Prijs te bekronen, maar er is meer. 
Op de eerste plaats dat hij in literair opzicht nog een heleboel andere dingen doet, heeft gedaan. Hij publiceerde heel veel non-fictie; vooral historische en archeologische werken, veel over Zeeland. Maar ook jeugdliteratuur, thrillers, poëzie. Jan was in 2005 en 2006 stadsdichter van Middelburg, werd in 2005 bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs, schreef tweemaal het Zeeuwse Boekenweekgeschenk, deed de stadswandelingen ‘Mysterieus Middelburg’, en ook dit jaar doet hij een ‘Sinistere wandeling’ door die stad, aanstaande donderdag vooralsnog de laatste. Al deze activiteiten geven in mijn ogen de mythische fantasy van Jan een extra accent, omdat ze laten zien dat het niet zomaar een kunstje is van een eenzijdige auteur. Ik noem dat de ‘impliciete propaganda voor de fantastische genres’, omdat lezers van zijn andere werk of toehoorders bij zijn rondleidingen en voordrachten zullen denken, hé die Kuipers doet dus ook nog iets aan sciencefiction of fantasy, dan zal ook dat wel de moeite waard zijn.

Kleine Leviathan, omslagontwerp 
Gert P. Kuipers.
En behalve die impliciete propaganda maakt Jan ook nog een heleboel expliciete propaganda, met name in zijn rol als redacteur van Ballustrada, een van de mooiste literaire tijdschriften in het Nederlandse taalgebied. In dit tijdschrift verschenen en verschijnen niet alleen artikelen over sciencefiction en fantasy, en over de beoefenaars van deze genres, maar ook verhalen van auteurs als Frank Roger, Reinder Veelinx, Guido Eekhaut, Jan Roosen.

Wel, ik denk dat er genoeg geluld is en dat er geproost en geklonken moet gaan worden. Ik wil Jos dan ook vragen de trofee over te dragen aan zijn opvolger, en Thijs om de prachtige, door hem gemaakte oorkonde uit te reiken.

Jos?
Thijs?

Gedachten bij de uitreiking van de Bemoste Beeld Prijs 2024

Toen ik mijn redevoering voor de Bemoste Beeld Prijs 2024 aan het schrijven was, kwam ik op een punt waarop ik mij afvroeg wat voor soort fictie Jan schrijft, en of die soort fictie eigenlijk wel in aanmerking kwam om met deze Prijs te bekronen. Een vraag die moeilijker te beantwoorden bleek dan je zou verwachten en die ik daarom bij het uitspreken van mijn rede maar buiten beschouwing heb gelaten, maar die ik hier toch aan het grote publiek wil prijsgeven.

De site van de Stichting Fantastische Vertellingen vertelt ons dat de Prijs is bedoeld voor hen die significant bijdroegen aan fantastische literatuur en kunst.

Ik laat de kunst buiten beschouwing, omdat ik daar nog minder van af weet dan van fantastische literatuur. Maar ook wanneer je er niet zoveel van af weet, kun je de aanduiding 'fantastische literatuur' een invulling geven. Je pakt het woordenboek er bij en begint dan gewoon vooraan met het begrip 'fantastisch'.

Omslagontwerp Gert P. Kuipers.
Fantastisch betekent op de eerste plaats iets in de richting van ‘geweldig, uitstekend, buitengewoon goed’. Dan zou de Bemoste Beeld Prijs bedoeld zijn voor literatuur als de historische romans van Arthur Japin, of De avonden van Gerard Reve, De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans, De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon; literatuur die van een hoge kwaliteit is. Maar dat lijkt mij niet wat de Stichting voor ogen heeft. Het lijkt mij dat de Stichting het begrip 'fantastisch' in de tweede betekenis hanteert, die van ‘verzonnen, denkbeeldig, fictief’. De Bemoste Beeld Prijs is dus niet bedoeld voor literatuur van een bepaalde hoogstaande kwaliteit, maar voor een bepaalde soort van literatuur.

Deze invulling sluit aan bij het werk van Jan J.B. Kuipers, waarvan we op basis van de flaptekst van Kleine Leviathan zagen dat het behoort tot het ‘meta-realisme’, een 'stroming binnen de historische literaire fictie', vertegenwoordigd door schrijvers als Borges, Márquez, Lafferty, en in het Nederlandse taalgebied Louis Ferron en Willem Brakman.
Een soort van literatuur die mij lijkt te vallen binnen de soort literatuur die de Stichting wil bekronen. Ofwel: de bekroning van Jan J.B. Kuipers is volkomen terecht.

En toch is het niet zo eenvoudig!
Iemand die zeer deskundig is – die er academisch in afstudeerde en die ook uitgever, schrijver en leraar werd, ofwel: Jürgen Snoeren – verzekerde me onlangs dat literatuur iets heel anders is dan sciencefiction of fantasy. Dat zouden appels en peren zijn, die je wetenschappelijk gezien niet mag vergelijken. Dat dwong me tot de vraag: wat bekronen we nu eigenlijk met de Bemoste Beeld Prijs, de appels of de peren?

Bannenfluister, hemelglas
(Babel SF,  1995).
Volgens het statement van de Stichting zouden het de appels zijn, de literatuur. Want hoe je ook kronkelt, het begrip fantastische literatuur moet je toch beschouwen als een subset van het begrip literatuur. Of als ik het op grond van de informatie die Jürgen mij stuurde (dank!) wetenschappelijker probeer te benaderen en literatuur niet als een begrip benader maar als een veld ('Voorbij het veld: beperkingen en mogelijkheden van de veldtheorie voor de Nederlandse letterkunde', Gaston Franssen, Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 138.2, 2022) en fantastische literatuur als een subveld van literatuur beschouw, zoals Franssen de poëzie als een subveld behandelde, blijft het nog altijd literatuur; de Golden Delicious onder de appels.

Maar!
Wanneer ik de lijst van winnaars doorneem, kom ik tot de conclusie dat de Bemoste Beeld Prijs geen bijdrage aan de literatuur bekroont, maar een bijdrage aan de sciencefiction, fantasy of horror. Het werk van winnaars als Tais Teng, Jaap Boekestein of Jos Lexmond maakt dat toch wel duidelijk.

Ik werd er dus mee geconfronteerd dat de site van de Stichting aangeeft de appels te willen bekronen, maar dat de Prijs feitelijk aan de peren, de sciencefiction en fantasy, wordt uitgereikt. En dat plaatste mij voor een dilemma. 

Moest ik tot ieders verrassing gaan mededelen dat Jan de prijs toch niet kreeg, omdat zijn werk literatuur is? Of moest ik vele voorheen bekroonde auteurs manen hun prijs in te leveren, omdat hun werk geen literatuur is en ze de Prijs ten onrechte hebben gekregen?

Wel, ik heb besloten mij van de domme te houden en in mijn toespraak niet in te gaan op deze problematiek. Voor alle zekerheid heb ik het werk van Jan zowel ‘meta-realisme’ (= literatuur) als ‘mythische fantasy’ (= fantasy) genoemd, maar ik realiseer mij dat ik daarmee de geleerden niet zal kunnen misleiden.

***
Misschien ook leuk:

De vlucht naar boven

Tegenculturen in Nederland in de jaren zestig en zeventig

'De mens is niet om te lijden in de wieg gelegd,' schreef Simon Vinkenoog in 1967. Het tekent de mentaliteit van de toenmalige tegencultuur, een verbijsterend palet van activisme, bewustzijnsverruiming en spiritualiteit. Onmiddellijke ontsnapping aan de knellende banden van de maatschappij was het doel: een vlucht naar boven op de vleugels van idealen of drugs, of allebei. Jan J.B. Kuipers schetst de diverse bewegingen en figuren die de jaren zestig en zeventig tekenden, en vraagt zich af in hoeverre er sprake was van iets nieuws en waar al die zogenaamde vernieuwing in uitmondde.

"Wat een tijden! Waarnaar je gaat terugverlangen door Kuipers' boek." | 
Mario Molegraaf in Zeeland

zaterdag 2 november 2024

De mist van KREST

Als je met Paul van Leeuwenkamp in een Utrechts etablissement zit, moet het gesprek wel uitkomen op halfvergeten schrijvers en obscure tijdschriften. Daar kende ik er ook nog wel eentje van: KREST (met hoofdletters). De vraagtekens hoopten zich zodanig op, dat het gesprek werd voortgezet per mail. Paul dook in de oceaan van Fandata en vond de nummers 1, 3 en 4, alle uit 1981. Het blad was geregistreerd in Fandata wegens verhalen van verder ‘niet voorkomende auteurs’, aldus Paul. 

* Oorspronkelijk gepubliceerd in: 

Fantastische Vertellingen 45(2024)70, 82-85. *

Volgens de bibliografieën was ik niet in het blad vertegenwoordigd. O jee, foutje, nalatigheidje! Mijn broer Gert en ik zijn wel degelijk vertegenwoordigd in KREST, en wel met het verhaal ‘’t Laatste uur op vrijdagmiddag’ in nr. 3, pag. 20-21: één pagina tekst aan de linkerzijde van de spread en, geheel tegen de Ongeschreven Regels in die toen nog golden, rechts een paginavullende illustratie van een onbekende, behoorlijk bekwame tekenaar.


KREST is een relatief enigma. Ik moet ergens over het blad hebben gelezen, anders had ik uiteraard geen verhaal ingestuurd. Maar waar? Holland SF? Of Fantastische Vertellingen, één van de adverteerders, met een wervingspagina voor de bundel Satanische Vertellingen

Ik ben bang dat het inzake KREST bij één of misschien anderhalve jaargang is gebleven, er is praktisch geen informatie over deze titel op het web te vinden. 

Het colofon van nr. 3 heldert een en ander op. KREST was gevestigd in Hilversum. Het blad werd gedrukt bij Leeuwenberg in Amsterdam en gedistribueerd door het destijds bekende Drukwerk, actief vanaf 1974 als (vooral) stripuitgeverij en ook adverteerder in KREST.

Het was een mooi tijdschrift in A4-formaat, met zwart-wit binnenwerk. Nr. 3 bevat vooral strips, aangevuld met enkele korte verhalen van maximaal 500-600 woorden door Eddie de Paepe, Wim van Steenveldt en mijn broer en ik. De beeldverhalen zijn van onder anderen Eric Heuvel, Martin Valkhoff en Peter Elzinga. Zo’n twintig medewerkers worden in het colofon van dit nummer vermeld. Peter Elzinga en Eddie (E.J.) de Paepe waren centrale figuren. Elzinga beheerde de advertenties, De Paepe de kas. Als centerfold waren acht uitknipbare ansichtkaarten in stevig karton opgenomen, die je ook los kon bestellen (8 voor fl. 4,--), evenals posters (fl. 3,--).

Ons verhaal in nr. 3 bezit een vage zweem van Kafka’s ‘De gedaanteverwisseling’, maar is ook gebaseerd op onze herinneringen aan een Zeeuws-Vlaamse dorpsschool. Verder is er sprake van een bekend SF-motief: realiteitsverandering, gepaard met de komst van verontrustende aliens. 

De titel verwijst naar de ooit wijdverbreide gewoonte om de laatste lessen op vrijdagmiddag te wijden aan geschiedenis. Maar in plaats van de Slag bij Nieuwpoort (1600) wordt nu plots herdacht dat ‘de tweede draad versmolt, zodat de macht der lijnen een feit kon worden’. In 1789, het jaar van de Franse Revolutie, keert in de nieuwe realiteit de herder Twynim terug, om ons te bevrijden van de boze nimf Kettris. Onloochenbare feiten, beseft de aanvankelijk in verwarring gebrachte onderwijzer, terwijl buiten een enorm hemelschip landt en een wijk verplettert. Waarom is het hier trouwens zo ondraaglijk licht? ‘Maar toen begon de vertrouwde gelige mist op te walmen en alle vormen en kleuren vervaagden snel in de zo eigen, barmhartige schemering.’ En zo is het ook gesteld met KREST: een blad, omhuld door de nevels van het verleden waarin het snel verdween.



***
Misschien ook leuk:

De vlucht naar boven

Tegenculturen in Nederland in de jaren zestig en zeventig

'De mens is niet om te lijden in de wieg gelegd,' schreef Simon Vinkenoog in 1967. Het tekent de mentaliteit van de toenmalige tegencultuur, een verbijsterend palet van activisme, bewustzijnsverruiming en spiritualiteit. Onmiddellijke ontsnapping aan de knellende banden van de maatschappij was het doel: een vlucht naar boven op de vleugels van idealen of drugs, of allebei. Jan J.B. Kuipers schetst de diverse bewegingen en figuren die de jaren zestig en zeventig tekenden, en vraagt zich af in hoeverre er sprake was van iets nieuws en waar al die zogenaamde vernieuwing in uitmondde.

"Wat een tijden! Waarnaar je gaat terugverlangen door Kuipers' boek." | 
Mario Molegraaf in Zeeland

maandag 9 september 2024

Bemoste Beeld Prijs 2024

Zaterdag 7 september: op de jaarlijkse Fantasticon in Nieuw-Vennep de Bemoste Beeld Prijs in ontvangst mogen nemen uit handen van Paul van Leeuwenkamp, met het bijbehorende beeldje (wisseltrofee) en fraaie oorkonde, beide van Tais Teng.



De Bemoste Beeld Prijs is een van de leukste awards uit het Nederlandse genrewereldje (SF, Fantasy, Horror), want zowel Obscuur als Fameus, en niet al te zwaarwichtig. Blij mee. 

Waarom eigenlijk gekregen? Vanwege meer dan 40 jaar (om precies te zijn 46) activiteit als schrijver (die tegenwoordig ook weer een aantal van zijn eigen verhalen illustreert) in het genre.

In zijn speech noemde Paul ook nog mijn in 2022 overleden broer en coauteur Gert P. Kuipers, wiens verjaardag het zou zijn geweest. Onze laatste coproductie was TIGONIUS, een werkje dat buitensporig lang lag te rijpen voordat het door Remco Meisner van Fantastische Vertellingen werd uitgegeven in zijn Rare Boekjes Reeks.

Recente fantastische verhalen van mijn hand (2024): ‘Het truffelveld’ in HSF  nr. 286; ‘Operatie schildpad’ in Wonderwaan 54; ‘Het kasteel van de lange schaduw’ in  Ganymedes-24, waarin ook mijn gedicht ‘Paleisrevoluties’ is opgenomen. Binnenkort verschijnt ‘Loreley’ in de negende editie van het EdgeZero-jaarboek, terwijl er een e-boekversie uitkwam van enkele Skannal-verhalen als Smashwords Edition: Skannal de Trouweloze.


(Tekst vervolgt onder afbeelding)

V.l.n.r. Jan Kuipers, Paul van Leeuwenkamp, Tais Teng. 
(Foto's H.M.D. Dekker.)

Bespreking van 'Het kasteel van de lange schaduw' in Ganymedes-24 door Jos Lexmond op ncsf.nl:
"Prachtig verhaal! Verteld met een beheersing van de taal, die weergaloos is. Al lezende werd je de schimmenwereld van de vertelling ingetrokken, waarmee je deel werd van het vertelde. Bij het langzaam uitdoven van het verhaal, waarbij een hint van een volgende keer met succes zindert, zijn geen van de beoogde doelen bereikt en blijf je jammerend achter. Iets wat Jan J.B. Kuipers wel is toevertrouwd!"

***

Misschien ook leuk:

HOUTEN TROUW

  • Nederlands 
  • Paperback 
  • 9789078720584 
  • 10 juli 2018 
  • 244 pagina's
    • € 21,95 incl. verzendkosten

‘De aarde is de enige vreemde planeet’, aldus een themanummer van Wonderwaan dat Jan J.B. ­Kuipers ooit samenstelde. Het geldt ook voor Houten trouw. Alle verhalen zijn gebonden aan onze eigen vertrouwde, onberekenbare planeet: licht surreële vertellingen, van bijdragen aan de Karelepiek en Beowulfcyclus tot het roemruchte popfestival van Kralingen in 1970. Wat is de charge van de herten? Wat had ouwe Emmergi te maken met de brand van het pakhuis? Hoe bereik je het meer van Kitesj? Waar bleef het hoofd van koningin Cynethryth? Klemmende vragen, die doorgaans naar nieuwe, ­labyrintische verschieten voeren. Gelukkig wijzen talloze nieuwe personages de weg in deze collectie, maar ook vertrouwde karakters zoals de onverwoestbare doctor Buguraz. En op de achtergrond brengt het Biosofisch Instituut onvermoeibaar de werkelijkheid in kaart.


Kuipers is vergeleken met uiteenlopende schrijvers als Jorge Luis Borges en R.A. Lafferty. Met Borges heeft hij de verlicht ­filosofische inslag gemeen, met Lafferty de verhalen waarin schaduwen groter zijn dan hun personages. Licht en schaduw – het doek gaat op!


‘De kern van zijn schrijverschap: de kracht van het woord.’
- Paul van Leeuwenkamp

‘Waar Kuipers ook het licht van zijn toverlantaarn laat schijnen, de Schaduwen doemen vanzelf op.’
- Marcel Orie

Bevat de verhalen:
Afspraak voor de muren
Gestalte op de heuvel
Sebastiaans oorlog
Kitesj
De voorspelling
Omtrent Hygelac
Zeepaardje
Verse herinneringen aan prins Joeri
Houten trouw
Hudson
Offa’s bruid
De brug
De ijzeren arm
Paars waas
Het stoomschip


vrijdag 29 januari 2021

Eindtijd met vluchtende insecten en een verdoolde filosoof

In 1912 publiceerde William Hope Hodgson The Night Land, een epische roman over het einde der tijden, waarmee hij schrijvers als H.P. Lovecraft en Clark Ashton Smith inspireerde. Nog steeds beïnvloedt Hodgson schrijvers over de hele wereld, ook in de Lage Landen, waar de nuchtere inslag van het Nederlandse volk contrasteert met zijn soms hoogdravende proza. Dit levert kleine, intieme verhalen op waar de kneuterigheid vanaf straalt maar soms ook megalomane vergezichten waar niet op een miljoen mensenlevens wordt gekeken.


De bundel Eindtijden in de polder (uitgave EdgeZero) bevat, aldus de uitgever, de visies van gerenommeerde Nederlandse sciencefiction-, fantasy- en horrorschrijvers over een toekomstige eindtijd in de Nederlandse polders. De opgenomen verhalen zijn van Tais Teng, Roderick Leeuwenhart, Jaap Boekestein, Mike Jansen, Dick van der Bij, Anaïd Haen, Django Mathijsen, Joy Ruijmgaart, Jack Schlimazlnik, Frank Roger, Jan J.B. Kuipers en Johan Klein Haneveld.

Mijn verhaal in Eindtijden is getiteld 'Dochter van de Aardstroom'. Wat doet een negentiende-eeuwse filosoof  genaamd Arthur in deze apocalyptische, licht Hodgson-gekleurde omgeving waarin we typisch Nederlandse contouren ontwaren? Hoe kwam hij hier terecht en wat moeten we denken van zijn einde in een drooggelegde binnenzee met de 'tafelbergen van voormalige eilanden?' Zelfs de nornen lijken in het duister te tasten.

Jan J.B. Kuipers schrijft meestal op de geschiedenis gebaseerde verhalen en vanwege de cynische toon behoren die meestal niet tot mijn favorieten, ook al zijn ze zonder meer goed geschreven. Maar hij is een bredere schrijver dan dat en zijn toon blijkt heel goed te passen bij het eindtijdthema van Hodgson. Hier reïncarneren mensen in een stervende wereld, waar zelfs de insecten ons verlaten. Zoals het Nederlanders betaamt zijn er altijd mensen die er een slaatje uit proberen te slaan. Mooi verhaal.

Johan Klein Haneveld op goodreads


(€ 2,46)

($14.50)

zondag 19 augustus 2018

HOUTEN TROUW, verhalenbundel Jan J.B. Kuipers

Augustus 2018 verscheen Houten Trouw, een nieuwe bundel 'licht surreële' verhalen van Jan J.B. Kuipers. In deze uitgave van Verschijnsel (Mechelen) zijn alle vertellingen gebonden aan onze eigen vertrouwde en onberekenbare planeet Aarde. Immers: ‘De aarde is de enige vreemde planeet’, aldus een themanummer van Wonderwaan dat Jan Kuipers ooit samenstelde. 


Omslagontwerp: Roelof Goudriaan
De 15 verhalen in de bundel omvatten een breed spectrum: van bijdragen aan de Karelepiek (verhalen rond Karel de Grote) en de Beowulfcyclus, tot het roemruchte popfestival van Kralingen in 1970.

Wat is de charge van de herten? Wat had ouwe Emmergi te maken met de brand van het pakhuis? Hoe bereik je het meer van Kitesj? Waar bleef het hoofd van koningin Cynethryth? Klemmende vragen, die doorgaans naar nieuwe, labyrintische verschieten voeren. Gelukkig wijzen talloze nieuwe personages de weg in deze collectie, maar ook vertrouwde karakters uit het werk van deze auteur, zoals de onverwoestbare doctor Buguraz.
En op de achtergrond brengt het Biosofisch Instituut onvermoeibaar de werkelijkheid in kaart.

Kuipers is vergeleken met uiteenlopende schrijvers als Jorge Luis Borges  en R.A. Lafferty.  Met Borges heeft hij de verlicht filosofische inslag gemeen, met Lafferty de verhalen waarin schaduwen groter zijn dan hun personages. Licht en schaduw – het doek gaat op!


Het eind van Houten Trouw bevat uitgebreide 'Aantekeningen', met in lengte zeer wisselende wetenswaardigheden over de verhalen, achtergronden, personages en imaginaire instellingen als het Biosofisch Instituut.

Jan J.B. Kuipers, Houten Trouw. Mechelen: Verschijnsel, 2018. ISBN 978-90-78720-58-4, € 21,90. Bestel het boek HIER.

Eerder verschenen van Kuipers bij Verschijnsel de uitgaven Bannenfluister, hemelglas, Het Spel om de Regendanser (met Gert P. Kuipers), Kleine Leviathan (historische roman), Hubake's Huis en enkele gratis e-boeken.

De kern van zijn schrijverschap: de kracht van het woord.
Paul van Leeuwenkamp

Waar Kuipers ook het licht van zijn toverlantaarn laat schijnen, de Schaduwen doemen vanzelf op.’

Marcel Orie

'Hoe Bakema uit Terneuzen verdween'

Tot en met 13 september a.s. valt er tussen de Scheldeboulevard en Oostkolk nog te genieten van de Gedichtenpromenade , als deel van de Verb...