maandag 2 maart 2026

We leren niet van het verleden, het verleden leert van ons

De ingecalculeerde, eeuwige mislukking van het historische beeld


Karl Marx, Oswald Spengler en zelfs Arnold J. Toynbee hoeven zich niet meer om te draaien in hun graf: in de cliodynamics van de Russisch-Amerikaanse ‘complexiteitswetenschapper’ Peter Turchin, ooit begonnen als ecoloog, spelen historische cycli weer een grote rol en werpt kennis van het verleden opnieuw licht op de toekomst. 

Turchin publiceerde in 2010 na een oproep in het blad Nature tientallen sociale indicatoren, waarin hij wereldwijde sociale onrust en conflicten voorspelde in de jaren 2020  –  elf jaar voor de bestorming van het Capitool. In de verkiezing van Donald Trump in 2016 zag hij een acceleratie van negatieve trends en een ‘ongekende ineenstorting van sociale normen’ die voorheen het beschaafde discours beheersten.

Geschiedschrijving is weer wetenschap voor Turchin en de zijnen; de nevelen van fenomenologie, Verstehen, narrativisme en dergelijke zijn opgelost in het heldere licht, gegenereerd door de analyse van big data en wiskundige modellen. Opnieuw kunnen demografische ontwikkelingen, economische crises en zelfs de verspreiding van religies worden voorspeld. Individuen oefenen maar beperkte invloed uit, aldus Turchin, menselijke samenlevingen volgen immers universele patronen, vergelijkbaar met die van insectenpopulaties.

De regels hierboven suggereren al dat deze helderheid tenminste gedeeltelijk afhangt van de samenvatting zelf, van formulering. Hoe kun je de handelingen van alle individuen in het verleden überhaupt in een ‘ware’ voorspelling vangen? Daarvoor dien je alle handelingen in kaart te brengen, alsook de bedoelingen erachter en de oneindige rimpelingen die elke handeling veroorzaakt in het al even onbeschrijflijke web van menselijke betrekkingen.

We kennen het heden al niet. Het streven van Leopold von Ranke en zijn navolgers om door wetenschappelijk bronnenonderzoek uit te vinden ‘wie es eigentlich gewesen ist’ wordt niet alleen gestuit door de onvolledigheid van de bronnen en de al of niet bewuste manipulatie van hun inhoud door de historische actoren, maar ook door een altijd beperkte, in Von Ranke’s geval politieke oriëntatie. Von Ranke was immers, net als wij allemaal, een kind van zijn tijd.

We leren niet zozeer van het verleden, maar het verleden leert van ons. We kleuren het in met onze contemporaine waarden. Het cultuurrelativisme uit antropologische hoek was in de twintigste eeuw het antwoord op het superioriteitsdenken van het Westen dat ook sterk in zijn historiografie tot uiting kwam, en deze reactie leidde weer tot het doorslaan van de pendel naar de andere kant, getuige sindsdien opgebloeide subdisciplines als vrouwengeschiedenis en black history of het bredere, niet van absurditeit gespeende verzet tegen ‘culturele toe-eigening’ vanuit de woke-beweging. 

In de populaire cultuur leiden deze trends sinds jaren tot bijvoorbeeld ‘kleurenblinde’ casting in overigens naar historische waarheidsgetrouwheid strevende tv-series als King & Conqueror en Valhalla. In de laatste wordt de vroegmiddeleeuwse Noorse jarl Haakon vertolkt door de gekleurde zangeres en actrice Caroline Henderson. Erg sensibel jegens de huidige tijdgeest misschien, maar historisch niet bepaald correct. Een criticaster op reddit.com meldde niet zonder humor dat dit was als ‘casting a white chick as Shaka (Zulu founder).’

Waarneming is nooit objectieve registratie; waarnemen is altijd herscheppen, verbeelden. Zie de werking van het oog. Ook het nieuwe historische determinisme wekt nostalgisch verlangen naar een theorie als die van Theodor Lessing met zijn Geschichte als Sinngebung des Sinnlosen (1919). De chaos van onze werkelijkheid, vernemen we, krijgt alleen zin door het narratief dat wij zo gewetensvol mogelijk uit de brij van indrukken creëren; objectieve causaliteit, laat staan wetmatigheid in de geschiedenis en geschiedbeoefening is illusie.

Elk historisch vertoog wordt omgeven door wat noodzakelijkerwijs verzwegen is en behelst ook altijd misrepresentatie – het collectieve geheugen is al net zo onbetrouwbaar als het individuele. Deze ingecalculeerde, eeuwige mislukking van het historische beeld verhindert ons niet, maar noopt ons misschien wel om met ons lampje te blijven priemen, zowel in de schemer van het verleden als in de inktzwarte duisternis van de toekomst.

Jan J.B. Kuipers (1953) publiceerde ca. 85 boeken: non-fictie en fictie voor volwassenen en kinderen. Recent: Dwepers en dromers. Tegenculturen in Nederland 1890-1940 (Walburg Pers 2022), De vlucht naar boven. Tegenculturen in Nederland in de jaren zestig en zeventig (id. 2023), High van de Zeeuwse mist (ZB, 2024). Redacteur, medewerker van o.m. Ballustrada, Archeologie Magazine, Historiek. Stadsdichter Middelburg 2005/2006.

***



Lees ook:
Nederland in de Middeleeuwen
De CANON van ons middeleeuws verleden 

Prijs
€ 16,99
ISBN
9789462491946
Uitvoering
eBook ePub (Adobe DRM)
Aantal pagina's
192


zondag 15 februari 2026

Katholiek-apostolisch tot de jongste dag

'De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven.'

Nieuwerkerk, zomer 2008. De buurman van het Katholiek-apostolische kerkje aan de Molenstraat biedt aan om zijn auto weg te zetten. Hij draagt een T-shirt en korte broek. Tegen zijn rondhangende zoontje spreekt hij Duivelands, tegen ons volwassenen Nederlands met een vaag Rotterdams accent. Meestal is dat net andersom tegenwoordig. We kijken naar het negentiende-eeuwse schuurkerkje. ‛Een paar keer per jaar houden ze nog een dienst,’ zegt de buurman. ‛Dan komt er iemand van het hoofdkantoor in Den Haag, en hoor je hierbuiten heel zacht de gezangen. Het klinkt katholiek.’

Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Katholiekapostolisch tot de jongste dag', 
Zeeuws Tijdschrift 65(2015)3/4, 26-27.


Als er voorbereidselen voor een van de schaarse diensten werden getroffen ging hij wel eens binnen kijken. ‛Er is nog een mooi altaartje,’ zegt hij. We mogen zijn poort door om de zij- en achterkant van het hermetisch gesloten kerkje te bekijken. Buurman woont tussen het Katholiek-apostolische godshuisje en de veel grotere kerk van de gereformeerde gemeente. ‘De gereformeerde gemeente is ‛s zondags een stuk luidruchtiger,’ zegt hij lachend. ‛Dit is heilige grond, en dat hebben we hier wel nodig ook.’

Pilaar der apostelen

De apostolischen zijn omstreeks 1830 voortgekomen uit een charismatische opwekkingsbeweging in Schotland en Engeland. De Schotse predikant Edward Irving was een belangrijke persoon binnen deze beweging, maar hij was allang overleden toen de Katholiek-apostolische kerk uit noodzaak werd gesticht (1847), omdat de meeste apostolische kopstukken uit hun eigen kerken, vooral de Anglicaanse, waren gezet. De eigenlijke stichter was de Londense advocaat en kenner van oudchristelijke liturgie John Bate Cardale. Cardale was een geroepene. Toen in 1835 de uitzending van twaalf (!) apostelen plaatsvond, werd hij aangewezen als ‛pilaar der apostelen’. 

Het kerkje aan de Molenstraat
(foto H.M.D. Dekker)
De twaalf stichtten gemeenten in Europa, de Verenigde Staten en Australië. Alle apostolische ambten werden geënt op het nieuwe testament: apostelen, profeten, evangelisten, herders/leraars. Aan het hoofd van een volgroeide gemeente kwam een engel (bisschop), bijgestaan door priesters en diakenen. 

Het altaartje van Nieuwerkerk (bron: reliwiki.nl)

In de leer lag sterke nadruk op de spoedige Wederkomst van Christus, de eenheid van de kerken, de werking van de Heilige Geest en de betekenis van Israël. Ondanks pinksterachtige, extatische taferelen in de beginperiode kreeg het rituaal een hoog-kerkelijk en katholiek karakter, inclusief eucharistie, ‛verzegeling’ (vormsel), allerlei wijdingen, inzegeningen van schepen en woningen, ziekenzalving enzovoort.

'Wij hebben ons vergist'
Tot ieders verbazing stierven apostelen vóór de Wederkomst een feit was, hetgeen voordien onmogelijk werd geacht. ‛Helaas, wij hebben ons vergist,’ verklaarde Cardale over dit gelogenstrafte aspect van de apostolische leer. De laatste apostel, Francis Valentine Woodhouse, stierf in 1901, de laatste Nederlandse onderdiaken in 2010.

In een zijwand van het kerkje in Nieuwerkerk zit een ingekerfde baksteen met het jaartal 1876. Maar de gemeente hier stamt al uit 1873. De Vlaardingse gemeente dateerde wél uit 1876. Mijn eigen oma behoorde ertoe, tot de gemeente bij gebrek aan leden werd opgeheven. Mijn moeder stootte als meisje ooit het portret van een der Britse stichters van de wand, en kreeg meer dan één opvoedkundige tik. Zag oma in de neerstorting van het portret een omen van de opheffing?

Omzwervingen
In Nieuwerkerk hielden ze het langer vol. Stichter van de gemeente was kleermaker Jan van der Have (1819-1909). Na uitgebreide kerkelijke omzwervingen kwam hij via een mosselschipper uit Bruinisse in contact met het gedachtegoed van de apostolische beweging. Jan verbouwde een vervallen pakhuis aan de Molenstraat tot kerk, en bracht het binnen deze eigen creatie achtereenvolgens tot priester en engel.

De Februariramp van 1953 sloeg een grote bres in de Nieuwerkerkse gemeente; zeker twaalf leden kwamen om. In 2003 leefden er nog twee. Het laatste gemeentelid was koster Jan Kik. Hij overleed in 2008, het jaar van ons bezoek aan het kerkje.

De liturgie (ed. 1909)
Het enige wat in mij resteert van de Katholiek-apostolische genen is een levendige belangstelling voor religieuze sekten en fraaie liturgieën. En de enige sporen in mijn huis zijn enkele overgeërfde apostolische kerkboeken. In mijn exemplaar van De Liturgie en andere Eerediensten, editie 1909, staat in het daarvoor bestemde rechthoekje de naam van mijn in 1895 geboren oma, door haarzelf geschreven in pijnlijk net schuinschrift. 

Op pagina 275 meldt de gedachtenis aan een Ontslapene: ‛...bewaar Gij de zielen van allen, die ontslapen zijn’. De leden zijn niet meer, hun gezang is verstorven. Maar in Nieuwerkerk wordt gezegd, zo meldt een apostolische website, dat het Katholiek-apostolische kerkje blijft staan tot de jongste dag.


Naschrift: Het katholiek-apostolische kerkje van Nieuwerkerk is  vóór 2016 definitief gesloten en vervolgens gesloopt.

***

Misschien ook leuk:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben

(hier te bestellen)




woensdag 28 januari 2026

Waar bleef 't Kint van Trente?

 We wisten er vroeger al weinig van, en nu eigenlijk nog minder. Ook dát kan de uitkomst zijn van archeologisch onderzoek. Stichting RAAP ging in december 1996 op zoek naar kasteel ‘t Kint van Trente(n). Volgens de Visscher-Romankaart uit 1656 lag dat een eindje ten noorden van het dorp Kruiningen. Bestudering van oud kaartmateriaal leidde tot drie mogelijke locaties van dit kasteel.


Bron: Jan J.B. Kuipers, ‘Waar bleef ‛t Kint van Trente?’ 
Uit de Zeeuwse klei, Provinciale Zeeuwse Courant 3 juni 2015.

De meest waarschijnlijke was aan de Donkere weg. In de omgeving zouden rond 1980 bij boringen funderingen en gewelven zijn aangetroffen. Maar dat bleek een andere locatie te zijn. En was ’t Kint van Trente eigenlijk wel een kasteel? Volgens de kaart uit 1656 vermoedelijk wel: daarop zie je verschillende gebouwen, en een toren met een wimpel. Ook een andere afbeelding toont een kasteelachtig complex. Maar in middeleeuwse bronnen is er niets over een kasteel met deze naam bij Kruiningen bekend.

Een verband met een klooster was waarschijnlijker, aldus sommige historici en archivarissen. G.F. Sandberg opperde in 1982 dat het hier om een terminariushuis van de franciscanen ging, een soort logieshuis voor deze bedelmonniken. De naam Trente zou een verbastering zijn van ‘Terrnte’, termijnhuis of terminariushuis. En die term kennen we wel uit 15de-eeuwse akten. Waarom daar dan ‘Kint’ aan is toegevoegd weet niemand. Het geheimzinnige huis komt vanaf de latere 18de eeuw niet meer op kaarten voor; de naam bleef wel bestaan voor een deel van de polder Kruiningen. Deze kwam in 1531 tot stand op gebied, dat in 1530 was overstroomd. Wanneer en waardoor ‛t Kint van Trente is verdwenen, is ook onbekend. Nieuwe overstroming?

Tekst vervolgt onder de afbeelding.  


’t Kint van Trente ten noorden van Kruiningen op de Visscher-Romankaart (1656).

Elektromagnetische metingen door de Stichting Raap hadden vrijwel geen resultaat. Geen enkele van de 30 gezette boringen bevatte enig archeologisch materiaal. Ook oppervlaktekartering, het aflopen en minutieus onderzoeken van akkers, leverde geen enkele aanwijzing op. Luchtfoto’s toonden evenmin iets. ’t Kint van Trente was een raadsel en bleef een raadsel.

***

Misschien ook leuk:


Vikingen van Jan J.B. Kuipers belicht een zeer turbulente periode in de Europese en Nederlandse geschiedenis, met een blik die reikt van Byzantium tot Groenland en van de Scandinavische voorgeschiedenis tot de slotakkoorden van de Vikingcultuur in de late middeleeuwen. De Lage Landen en naburig gebied staan centraal, met speciale aandacht voor het in elkaar grijpen van gebeurtenissen aan beide zijden van de Noordzee. De chronologische benadering in het boek wordt gecomplementeerd met thematische hoofdstukken over bijvoorbeeld de botsing van culturen, langschepen, strijdmethoden en Vikingschatten.

We leren niet van het verleden, het verleden leert van ons

De ingecalculeerde, eeuwige mislukking van het historische beeld Karl Marx, Oswald Spengler en zelfs Arnold J. Toynbee hoeven zich niet meer...