woensdag 15 juli 2020

'Gebroken diek' en de toekomst van de delta

Vrijdag 10 juli wandelde ik met kunstenaar Theun Karelse en socioloog Darko Lagunas naar de 'Gebroken Diek' tussen Kattendijke en het Goese Sas. Zij doen namens de Ambassade van de Noordzee met geo-wetenschapper Maarten Kleinhans onderzoek naar de toekomst van de Zeeuwse delta. In hun verkenningen proberen ze de zaak óók te benaderen vanuit het perspectief van niet-mensen (dier, plant, artefact). 


Onze wandeling en ons gesprek ging voornamelijk over de 'verdronken geschiedenis' van vooral het Oosterscheldebekken: verdwenen en weer opduikende gebieden, dorpen, steden, kastelen. Karelse: 'Voor een blik in de toekomst is een een historisch perspectief uiteraard van groot belang.' Het gesprek waaierde als vanzelf uit van Krijn, de 'Zeeuwse' Neanderthaler, tot de mogelijke kolonisatie van Mars.

Over de ambassade: 

Uitwaai(er)en met de zeemeerman


Waarom de Gebroken Diek, op deze beurtelings natte en minder natte namiddag? Van hieruit kun je visueel en 'vertelmatig' uitwaaieren over heel het gebied: Katse Plaat, het 'drijvende' Noord-Beveland van 1530-1598, het verdwenen Ganuenta, Orizand en dito Zuidland; naar het oosten sluimert het Verdronken Land van Zuid-Beveland en het legendarische Reimerswaal. Twee millennia leven mét en strijden tégen het water. Lagunas: 'Maar dat lijkt hier een verloren strijd.' Inderdaad, het water heeft tot dusver steeds terrein gewonnen.

Als ik een dier mocht kiezen, wat zou dat dan zijn? 'Een halfdier: de zeemeerman van Westenschouwen.' Want je kunt de stem van de dieren vooralsnog alleen horen via de mens. Bovendien zijn de oude verhalen als die van de meermin (en meerman) van Westenschouwen weer zeer actueel met hun waarschuwingen tegen menselijke hoogmoed en het in de wind slaan van tekenen en waarschuwingen, in deze tijd van zeespiegelrijzing en klimaatverandering.

(tekst vervolgt onder afbeelding)


Gebroken Diek (H.M.D. Dekker)

Recent verdronken


De Gebroken Diek is zelf ook interessant als een 'recent' verdronken landje. In april 1943 vond hier na een storm een grote dijkval plaats. De zeedijk zakte weg, het water stroomde de Wilhelminapolder binnen. In allerijl werd een nooddijk aangelegd, waarbij ongeveer twaalf hectare is prijsgegeven. De Gebroken Diek behoort tot de oostelijke zeewering van dit verloren gebied. Korte tijd dachten de Duitse bezetters aan sabotage. Maar het was een waterstaatkundig ongeval. Tussen 1800 en 1980 zijn langs de Zeeuwse oevers meer dan 1100 van zulke vallen en afschuivingen waargenomen. De dijk of vooroever raakt dan ‘uit evenwicht’ en verdwijnt in het water.

Bij de Gebroken Diek liggen in groot aantal betonnen dijkversterkingselementen verspreid: herinneringen ook aan het tijdperk van de Muraltmuurtjes, waarvan de illusies omtrent veiligheid letterlijk zijn weggespoeld bij de Februariramp van 1953.

Wat meer hierover in het recent herdrukte 111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben, met 50 nieuwe plekken en tips.



zondag 21 juni 2020

Geestverschijningen van het origineel

In ‘Onsterfelijk op schaal’ (Hollands maandblad 1995-4) schreef ik over de miniatuur en het ‘literaire droste-effect’, onder meer naar aanleiding van Mishima’s roman Het Gouden Paviljoen (1956). Het hoofdpersonage, de stotterende brandstichter Mizogushi, ziet een miniatuur van de beroemde Zentempel Het Gouden Paviljoen in Kyoto, die hem onmiddellijk en veel sterker dan het origineel aantrekt en fascineert. 


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'De erfenis van Droste.' 
In: id., De juiste verkeerde verbanden (4). Ballustrada 21(2007)1/2, 41-44.

‘Het in het grote Gouden Paviljoen neergezette, precies nagemaakte kleine Gouden Paviljoen deed mij, zoals bij een kleiner heelal dat in een groter besloten is, denken aan een eindeloos voort te zetten reeks van gelijkvormige beelden. Voor het eerst kon ik dromen. Van een volmaakt Gouden Paviljoen, maar veel en veel kleiner dan dit model; van een oneindig veel groter Gouden Paviljoen dan het werkelijke, zó groot, dat het bijna de hele wereld leek te omvatten.’

Juni 2006 trof ik ditzelfde effect aan in Manuel van Loggems aardige roman Mozes in Egypte (1960). Mozes is gevlucht uit Egypte wegens de moord op een slavenopzichter bij de Hebreeërs, en leeft nu als herder bij een verwante stam. Hij ‘wacht’ nog op zijn bestemming als redder van de Joden en zit op een avond aan een kleine plas, ergens bij een bron in de woestijn. Op het oppervlak van de plas ziet hij zijn gezicht weerspiegeld: ‘De ziel van de werkelijkheid dreef op de plas.’ Mozes buigt zich voorover en verbaast zich over deze weergave, ‘een soort diefstal van zijn wezen, zonder dat hij er armer van werd’. Hij ziet ook heel duidelijk ‘zijn pupillen en hierin weer zichzelf met de zekerheid, dat dit kleinere beeld dezelfde pupillen bezat met een nog kleiner beeld, weer met ogen die met zichzelf gevuld waren, steeds kleiner, tot de grenzen der oneindigheid’. Het is één van de sensaties, waarvan uiteraard de brandende braambos de belangrijkste is, die Mozes van zijn bestemming overtuigen en vervullen.


'Drosteïsering'


Twee romans met een religieus thema, tweemaal de rol van de oneindige herhaling, de voortzetting op andere, onbereikbare schaal. De ‘kracht van de reductie,’ meende ik in ’95, ‘heeft de neiging groter te worden naarmate de miniatuur kleiner wordt, tot de grens van de zichtbaarheid is bereikt. Het punt omega van die dubbele, paradoxale verwijdering doet microkosmos en macrokosmos in elkaar opgaan, maar drijft ze tegelijkertijd voorgoed uit elkaar.’

(tekst vervolgt onder afbeelding)

Vignet van de rubriek 'De juiste verkeerde verbanden' in Ballustrada.

Een belangrijk bestanddeel van de mythologische kracht van de ‘drosteïsering’ van de waarneembare werkelijkheid is kennelijk het evident illusoire karakter daarvan. We zien dat we doorgaan tot in alle eeuwigheid, dat we de oneindigheid overwinnen en bezitten door onze voortgezette of voortgeplante aanwezigheid tot in regionen die we niet meer vanuit het ‘moederlichaam’ kunnen peilen – en hierdoor weten we tegelijkertijd dat we bij ons eigenlijke ‘zelf’ zijn achtergebleven, dat de bevrijding en de overwinning van de beperking van ruimte en tijd een feit is waar je niets aan hebt

De ouden hadden dit al volledig door. Godsdiensthistoricus W.B. Kristensen: ‘Het beeld is de geestverschijning van het origineel, een geestelijk wezen, dat niet in onze wereld thuishoort. Hij die zijn eigen beeltenis in de spiegel aanschouwt, ziet zichzelf als een geest, los van de lichamelijke gebondenheid, dus als een gestorvene. Zo hebben de verschillende volken over de gehele wereld het opgevat; dat verklaart de wijd verspreide angst voor een spiegelbeeld: dat betekent of brengt de dood.’

Schipbreukelingen van onze eigen Verenigde Oostindische Compagnie – vermoedelijk de eerste westerse kolonisten van Australië - hebben aan den lijve ondervonden wat het is om een verwrongen spiegelbeeld te zijn: veilig aan wal gekrabbeld aan de westkust van dit onbekende continent werden ze door de Aboriginals als geesten van onlangs gestorvenen beschouwd en aan de verkommering overgelaten of zelfs ‘opnieuw’ gedood. De ‘tweede dood’: de definitieve.


Boerenbedrog


Het universele bodembesef waaruit de mythe – het Verhaal - zich, als uit het moeras, aan zijn eigen haar omhoog trekt is het begrip dat alles één is, dat de wand tussen ik en niet-ik een spiegel is, boerenbedrog. Maar het is nu eenmaal het enige bedrog dat we hebben, en waaraan we de kostbare schijn van onze aanwezigheid en identiteit te danken hebben. We moeten blijven liegen en vooral blijven zeggen dat we liegen: de leugen met open vizier.
 


zondag 14 juni 2020

Beeldenstorm is van alle tijden

De huidige bescheiden Beeldenstorm, die in het kader van Black Lives Matter over de Verenigde Staten en Europa zwiept, heeft vele precedenten in het verleden. Doorgaans gaat het om de woede van een deel van de populatie, die min of meer wordt georkestreerd door een sturende elite. Zo'n vierhonderd jaar geleden was dat in de Nederlanden niet anders. Hieronder een recensie van mijn boek De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden, 1566 door Mark Beumers, waarin een handige samenvatting is vervat.

Bron: Kleio-Historia nr. 3. (2016) 45-46; de kopjes zijn toegevoegd.


In dit schitterend vormgegeven boek wordt de Beeldenstorm in een goed volgend verhaal verteld, ondersteund met afbeeldingen van hoge kwaliteit en en duidelijke kaarten, die elke historicus graag in zijn bezit zou willen hebben.

Het boek bestaat uit tien hoofdstukken met aan het einde een beknopte literatuuropgave. In het eerste hoofdstuk wordt de lezer ingeleid op de Beeldenstorm, waarbij er ook aandacht is voor de eerdere vernielingen in 1524 en 1534-1535.

Ketters en hervormers


Beeldenstorm in Antwerpen
In het tweede hoofdstuk worden ketters en hervormers in de late Middeleeuwen besproken, waarin onder andere de Waldenzen en de Wederdopers centraal staan, die vaak onbekend zijn voor het grote publiek. Speciale aandacht is er voor Johannes Hus en Wessel Gansfort, waarover men normaal gesproken niet veel leest. In hoofdstuk 3 wordt verhaald over Karel V die als heer der Nederlanden zijn centralisatiepolitiek doorvoert ten koste van verschillende privileges op politiek, economisch en religieus gebied. 

In 1555 neemt zijn zoon Filips II het stokje over en continueert zijn vaders centralisatie. Echter verlaat Filips II de Nederlanden in 1559, waarna er vervolgens een reeks van landvoogden neerstrijkt in onze contreien. Gent en Antwerpen komen worden behandeld in verband met hun rijke handelsgeest, voornamelijk de textielindustrie. Antwerpen staat in 1585 natuurlijk in de belangstelling, wanneer deze stad in handen van de Spanjaarden valt.

In het het vierde hoofdstuk wordt de Reformatie besproken die zich vanaf 1517 manifesteert, wanneer Maarten Luther naar alle waarschijnlijkheid 95 stellingen op de kerkdeur te Wittem spijkert. Hiermee zet hij de Hervorming in, die vervolgens wordt opgepikt en uitgebreid door Johannes Calvijn, Zwingli en Erasmus van Rotterdam. Het was Johannes Calvijn die aangaf dat de overheid nooit boven Gods bestuur stond, waardoor een slechte koning kon worden afgezet, als deze zijn plichten jegens het volk schond. 

Plakkaten, vervolgingen


In hoofdstuk 5 komen de Wederdopers weer terug als eerste beeldenstormers, die als radicaalste hervormingsstroming bekend staan. Hoofdstuk 6 gaat door met de verschillende plakkaten en kettervervolgingen, die veelal op de brandstapel terecht kwamen. Al voor het Bloedplakkaat van Karel V in 1550, werden er plakkaten uitgevaardigd om de ketters te bestrijden Vanaf 1523 werden al circa 300 mensen terechtgesteld. Hierbij is aandacht voor regionaal verzet, zoals in Groningen. Het hoofdstuk wordt afgesloten met het Concilie van Trente in 1563, waarvoor er dertig jaar is gesproken om een antwoord op de Reformatie te geven met de Contrareformatie.

Hoofdstuk 7 handelt over het Smeekschrift der Edelen, die in 1566 naar Margaretha van Parma trokken om te vragen om een verzachting van de ketterij. Margaretha was zo onder de indruk dat zij dit toestond, tot grote ergernis van Filips II, die in 1567 Alva naar de Nederlanden zond om de strenge inquisitie nieuw leven in te blazen. Hij bleef tot 1573. Margaretha was het niet eens met deze strenge vervolging en liet dit ook duidelijk aan haar halfbroer merken. Daarnaast is er aandacht voor de sociaal-economische voedingsbodem voor de Beeldenstorm, met betrekking tot voedselschaarste. Het andere deel van het hoofdstuk handelt over de protestantse hagepreken als gevolg van het Smeekschrift. Op deze wijze werd het volk opgehitst tot opstand en de ideeën verspreidden zich zeer snel door deze oral tradition.

De eigenlijke Beeldenstorm


In hoofdstuk 8 wordt de eigenlijke Beeldenstorm beschreven in geheel Nederland, ondersteund met chronologische kaders met alle bijbehorende plaatsen. Dit biedt de lezer een gedetailleerd overzicht over hoe de Beeldenstorm zich door de Nederlanden heeft verspreid, en waar deze niet tot stand kwam door plaatselijk verzet of andere wetten. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een item over Pieter Datheen, die uiteindelijk niet meer welkom was in de Nederlanden.

Hoofdstuk 9 gaat verder op het vorige hoofdstuk met het noorden en oosten als geografische context, zoals Amsterdam en Den Haag. In hoofdstuk 10 wordt tenslotte verwezen naar het proces van Beeldenstorm naar de eigenlijke Opstand in 1568. Het bewind van Alva komt aan bod, alsook de strijd van de Watergeuzen in Den Briel in 1572 en de minder bekende Bosgeuzen in Vlaanderen. Het hoofdstuk sluit af met de Reductie van 1591, met daarvoor aandacht voor de Akte van Verlatinghe in 1581, waarbij Filips II als vorst verlaten wordt.

Fascinerend thema


Concluderend is dit een schitterend nieuw boek over een zeer fascinerend thema binnen onze geschiedenis. De auteur is erin geslaagd om een zeer leesbaar en bruikbaar boek te schrijven, dat niet alleen bruikbaar is voor gewone lezers, maar ook voor historici en docenten Geschiedenis, die de Opstand als examenthema moeten behandelen, aangezien het boek het examenkatern precies volgt. Hopelijk volgen er meer van zulke mooie uitgaven.

De Beeldenstorm • Van oproer tot Opstand in de Nederlanden , door Jan J.B. Kuipers

Aanbieding: € 19,99  29,95


NACHTFLITS in Burgh met presentaties, muziek en poëzie

Zaterdagavond 24 oktober vindt in de Kerk van Burgh de manifestatie NACHTFLITS plaats met presentaties, muziek en poëzie. Het evenement valt...