vrijdag 9 juli 2021

Stadsdichterstegels Middelburg naar opgang ZB

Zondag 4 juli is de nieuwe ‘eregalerij’ van stadsdichterstegels onthuld. Ze liggen nu op de klimmende entree van de Zeeuwse Bibliotheek (ZB) aan de Kousteensedijk in Middelburg. Voorheen lagen ze op het Koorkerkplein en nóg eerder op het Tympaanplein. Eén van de tegels is die van mij; ik was stadsdichter van Middelburg in 2005/2006.

 

Op het Tympaanplein lagen de tegels gedurende het zomerseizoen onder de stoelen en tafels van horecaterrassen. Op het Koorkerkplein werden ze kapotgereden door vrachtwagens. Daarom de verkassing naar het loop- en rolstoelpad van de ZB, het ‘huis van de taal’.

 



Foto's H.M.D. Dekker

dinsdag 29 juni 2021

Pluviertjes en ik

Onlangs verscheen de bloemlezing Pluviertjes en ik. Verzamelde gedichten over Domburg: een bloemlezing van gedichten over een bijzondere plaats. Cees Maas verzamelde honderden gedichten over Domburg en selecteerde de beste. Saar den Hollander maakte bij elk gedicht een illustratie. Uitgeverij De Hoge Hil verzorgde de uitgave.


Mijn gedicht Schimmen van zee staat op pag. 21. Het is eerder gepubliceerd op De Vrije Domburger, een website van - alweer - Cees Maas. Dat gebeurde in 2000, en Maas is dan ook ruim twintig jaar bezig geweest met het verzamelen van de gedichten over 'zijn' Domburg. Want, zo meldt het achterplat: 

'Domburg, de oudste badplaats van Zeeland, is veelvuldig bezongen door beroemde schilders, schrijvers en andere kunstenaars. Maar in de poëzie komt het stadje aan de Noordzee er bekaaid af. Tot nu.' 


Meer dan honderd zeer, matig en onbekende poëten bezingen de vele aspecten van Domburg in deze bundel. Om ze te ontdekken: ga op zoek naar deze verrassende bloemlezing. Waar? Ik zou het niet weten, maar wie 'm wil vinden zal 'm vinden.   

En de pluviertjes? Die komen uit het werk van J.C. van Schagen, wie anders?

woensdag 16 juni 2021

Het wonderbaarlijke Poeder van Sympathie

In de latere negentiende eeuw kon je bij de Middelburgse apotheker Van der Harst aan de Pottenmarkt een medicijn halen, dat in een loopbaan van twee eeuwen steeds wonderbaarlijker eigenschappen toebedeeld had gekregen. ‘Poeder van sympathie’ heette dit goedje; het bestond vooral uit kopersulfaat en diende oorspronkelijk om wonden te genezen.


Bron: Jan J.B. Kuipers, 'Het poeder van sympathie', Provinciale Zeeuwse Courant 13 februari 2006 (rubriek ‘Even Omzien’).

Aan wondermiddelen was in het verleden geen gebrek. Een door de Middelburgse arts J.C. de Man in december 1859 uitgeschreven enquête tot peiling van ‘vooroordeelen en bijgeloovigheden’ in Zeeland biedt een mooi staal van de medische folklore in het Zeeland van de negentiende eeuw. Naast amuletten als mollenpoten en ‘doodstanden’, toverkruiden als de champignon (!) en natuurlijk het klavertje vier, werd in de beantwoording van de enquête vaak melding gemaakt van het ‘poeder van sympathie’, ook verbasterd tot poeder van Sinte Patie. 


Het poeder werd in de tweede helft van de zeventiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden geïntroduceerd door de Britse zeeheld, arts, diplomaat, alchemist en filosoof Sir Kenelm Digby (1603-1665), wiens medische experimenten naar verluidt ook het leven kostten aan zijn innig geliefde en beeldschone echtgenote Venitia, die hij een schoonheidskuur liet ondergaan. Het letterkundig tijdschrift De Gids noemde Digby in 1837 dan ook ‘een dier dwazen, die, zoo als Sancho zou zeggen, hun brood nog blanker willen hebben dan het witste meel’. Misschien een al te geringschattende karakterisering van zo’n universele geest als Kenelm Digby.

 

Genezing op afstand

 


Het poeder van sympathie of pulvis sympatheticus werkte op een eigenaardige manier. Het moest op verband worden aangebracht, waarin etter of bloed van een wond was getrokken. Dit verband werd vervolgens door de genezer bij zich gehouden, en van tijd tot tijd met wat nieuw poeder bestrooid. Zo genas de wond, al bevond de patiënt zelf zich op verre afstand.

Zoals de naam al zegt was het sympathiepoeder een exponent van de zogenaamde sympathieleer, die uitging van nauwe samenhang tussen alle verschijnselen. Het menselijk lichaam was in deze, typisch renaissancistische visie een afspiegeling van het heelal, zoals ook elk deel van het menselijk lichaam de wezenlijke hoedanigheden bezat van het gehele lichaam. Dit is eigenlijk het magische principe bij uitstek. Met een deel kon je het geheel genezen, maar ook vernietigen. Wanneer de bezitter van bovengenoemd verband dit bijvoorbeeld in het vuur hield, viel de patiënt naar zeggen ten prooi aan verschrikkelijke pijn, als van een brandwond.

Wondermiddel tegen alles


Geen wonder dat apotheker Van der Harst aspirant-kopers altijd eerst tot ‘betere gedachten’ probeerde te brengen, alvorens het poeder over de toonbank ging. Want het spul werd gaandeweg voor van alles gebruikt. Tegen kiespijn en neusbloedingen, en buiten de medische sfeer als een algemeen wondermiddel. Als je het mes bemachtigde waarmee een moord was gepleegd, hoefde je er maar wat van het machtige poeder op te strooien om de dader ondraaglijke pijn te bezorgen, zodat hij zich wel moest aangeven. Ook kon het poeder worden gebruikt om voor de militie afgekeurd te worden, om een prijs te halen bij het ringrijden, tegen beheksing en zelfs om onzichtbaar te worden.

Reuma


In de kletspraatsfeer van het volksgeloof kreeg het poeder steeds grotere kwaliteiten toegemeten. Volgens de mondelinge overlevering kon het alleen door tovenaars worden bereid, die het trouwens ook gebruikten om de room van andermans melk te halen.

Belladonna of wolfskers
De schemerige faam van het pulvis sympatheticus bleek echter niet bestand tegen de dageraad van de moderne geneeskunde. Het poeder van sympathie verdween dus van het medische en folkloristische toneel. Maar zijn hoofdbestanddeel kopersulfaat behield ook in de twintigste eeuw een zekere roep (men noemde ook ingrediënten als belladonna, doornappel en dolle kervel). 

Het personage Van Schoonbeke in Willem Elsschots roman Kaas (1933) was gebaseerd op de excentrieke Antwerpse advocaat De Bruyne, die steevast met een koperen ketting rond zijn middel liep. De Bruyne leed waarschijnlijk aan jicht en was volgens Elsschots kleinzoon Willem Dolphyn ‘rotsvast overtuigd van de geneeskracht door afzetting van het kopersulfaat, een geloof dat men ook terugvond bij oude zeelui die daarom een koperen ring droegen die als oorbel functioneerde’. De laatste resten van oud bijgeloof? Nee hoor, ook nu zijn er nog volop armbanden met koperen binnenkant in de handel tegen reuma en artritis.

En verder...

Apotheker Van der Harst speelt in een ook een rol in mijn verhaal 'Een man van zijn woord' in de bundel Lovecraft in de polder (zie deze post). Het boek is nog altijd te bestellen!

zaterdag 5 juni 2021

Bouwoffers en bovennatuurlijk dierengedrag

Spinnen die 's ochtends, 's middags en 's avonds verschillend onheil aankondigen, zwarte en witte spookkatten, heksende buurvrouwen en opvallend rondhangende eksters, bouwoffers en adellijke honden die brood eten, een schip vol katten dat in één nacht naar Indie en terug voer... En waarom een varkensbotje in je broekband? Meegewerkt aan een podcast over mummiekat Gries in de Grote Kerk Veere: 

Gries de mummiekat - #2 Bouwoffers en bijgeloof

Het programma valt hier te beluisteren.

Gries de mummiekat | foto H.M.D. Dekker


Aflevering 2 gaat in op de rituelen en het bijgeloof rondom (huis)dieren in Nederland maar ook elders in Europa. De functie van katten is altijd al geweest om muizen en ander kwaad buiten de deur te houden en ze eindigden soms ook net als de 15de-eeuwse mummiekat Gries als bouwoffer. Ook ná hun negende leven waren zij vaak belast met het afweren van het kwaad. Katten en ook andere (huis)dieren komen in vele mythen, verhalen en overleveringen voor. Je hoort er alles over in deze podcast.

donderdag 3 juni 2021

NEELTJE JANS (en 110 andere plekken)

03-06-2021, NEELTJE JANS, na 13:00 uur. Drukke graaf- en bouwwerkzaamheden voorbij het westelijke hoofd van de grote 'baai' met hangcultuur ten westen van het Topshuis. Herrie van een torenhoge windmolen. Het bezoekerscentrum in het Topshuis is nog dicht. Corona. Het Parelpad (1,5 kilometer) is afgesloten in verband met mysterieuze werkzaamheden. Een fietsende Duitse clan rijdt verkeerd en keert luidruchtig weerom. Oma met knotje, kleinzonen, meisjes met dijen die het fietsen makkelijk tot Mannheim volhouden. Bij het loket van het terras van Proef Zeeland staat een geduldig maar volhardend rijtje dorstige mensen. De harige bastaardsatijnrupsen vormen nog steeds een gevaar, blijkt uit het oude vertrouwde waarschuwingsbord bij het Topshuis. Jeuk, huiduitslag, irritatie aan ogen en luchtwegen. Het is warm.

foto JJB Kuipers


Lees meer over Neeltje Jans, Proef Zeeland en 110 andere plekken in Zeeland in:

111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben




woensdag 26 mei 2021

Ontdekking van de jeugd in Zeeland (2)

 Bill Haley vanuit de mist


Kijk hier voor 'Ontdekking van de jeugd in Zeeland (1)'

De ‘losmaking’ van de Nederlandse en Zeeuwse jeugd uit de benauwende cocons van traditie en conventie was overigens al in de eerste decennia van de twintigste eeuw begonnen, met name door de opkomst van de nieuwe zuil van het socialisme en de introductie van bioscoop en radio. Zeeland, een gewest zonder grootstedelijke kwaliteiten en over het algemeen prat gaand op zijn reputatie van gezagsgetrouwheid en traditionalisme, kwam in 1954 zelfs onverhoeds in de voorhoede van de telecommunicatie terecht. Dit jaar viel namelijk het besluit dat er naast de bestaande televisiezender in Lopik nog vier TV-zenders in ons land moesten komen: in Roermond, Markelo, Appelscha-Smilde – én in Goes. Hierdoor werd eindelijk de ontvangst van TV-uitzendingen in heel Nederland mogelijk. Drie jaar later was de Goese zender klaar. Hij werd in gebruik genomen op 10 december 1957.


(Dit is een fragment uit: Brommers, gitaren en spandoeken, 2005)

‘In 1957 hadden we televisie in ons gezin,’ zegt Tom Rentmeester (1947) uit Ovezande. ‘In 1958 op een mistige avond kunnen we zelfs een Duitse zender ontvangen, plotseling staat hij daar: Bill Haley And His Comets in een sportzaal op het podium van een boksring met een echte haan op de touwen… sensationeel! Het beeld was slecht, het geluid was slecht, maar we hadden hem in levende lijve zien swingen op de buis.’


Nieuwe TV-zenders, 1954
De ‘debiliserende’ en smaakverdovende werking die aan het fenomeen televisie al vrij snel na zijn inburgering werd toegeschreven, was zeker niet van toepassing op de beginjaren, ondanks het gebrekkige en veelal knullige aanbod. TV was aanvankelijk werkelijk een nieuw venster op de wereld. Het was vooral de (zwartwit)televisie die korte metten maakte met regentenmentaliteit en provincialisme, schreef A.J. van der Staay in 1966. 

‘Al klinkt in interviews de eerbied voor de gezagsdrager en in het niet-aansnijden van bepaalde onderwerpen iets ervan na, toch blijft het een feit dat de traditionele afstand tussen binnenskamers en erbuiten, tussen kiezers en gekozenen, tussen elite en bevolking, hoofdstad en provincie, tot huiskamerproporties is teruggebracht.’ Alle waterscheidingen vielen weg door de TV, aldus Van der Staay; er voltrokken zich complete revoluties in de gedachtengangen, ‘onderwerpen die enkele jaren terug volstrekt taboe waren, van ontzuiling tot homoseksualiteit, komen genadeloos van de beeldbuis.’


Een jaar na deze opmerkingen spatte de geruchtmakende uitzending van VPRO’s Hoepla! de huiskamers in, waarin Phil Bloom even een krant liet zakken (nota bene het protestants-christelijke dagblad Trouw) en zich naakt aan het volk vertoonde. Ze werd de meest besproken bloterik in de geschiedenis van de Nederlandse media. 

Ook in Zeeuwse huiskamers werd terdege kennisgenomen van Blooms tot de verbeelding sprekende gestalte. Het landelijke tumult leidde tot de annulering van een volgende uitzending met de Zeeuwse psychedelische groep Dragonfly.

Naar de film!


In de brave jaren vijftig was een dergelijke speelse provocatie natuurlijk nog ondenkbaar, zeker in Zeeland. De eerste reacties van overheidswege op tekenen van jeugdige opstandigheid en ‘ontworteling’, zoals op het vernielde Schouwen van na de Ramp, waren, naast adviezen tot verbetering van huisvesting en professionalisering van het jeugdwerk, oproepen tot herstel van het ouderlijk gezag en het gezin. Een beproefd maar gedateerd recept, dat zijn uitwerking steeds frequenter leek te missen. 

Want van een leien dakje ging het ook na deze mooie adviezen niet bepaald, zeker niet op Schouwen-Duiveland. Was in januari 1954 een grotere aandacht van de sociaal-maatschappelijke instellingen voor het hoognodige jeugdwerk aangekondigd, in juni berichtte de Provinciale Zeeuwse Courant dat de ontworteling van de jeugd op Schouwen-Duiveland als gevolg van de Ramp ‘zeer urgent’ geworden was. Oorzaak: de jeugd had geen zier te doen. ‘De rijpere jeugd verveelt zich,’ zei de krant, ‘en beschikt over teveel geld, hetgeen de baldadigheid onrustbarend doet toenemen.’ In de onderhandelingen over een te stichten jeugdcentrum onder toeziend oog van de Stichting Nieuw Schouwen-Duiveland zat niettemin geen enkel schot, hoewel het Rampenfonds hiervoor in principe 100.000 gulden beschikbaar had gesteld. 

Kijk hier voor 'Ontdekking van de jeugd in Zeeland (1)'


- wordt vervolgd -

Bron: Jan J.B. Kuipers, m.m.v. Henk Feij en Peter Urbanus, Brommers, gitaren en spandoeken. Vijftig jaar jong in Zeeland (Zaltbommel: Uitgeverij Aprilis, 2005), hoofdstuk 'De ontdekking van de jeugd in Zeeland' (Jan J.B. Kuipers)


***


CD VOL ‘LEEDVERMAAK’ KAREL & DE BOSWACHTERS:

Het is overal even erg


zondag 18 april 2021

‘Mysterieus Middelburg’ stopt ermee

Na vijf seizoenen stopt schrijver en ex-stadsdichter Jan J.B. Kuipers met zijn stadswandeling Mysterieus Middelburg. Kuipers: ‘Vijf jaar vind ik genoeg voor zo’n project. Ik twijfelde nog, maar de steeds maar verlengde coronamaatregelen gaven de doorslag. Je moet met kleinere groepen dan normaal wandelen. Bovendien was er de avondklok en het gedoe rondom de 1,5 meter. Het is mooi geweest.’



Mysterieus Middelburg was een tocht langs ‘Griezel & Groteske, Sagen & Schavotten, Horror & Historie’. De route voerde door het noordelijk en westelijk deel van de Middelburgse binnenstad langs pestlijders en gehangenen, een wonderhostie, geesten en moordenaars en de Middelburgse toegang tot de onderwereld. 

De stokoude geschiedenis werd afgewisseld met pijnlijk recente verhalen, zoals het beruchte hoofd in het bushokje (1990).

(foto H.M.D. Dekker)


NACHTFLITS in Burgh met presentaties, muziek en poëzie

Zaterdagavond 24 oktober vindt in de Kerk van Burgh de manifestatie NACHTFLITS plaats met presentaties, muziek en poëzie. Het evenement valt...