zondag 2 februari 2020

Ze zijn er nog, de restanten van 'In de Steenrotse'

Bange geruchten zweefden door de stad en omstreken: waar waren de restanten van Middelburgs misschien beroemdste verdwenen monument 'In de Steenrotse' gebleven? Men vreesde dat de schaarse overblijfselen die de oorlogsbrand van 17 mei 1940 hadden overleefd alsnog kwijt waren geraakt. Maar ze zijn er nog: nog altijd in de hoede van vereniging Hendrick de Keyser. Ik vernam de geruchten naar aanleiding van het volgende korte artikel dat ik schreef als aflevering van de rubriek 'Sporen in de delta' (Provinciale Zeeuwse Courant, 16 oktober 2019).



Steenrotse gered en verwoest


Na de Middelburgse oorlogsbrand op 17 mei 1940 koos men voor wederopbouw van het stadscentrum in de retroachtige stijl van de Delftse school, met zorgvuldige restauratie van enkele gezichtsbepalende monumenten als het stadhuis. Er was méér mogelijk geweest. Gevelfragmenten van het pand ‘De Dolfijn’ (1733) aan de Lange Delft, waarin de Provinciale Bibliotheek gevestigd was, werden bijvoorbeeld in de hoop op reconstructie netjes verzameld en genummerd. Maar er gebeurde niets. Gemeentewerken dumpte ze rond 1990 op het plein van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten aan de Balans, waarna ze verspreid raakten over alle windstreken. Sommige delen waren al verwerkt in het kunstwerk ‘De Explosie’ van Ko de Jonge (1988).

Eén van de meest betreurde van de honderden verwoeste panden in Middelburg is ‘In de Steenrotse’ aan de Dwarskaai. Het was in 1590/91 gebouwd voor steenhouwer Andries de Valckenaere, die het misschien ook ontwierp. De Steenrotse was waarschijnlijk het mooiste woonhuis in Vlaamse renaissancestijl in heel Nederland, met zijn drie forse horizontale segmenten, elk verschillend van de andere en uitbundig gedecoreerd. Bijvoorbeeld met fraaie medaillons van de Romeinse heersers Julius Caesar en Augustus, en met beeldjes van de vier beschermheiligen van de steenhouwers: de martelaren Nicostratus, Simplicius, Desiderius en Claudius. De ‘fabelachtige’ natuurstenen gevel van de Steenrotse kon volgens kenner Fred Jilleba (1969) ‘zó per schip uit Antwerpen of Mechelen zijn aangevoerd’.

Toegegeven: lang vóór de verwoesting had het verval toegeslagen. De top van het pand was ergens in de achttiende eeuw verwijderd. Na 1900 waren achtereenvolgens een café-biljart, een vlees- en spekslagerij en een groenten- en melkzaak in de Steenrotse gevestigd.

Gevelrestant na de stadsbrand van 17 mei
1940 (Wim Abeleven).
Vereniging Hendrick de Keyser kocht het verwaarloosde pand in 1919. Beneden- en bovenhuis bleken ‘verprutst’, de binnenplaats was een ‘mestvaalt gelijk’ en het mocht een wonder heten, dat het huis al jaren geleden niet was ingestort. Aldus architect A.A. Kok, die over de aangevatte restauratie van deze ‘Augias-stal’ rapporteerde. Alleen al uit een kelder onder de binnenplaats kwamen tien wagens vuil. De eigenlijke restauratie begon in 1921. Na afloop (1922) meldde Kok verheugd dat alles weer deugdelijk in orde was en dat de Steenrotse ‘weder vele jaren of eeuwen kan leven.’ Die droom duurde nog geen twintig jaar. Na 17 mei 1940 stond het onderste gevelsegment nog overeind. Maar ook dat is neergehaald.




Herbouw, presentatie?


Ontwerp van Ko de Jonge
Na publicatie van het artikel ontving ik reacties van o.m. oud-stadsarchivaris 
Peter Sijnke en beeldend kunstenaar Ko de Jonge (ja, van 'De Explosie').

Beiden vestigden de aandacht op de nog resterende gevelfragmenten; Sijnke vermeldde een relatief recent initiatief voor herbouw van de gevel. Ko de Jonge had in het kader van het contemporary art festival  'Façade' (2017) zelfs een aardig plan bedacht voor de presentatie van de restanten in gevelachtig verband bij de oude locatie van het pand.
'Façade' deed er uiteindelijk niets mee.



Maar waar waren ze gebleven, die resten? 

De Jonge herinnerde zich dat ze een jaar of tien tevoren nog waren opgeknapt in de tuin van het huis 's-Hertogenbosch aan de Vlasmarkt in Middelburg. Volgens andere berichten waren ze daar later weer verdwenen. 

Waarmee het patroon van 'De Dolfijn' leek te zijn herhaald: decennialang zorgvuldig bewaren, gevolgd door - in dit geval spoorloze - verspreiding over de vier windstreken. Maar nee: René Biemans van monumentenvereniging Hendrick de Keyser verschafte desgevraagd helderheid: 'De gevelfragmenten van het pand "In de Steenrotse" worden door onze Vereniging nog altijd zorgvuldig bewaard. De fragmenten liggen opgeslagen in de garage achter Huis ’s-Hertogenbosch (Vlasmarkt 51), deze garage bevindt zich aan de Schuiffelstraat. De fragmenten zijn zorgvuldig schoongemaakt en worden bewaard in speciaal hiervoor gemaakte stellingkasten. Verleden jaar hebben wij zelfs een speciale bezichtiging van de fragmenten georganiseerd voor onze leden.' 

Kortom: het project van Ko de Jonge kán nog gerealiseerd worden. Zodat elke Middelburger en bezoeker van die stad de overblijfselen kan aanschouwen in een passende setting op een passende locatie.

Het ontwerp van De Jonge op een mogelijke locatie aan de Dwarskaai.

woensdag 22 januari 2020

Zeeuwse poëzie in het Kerkje van Ellesdiek

Gedichten en muziek op vrijdag 31 januari


De Poëzieweek gaat op donderdag 30 januari 2020 van start met Gedichtendag. Poëzieliefhebbers uit heel Nederland en Vlaanderen passen gedichten toe in het leven van alledag, voor collega’s of vrienden, on- en offline. ’t Kerkje van Ellesdiek en Erfgoed Zeeland organiseren daarom op vrijdag 31 januari in Ellewoutsdijk een poëzieavond met dichters die Nederlandse en Zeeuwse poëzie ten gehore brengen, afgewisseld met muziek. 


Dingeman de Visser en Jan Zwemer brengen hun programma ‘Dingeman en Jan spelen in en met het Zeeuws’. Vier andere dichters brengen tussendoor Nederlandse en Zeeuwse poëzie. Dingeman de Visser zorgt voor het muzikale gedeelte. Jan Zwemer, Jopie Minnaard en Jan Priem zorgen voor de Zeeuwse toets, Jan J.B. Kuipers en Theo Raats dichten vooral in het Nederlands.





Aanmelden 

Belangstellenden kunnen zich voor de Zeeuwse poëzieavond in ’t Kerkje van Ellesdiek opgeven door een e-mail te sturen naar intzeeuws@erfgoedzeeland.nl onder vermelding van naam en aantal personen. Na afloop is er tegen betaling een drankje beschikbaar.

Jan Kuipers (foto HMD Dekker)


Informatie over de dichters


Jan J.B. Kuipers
werkt als publiekshistoricus, schrijver en dichter en was stadsdichter van Middelburg in 2005 en 2006. Hij publiceerde circa 1500 losse bijdragen en meer dan 70 boeken: non-fictie en fictie voor zowel volwassenen als kinderen. Hij ontwierp en gidst ook de route Mysterieus Middelburg.



Theo Raats (foto Omroep Zeeland)
Theo Raats was twee jaar lang iedere week vaste columnist in het literair programma Zegge en Schrijven van Omroep Zeeland. Daarnaast werkte hij mee aan programma’s over het Zeeuws dialect en deed ook columns in het dialect. In 2013 en 2014 was hij stadsdichter van Middelburg. Hij publiceerde diverse verhalenbundels.


Jopie Minnaard schildert, maakt illustraties, schrijft boeken (over en in dialect, kinderboek, gedichtenbundel) en vertelt prachtige verhalen. Zij won al diverse prijzen voor haar werk.


Jan Zwemer is sinds 1993 freelance historicus en dicht al een kleine veertig jaar in het Zeeuws en ook wel in het Nederlands. Zowel in zijn geschiedkundig werk als in zijn gedichten ligt het accent op het agrarische platteland. De laatste tien jaar waagt hij zich ook aan vertalen uit andere talen, zowel naar het Zeeuws als naar het Nederlands.


Dingeman de Visser is een singer-songwriter, ooit bekend met de band Dønder, maar nu alweer jaren solo. Hij bracht in 2010 de cd Vô degeen die a ’t wil wete uit. Hij begeleidt zichzelf op gitaar en op mondharmonica.


Jan Priem brengt Zeeuwse gedichten en is bestuurslid van ’t Kerkje van Ellesdiek.

*









dinsdag 14 januari 2020

Dichtersontmoeting Dordrecht - Zeeland 30 januari 2020


'Mannen van Papier' in Dordt (2014), met enkele ook nu deelnemende dichters,
v.l.n.r. Jan J.B. Kuipers, André van der Veeke, Thom Schrijer, Tijs van Bragt.

Al jaren vinden dichtersontmoetingen plaats tussen Dordrecht en Zeeland. De ene keer in Dordrecht, de andere keer in Zeeland. Het begint langzamerhand een traditie te worden, waarbij ditmaal Dordrecht aan de beurt is. In samenwerking met DOOR en de redactie van het literaire tijdschrift Ballustrada organiseert dichter/historicus Kees Klok de ontmoeting. Die wordt gehouden aan het begin van de landelijke Poëzieweek, op donderdag 30 januari 2020, in DOOR aan de Spuiboulevard 220. 


De avond begint om 20:00 uur (inloop vanaf 19:30 uur) en is gratis toegankelijk. De presentatie is in handen van Kees Klok, auteur van het recent verschenen De Dordtse Letteren, 1572-2019 (Verhalen van Dordrecht, deel 38).


Aan het letterenfeestje, dat muzikaal wordt opgeluisterd door de bekende Dordtse zangeres en liedcomponiste Thisgirlslife, werken vanuit Zeeland de dichters Jan J.B. Kuipers, André van der Veeke, Rogier de Jong en Thom Schrijer mee. Jan J.B. Kuipers (1953) is co-redacteur van Ballustrada en was stadsdichter van Middelburg (2005/2006). Hij is ook bekend als publiekshistoricus, prozaïst, jeugd- en SF-schrijver. Zijn jongste boek is De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten (WalburgPers, 2019). André van der Veeke (1947), hoofdredacteur van Ballustrada, publiceerde acht dichtbundels: o.a. Moerasbeest Verdriet (2005) en Poldergeest (2014), alsmede de verhalenbundel Een meedogenloze vrede (2012). Rogier de Jong (1952) debuteerde in 2019 met de dichtbundel Memento (Uitgeverij Liverse), Thom Schrijer, winnaar van onder meer de VU-Podium Poëzieprijs 2001, publiceerde een zestal dichtbundels, waaronder Dienstdoende engelen (2012).

Het Dordtse smaldeel wordt gevormd door Amarantha Groen, Marieke van Leeuwen, Josse Kok en Jehanne Hulsman. Amarantha Groen (1989), docent aan het Erasmus University College, debuteerde in 2016 met de dichtbundel Een geschiedenis van zand. Marieke van Leeuwen (1950) is actrice, regisseur en dichter (zij was van 2009 tot 2014 stadsdichter van Dordrecht) en publiceerde onder meer de dichtbundels Liefde, Wraak en Andere Zaken (2005) en de serie: Samen de Stad, Ingelijst, Gelegenheden' en 'Muurgedichten (2014). Josse Kok (1983) debuteerde in 2013 met de bundel Ik heb geslacht, die werd genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs. In 2018 volgde de bundel Probeert u het later nog eens. Jehanne Hulsman (1952), voormalig columniste, dichteres, zangeres, componiste en inmiddels sociaal advocaat, publiceerde verschillende boeken, waaronder De Partypotamus (2012).

dinsdag 7 januari 2020

’11 van de 111’ in Bibliotheek Zierikzee


Vuurtoren Westerlicht, Nieuw-Haamstede
(H.M.D. Dekker)

Foto-expositie van Heleen M.D. Dekker


Van 31 januari tot en met 26 februari 2020 exposeert Heleen M.D. Dekker foto’s uit 111 plekken in Zeeland die je gezien moet hebben in Bibliotheek Zierikzee (Hatfieldpark 1) tijdens openingsuren. Deze expositie ’11 van de 111’ gaat vooraf aan het verschijnen van de tweede editie van dit boek bij Uitgeverij Thoth (ca. maart 2020), een herziene uitgave met 50 nieuwe plekken en tips.


Heleen Dekker maakte het boek samen met schrijver Jan J.B. Kuipers, die tientallen boeken over Zeeland publiceerde. De publicatie behandelt 111 onverwachte, maar ook een aantal bekende locaties in de provincie. Zij maakt deel uit van een reeks van ‘111 plekken’-boeken, die Nederlandse en Belgische steden en regio’s beschrijven vanuit een eigenzinnig en persoonlijk perspectief. Ze bieden insidertips en slaan ‘andere wegen’ in, weg van de toeristenpaden. Ook de invalshoek en/of compositie van de foto’s volgt dit eigenzinnige uitgangspunt.


Heleen M.D. Dekker werkt sinds decennia in de zorg. Daarnaast houdt zij zich al vele jaren bezig met documentaire en artistieke fotografie. Haar werk verscheen in vele tijdschriften en boekpublicaties. Haar eigen projecten omvatten onder meer ‘Kokend voedsel’, ‘Internationale toiletten’ en ‘Uit het keukenraam’.


50 nieuwe plekken en tips


De tweede herziene druk, met 50 nieuwe plekken en tips, verschijnt in het voorjaar van 2020 (omstreeks maart).

Zeeland is een dynamisch gebied met een meervoudige identiteit: eeuwenoud mondiaal handelsgewest én agrarisch arcadië. Dit boek voert langs 111 Zeeuwse plekken die u gezien moet hebben. Plekken die u voeren achter de sluier van de traditionele reisgids. Want Zeeland is méér. 

Bestellen kan HIER.


zaterdag 21 december 2019

Nederland in de middeleeuwen

Omstreeks februari 2020 verschijnt Nederland in de middeleeuwen. De canon van ons middeleeuws verleden bij WalburgPers. Naar aanleiding van de vorige (eerste) editie verscheen onderstaand interview. Over Tanchelm en Dirk III, heren en horigen, vensters en contexten, de alomtegenwoordige Middeleeuwen, kennishumus en 'metafysische kwaliteit'.



Jan J.B. Kuipers: “De Middeleeuwen vormen zowel een vertrouwde als een vreemde, exotische periode”


De Middeleeuwen komen gelijk op je af als je de omslag van de eerste druk ziet van het publieksboek Nederland in de Middeleeuwen. De canon van ons Middeleeuws verleden, met de vele afbeeldingen uit of over die periode van de geschiedenis. Geschilderde portretten, een zegel onderaan een brief, een armband, een kasteel… Ze maken de Middeleeuwen tastbaar, maar ook weer niet zo tastbaar dat ze geen vragen oproepen. “Het is zowel een vertrouwde als een volstrekt vreemde, ‘exotische’ periode”, stelt Jan J.B. Kuipers, auteur van dit boek. Een gesprek met deze veelzijdige schrijver over Nederland in de Middeleeuwen. 

Bron: Aukje-Tjitske Dieleman, 'Persoonlijk bekeken' nr. 20, in: De Vliegende Hollander nr. 88, 30 januari 2012.

Jan, hoe is het idee voor dit boek ontstaan?
“Het is een deel in de reeks canons die wordt uitgegeven door Walburg Pers in Zutphen en ik ben hier als schrijver voor gevraagd door de uitgever. In dezelfde serie verscheen eerder al Geschiedenis van Zeeland, de canon van het Zeeuws verleden, dat ik samen met Johan Francke geschreven heb. Voor deze Nederlandse canon heb ik overigens samengewerkt met Goffe Jensma en Oebele Vries, vanwege hun expertise op het gebied van Friesland en het Noorden. Met z’n tweeën schreven zij vijf hoofdstukken, ik de andere vijfenveertig en de inleiding. Die samenwerking voldeed goed.”


(De tekst gaat verder onder de afbeelding)



Een canon bestaat uit ‘vensters’, hoofdstukken die elk een eigen (sub)onderwerp belichten. Dit boek heeft vijftig van die vensters. Hoe heb je daar de onderwerpen van gekozen?
“De lijst is door mij gemaakt in overleg met historicus Ad van der Zee, (destijds) werkzaam bij de uitgever. Het was een heen-en-weer-spel per e-mail en in een paar bijeenkomsten. De basis is gelegd door bekende handboeken over onze Middeleeuwen, zoals van de legendarische H.P.H. Janssen en vele andere. Alle bekende middeleeuwse onderwerpen komen aan bod, soms prominent met een eigen venster en soms in de achtergrondinformatie van een venster met een ander hoofdonderwerp.”


Het moet veel werk geweest zijn.
“Ja, ik heb er een dik jaar behoorlijk aan getrokken, moet ik zeggen. Tegelijkertijd had ik ook nog andere schrijfactiviteiten en niet te vergeten mijn deeltijdbaan bij de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (intussen Erfgoed Zeeland geheten), waar ik betrokken was bij het werkveld archeologie.”

Waar heb je bij het schrijven het meeste plezier aan gehad?
“Over het algemeen heb ik met groot plezier aan het boek gewerkt, maar een van de aardigste vensters vind ik toch venster 16, ‘Tanchelm en latere ketterijen’. Dat heeft ook een Zeeuwse component. Het leukst vond ik om te schrijven over mensen en hun al of niet snode daden, zoals bijvoorbeeld ook bij ‘Dirk III en de Tol bij Vlaardingen’, venster 13. Hoofdstukken met meer abstracte onderwerpen, zoals venster 14, ‘Heren en Horigen’, vond ik een tikje minder aantrekkelijk om te schrijven. Geschiedenis leeft toch het meest als je de actoren, de ‘hoofdrolspelers’, in hun wereld voor je ziet.”

Waar komt je interesse in de Middeleeuwen vandaan?
“Al van jongs af aan hebben de Middeleeuwen, net als de Oudheid, mijn interesse. De Middeleeuwen zijn nog overal om ons heen, bijvoorbeeld in de architectuur, beeldende kunst, religie, en ook in de volkscultuur met films en strips. Daarom is het een vertrouwde periode, hoewel die ons ook vreemd blijft. Maar ik ben ook liefhebber van de achttiende en negentiende eeuw hoor, en in toenemende mate van mijn ‘eigen’ geschiedenis: de twintigste eeuw. Eigenlijk ben ik altijd een aanhanger van de Romantiek gebleven: het verleden fascineert omdat het voorbij is. Daarom heeft het een soort metafysische kwaliteit gekregen.”

Dat is iets om over na te denken. Waar heb je de informatie voor dit boek vandaan gehaald?
“Ik heb het gebaseerd op literatuuronderzoek, solide informatie op het web, handboeken, biografieën, monografieën en dergelijke. Door mijn achtergrond en andere publicaties ben ik inmiddels aardig op de hoogte. In mij - zoals in iedereen - bevindt zich een soort humus van verwerkte en verzonken kennis, waaruit in dit geval de nieuwe plantjes van de hoofdstukken snel opschoten door toediening van alle nieuwe informatie.”

Spreken verschillende informatiebronnen elkaar niet tegen? Deskundigen zijn het niet overal over eens.
“Die meningenstrijd wordt vaak vermeld. Er is niet één historische werkelijkheid, menselijkerwijs gesproken.”

Omslag van de eerste druk

Voor een canon vind ik dat je in dit boek veel aandacht aan de context van het onderwerp besteedt. Naar mijn idee staan in een canon de verschillende vensters meer apart van elkaar. Veel van je hoofdstukken borduren op elkaar voort. Juist dat maakt het boek zo sterk, maar waarom wordt het toch een canon genoemd?
“Het is een canon in de zin van een verzameling middeleeuwse onderwerpen die bij alle belangstellenden bekend geacht mogen worden, met passende uitdieping en contextuele achtergrond. Een venster focust op één persoon of onderwerp en is in die zin deel van een canon, maar tegelijkertijd wordt inderdaad de grotere historische en geografische context belicht, zodat elk gebied of belangrijk onderwerp wel ergens aan bod komt. Dat was een zeer bewuste werkwijze. Het is trouwens niet de bedoeling om de lezer iets ‘op te leggen’, behalve dan misschien de fascinatie voor geschiedenis. Het is het mooiste vak van allemaal. Het gaat over alles en iedereen.”

Daarom schrijf je er vast ook zoveel over, hoewel je publicaties heel veelzijdig zijn: van kinderboeken tot boeken voor volwassenen, van sciencefiction tot archeologie, van thrillers tot gedichten… 



“Veel onderwerpen en disciplines hebben me altijd al geboeid. Elk genre heeft van nature zijn eigen stijl en aanpak. Het nadeel van die veelzijdigheid is een verknipt beeld van je eigen schrijverij, misschien ook bij het publiek. Maar het grote voordeel: de kokervisie krijgt geen kans!"

Zie ook: 'Poëtische non-fictie en de overzichtelijkheid van lijsten. Een canon van de middeleeuwen' op Historiek.

Recente andere boeken van Jan Kuipers bij dezelfde uitgever:

De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten (2019)

Willem van Oranje. Prins in Opstand (2018)

Willem III. De weerspannige koning (2017)

De Beeldenstorm. Van oproer tot Opstand in de Nederlanden (2016) 

zaterdag 7 december 2019

Tien jaar boek over Zeeuwse canon

Een hoofdrol voor het water


Tien jaar geleden, in 2009, verscheen het boek over de Canon van Zeeland. Jan J.B. Kuipers is een van de auteurs die de onderwerpen van zijn provinciale geschiedenis beschreef in deze uitgave Geschiedenis van Zeeland, de canon van ons Zeeuws verleden. Kuipers: ''Dat verleden is onlosmakelijk verbonden met het water.”


Bron: Cultuurkroniek, Jaarmagazine 2009 van het Prins Bernhard Cultuurfonds, 
2010, 41-43 | door Liesbeth Maas (bew.)


De Zeeuwse canon is, net als de nationale canon, opgebouwd uit veertien hoofdthema´s en vijftig daaraan verbonden onderwerpen, vensters geheten. En net als de Nederlandse canon is de Zeeuwse canon een geschikt leermiddel voor scholieren tussen de negen en veertien jaar, waarbij de Nederlandse en de Zeeuwse geschiedenis in samenhang kunnen worden gezien. Het (al jaren uitverkochte) boek richtte zich ook volwassen belangstellenden. Jan Kuipers in 2009: “Zeeland maakt deels dezelfde bewegingen als de rest van Nederland maar wijkt er ook van af. Zo kwam de verstedelijking eerder op gang door de overzeese handel, maar met de industrialisatie en de aanleg van kanalen en spoorwegen waren we laat.”

Blikvangers


In vijftig hoofdstukken komen alle historische blikvangers van Zeeland aan bod. Van de Romeinen en de zendeling Willibrord naar Zeeuwse kapers en zeehelden, meekraptelers en kanalengravers. De jongere geschiedenis werpt licht op onder meer Mondriaan in Domburg, de Tweede Wereldoorlog en Zeeuwse Molukkers. 

Kuipers: “De canoncommissie bestond uit vertegenwoordigers van culturele erfgoedorganisaties uit de hele provincie. Leuk detail daarbij is dat de Zeeuwse bevolking zich over tien vensters mocht uitspreken.” Er werd een keuze uit twee mogelijke onderwerpen geboden, een onafhankelijke jury hakte uiteindelijk de knopen door, gebaseerd op reacties vanuit de provincie. Zo veranderde het door de commissie voorgestelde venster van de stormvloedkering Oosterschelde in een venster over de Watersnood 1953. “Daarmee veranderde wel het venster maar niet de inhoud van het onderwerp waar we door het venster naar kijken. Natuurlijk komen de Deltawerken aan bod, alleen gaf de bevolking aan deze te willen herinneren via de watersnoodramp”, legt Kuipers uit.

[De tekst gaat verder onder de afbeelding]

Canon van Zeeland en van de Middeleeuwen; van de laatste verschijnt omstreeks februari 2020  een herdruk. 

Zesduizend jaar


Jan Kuipers schreef de canon samen met maritiem historicus Johan Francke. Kuipers richtte zich vooral op de vroege periode van zijn provinciale geschiedenis, die zesduizend jaar geleden begint met de eerste bewoners: jagers, verzamelaars en vissers. In Zeeland is hij een bekend figuur, zo was hij in 2005 en 2006 stadsdichter van Middelburg; hij heeft veel boeken en artikelen over de Zeeuwse geschiedenis op zijn naam staan en beheerde tot 2019 voor Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (later Erfgoed Zeeland geheten) het Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA).

Kuipers vertelt dat er in Zeeland sprake is van een fascinatie voor de eigen geschiedenis, wat volgens hem vooral veroorzaakt wordt door de geografisch wat perifere ligging ten opzichte van de randstad. “Er zijn hier verschillende organisaties die zich met de provinciale geschiedenis bezighouden en er verschijnen veel publicaties over ons eigen verleden. De Zeeuwse canon sluit hierop naadloos aan.”

Scherven en doodshoofden


Dé rode draad door de geschiedenis van Zeeland is het water. “Dat ons zowel goed als kwaad heeft gebracht. De welvaart die het water ons gaf in de vorm van een bloeiende zeehandel en tegelijkertijd de vele stormvloeden die alles kapot maakten en complete dorpen lieten verdwijnen.” 

Het is een van Kuipers geliefde onderwerpen in de canon: de verdronken dorpen van zijn provincie. Het gaat om kerkdorpen die zijn ontstaan in de periode tussen 900 en 1500 en die zijn weggevaagd door het wassende water. Zeeland telt de meeste weggespoelde kerkdorpen van ons land, zo'n 130 maar liefst, en minstens zoveel buurtschappen. 

Een andere uitverkochte boekuitgave
over de Zeeuwse verdronken landen (2004).
Voor Kuipers is het een inspirerend uitje: wandelen in de gebieden waar vroeger volop leven was. “Zo liep ik eens op het terrein waar ooit Valkenisse lag. Ik zag de oude resten van de kerktoren nog staan, er lagen talloze scherven op de grond, alsook doodshoofden en knekels; zij volgden het tij. Aan de horizon zag je de containerschepen log voorbij varen – een mooier plaatje was niet denkbaar.”


Reimerswaal


Vooral de ondergang van Reimerswaal – de enige verdronken stad – boeit de Zeeuw. “Het was ooit de derde stad van Zeeland, na Zierikzee en Middelburg, met bloeiende handelshaven; nu is er niets meer van over. In 1631 verlieten de laatste bewoners hun dorp, na een reeks van hevige stormvloeden te hebben doorstaan. Zelfs het archief is uiteindelijk verloren gegaan in een brand, waardoor het mysterie van de verdronken stad alleen maar groter is geworden.”

Godin in klederdracht?


Een ander canon-hoogtepunt voor Kuipers is Nehalennia, een inheems-Romeinse godin die behalve bij Domburg en Colijnsplaat nergens ter wereld werd vereerd. Nehalennia was de beschermster van maritieme handelaars, zo rond de periode 150-250. 
“Restanten van haar tempel bij Domburg kwamen in 1647 onder het duinzand vandaan”, vertelt Kuipers. “Voor een behouden overtocht beloofden schippers en handelaren de godin een altaar, in 2009 telden we ongeveer 300 opgeviste en opgedoken altaren.” 

Hoe zag Nehalennia eruit? Kuipers pakt zijn boek erbij en laat een foto van haar beeltenis zien. “Ze zit vaak op een zetel in een lang gewaad met een schoudermanteltje. Dat manteltje is uniek, sommigen zien het als het eerste voorbeeld van Zeeuwse klederdracht.” Nehelennia wordt altijd vergezeld door een hond, als teken van trouw en waakzaamheid, en een mand met vruchten, duidend op vruchtbaarheid en voorspoed.

Verrassende Zeeuwen


Grote afwezige in de Zeeuwse canon is de in Kapelle geboren Annie M.G. Schmidt. Jan Kuipers verklaart: “Zij wordt gezien als de belangrijkste kinderboekenschrijfster van de vorige eeuw, maar haar werk behoort toch vooral tot de Nederlandse letterkunde en niet de Zeeuwse.” 

Andere opvallende en soms verrassende ‘Zeeuwen’ die we wél in de canon tegenkomen: Reynaert de Vos, Michiel de Ruyter, Jacob Cats, Johannes Hendrik van Dale (van de Dikke van Dale) en Henriëtte Dorothea van der Meij, de eerste vrouwelijke journalist en eindredacteur van Nederland. Behalve De Ruyter hebben ze niet zoveel met het water van doen. Toch zijn het echte Zeeuwen, die, volgens Jan Kuipers, zich onderscheiden door een eilandenmentaliteit: op zichzelf betrokken en sterk chauvinistisch.


Jan J.B. Kuipers en Johan Francke – Geschiedenis van Zeeland, de canon van ons Zeeuws verleden. Zutphen: Walburg Pers, 2009 (uitverkocht).


Het nieuwe boek van Kuipers bij dezelfde uitgever: De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten (2019).

"De Hanze. Kooplui, koningen, steden en staten biedt een kleurrijk panorama van de geschiedenis en reikwijdte van het verbond. Met aandacht voor de voorgeschiedenis, de verschillende fasen, het langdurige einde. Voor de Hanzeoorlogen, de robuuste kogge, de inzet van kaapvaart en de vage grens met zeeroof. Voor staatkundige ontwikkelingen en opmerkelijke actoren. Voor de rijke culturele erfenis – Hanzegotiek en Artushöfe, maar ook portretkunst, literatuur en muziek. En zelfs voor Hanzehistorici en ‘de Hanze na de Hanze’."

zaterdag 16 november 2019

BALLUSTRADA contra de Dichter des Vaderlands


Het literaire tijdschrift Ballustrada, ooit ontstaan in Zeeland, werpt zich de laatste tijd incidenteel op als stokebrand tegen de ook in de literatuur oprukkende, overdreven culturele correctheid. In het vorige nummer richtte redacteur Jan Kuipers zijn pijlen op de ‘muilkorf’ van het Vlaams-Nederlands instituut deBuren. Dit zou voornamelijk subsidie verlenen aan projecten die gender- en culturele diversiteit stimuleren. En in het net verschenen najaarsdubbelnummer van jaargang 33 hekelt de vaste columnist Minor de Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja, vanwege zijn activistische opstelling en veilige politiek-correcte meningen.


Bruinja is er kennelijk niet voor de hele Nederlandse bevolking, maar richt zich enkel tot zijn elitaire achterban. ‘Waarom overschreeuwt deze dichter zich zo?’ vraagt Minor zich af. ‘Wil hij de Majakovski van de diverse grachtengordels worden?’

Verderop in het nummer staat wél een gedicht van dezelfde Tsead Bruinja, want Ballustrada blijft toch graag een tikkeltje ongrijpbaar. De inhoud van deze editie schiet volgens de redactie dan ook ‘alle kanten’ op, in tegenstelling tot de voorgaande thema-uitgave ‘In Holland staat een huis’. Bert Bevers maakte met twintig Limburgse dichters uit Nederland en België een boeiende aflevering van Laaglandse Poëzie. Willem G. Westeijn vertaalde werk van de hier nauwelijks bekende Russische dichter Leonid Aronzon, die in 1970 jong overleed.

Voorts allerhande poëzie en proza in deze 124 pagina’s tellende editie, zoals essays van Pieter Sierdsma en Reinold Widemann over de ongelijke grootheden Bob den Uyl en J. L. Borges. Redacteur Johan Everaers volgt de avonturen van de hond van Sisyphus, André van der Veeke besteedt aandacht aan dichter, essayist en medewerker van Ballustrada Lou Vleugelhof, die op 25 mei van dit jaar overleed. Renaat Ramon interviewt K. Schippers over aspecten van zijn proza. Ballustrada-vormgever Ko de Jonge presenteert in zijn nieuwe serie beeldend werk van Jorieke Rottier (uit Untitled).

Los dubbelnummer € 12,50, Abonnement € 20,00 voor 4 nummers, inclusief porto
Bankrekening: NL35 ABNA 049 92 02 864 t.n.v. Stichting Zeeuws Licht.


Contactadres Ballustrada: A.J. van der Veeke, Korte Kerkstraat 19A, 4531 CL Terneuzen, avdveeke@zeelandnet.nl, tel. 06 576755504


NACHTFLITS in Burgh met presentaties, muziek en poëzie

Zaterdagavond 24 oktober vindt in de Kerk van Burgh de manifestatie NACHTFLITS plaats met presentaties, muziek en poëzie. Het evenement valt...